Advocaat-generaal Niessen overweegt dat de vraag of een vrijstelling van toepassing is, niet (direct) verbonden is met de jaarwinstbepaling c.q. niet afhangt van het moment waarop het voordeel in de winst wordt betrokken.

Belanghebbende, X, is melkveehouder. In 1998 verkoopt zij een perceel landbouwgrond. In de koopovereenkomst is bepaald dat de levering zal geschieden binnen 3 maanden nadat de bestemming van de grond onherroepelijk is gewijzigd, dan wel zoveel eerder of later als partijen nader zullen overeenkomen. De betaling van de koopprijs, die ieder jaar wordt geïndexeerd, zal geschieden bij het ondertekenen van de akte van levering.

In de overeenkomst is voorts een ontbindende voorwaarde opgenomen, die bepaalt dat de overeenkomst door X mag worden ontbonden indien de gemeente niet binnen 10 jaar na het sluiten van de koopovereenkomst een bestemmingsplan ter inzage heeft gelegd. De feitelijke levering van de grond vindt uiteindelijk plaats op 19 februari 2008. Op dat moment heeft er geen bestemmingswijziging van de grond plaatsgevonden en ook is de ontbindende voorwaarde niet ingeroepen.

X heeft de boekwinst ter zake van de verkoop van de grond verantwoord in 2008. In geschil is welk regime van de landbouwvrijstelling van toepassing is op deze in 2008 verantwoorde winst: het regime zoals dit gold vóór 27 juni 2001 (hierna: het oude regime) of, zoals de staatssecretaris betoogt, het regime zoals dit geldt na 26 juni 2001 (hierna: het nieuwe regime). Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de per 27 juni 2000 doorgevoerde wetswijziging onmiddellijke werking, zodat de in 2008 verantwoorde winst belast moet worden overeenkomstig de regels van het nieuwe regime.

Advocaat-generaal Niessen overweegt dat de vraag of een vrijstelling van toepassing is, niet (direct) verbonden is met de jaarwinstbepaling c.q. niet afhangt van het moment waarop het voordeel in de winst wordt betrokken. Anders dan het hof heeft geoordeeld, is voor het antwoord op de vraag of het in 2008 gerealiseerde voordeel is vrijgesteld, van belang of het voordeel op grond van de regels van goed koopmansgebruik reeds in 1998 in de winst mocht worden betrokken. Zou dit het geval zijn, dan is op het in 2008 verantwoorde voordeel het ‘oude' regime van de landbouwvrijstelling van toepassing. Nu het hof in het midden heeft gelaten of het voordeel reeds in 1998 in de winst mocht worden verantwoord, dient verwijzing plaats te vinden. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van X gegrond te verklaren en de zaak te verwijzen. Lees ook het thema Landbouwvrijstelling: Heden, verleden en toekomst.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wijzigingswet Wet op de inkomstenbelasting 1964, enz. (aanpassing oudedagsreserve en zelfstandigenaftrek alsmede vervallen vermogensaftrek) 8-1-b

Wet inkomstenbelasting 2001 3.12

Editie: 26 januari

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  6
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen