Rechtbank Den Haag oordeelt dat mevrouw X niet aannemelijk maakt dat de bankbetalingen van haar ex-echtgenoot te maken hebben met andere financiële banden tussen hen. De boete van 25% is passend en geboden. Het maakt niet uit of bij een gesprek door de inspecteur al dan niet de cautie aan X is gegeven.

Belanghebbende, mevrouw X, is in 2008 gescheiden. Haar ex-echtgenoot moet sindsdien € 900 per maand aan (fiscaal vrijgestelde) kinderalimentatie betalen en € 1500 per maand aan partneralimentatie. In haar IB-aangifte over 2010 is slechts € 3.000 als ontvangen alimentatie vermeld. In geschil is of terecht een navorderingsaanslag en een vergrijpboete van € 216 is opgelegd. Op basis van de na de uitspraak op bezwaar van X ontvangen bankafschriften stelt de inspecteur dat de aanslag eerder te laag dan te hoog is.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de bankbetalingen van de ex-echtgenoot te maken hebben met andere financiële banden tussen hen. X heeft vanaf 2008 namelijk recht op € 10.800 aan kinderalimentatie en € 18.000 aan partneralimentatie. De bankbetalingen door de ex-echtgenoot in 2010 stemmen daarmee vrijwel overeen. Aangezien bij de navordering slechts € 7.200 als totaal ontvangen partneralimentatie is belast, is de aanslag dus te laag. De boete van 25% is passend en geboden. Het maakt niet uit of bij een gesprek door de inspecteur al dan niet de cautie aan X is gegeven. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.101

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Editie: 24 februari

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  22
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen