A-G Wattel is van mening dat het door de wetgever gekozen onderscheid tussen een woning in aanbouw en een niet-woning door middel van het criterium ‘fundering moet zijn gelegd' een objectief en rationeel onderscheidingscriterium is in het licht van het gerechtvaardigde doel van de maatregel; het vlot trekken van de woningmarkt.

De heer X heeft bij notariële akte van 10 november 2011 de onverdeelde helft verkregen van een bouwperceel zonder fundering. Er is 6% overdrachtsbelasting voldaan, maar X meent dat in casu het verlaagde tarief van 2% moet worden toegepast. De Staatssecretaris van Financiën heeft in het Besluit van 1 juli 2011 BLKB 2011/1290M (V-N 2011/36.6) goedgekeurd dat het lage tarief geldt bij de verkrijging van woningen, hetgeen later met terugwerkende kracht is uitgebreid tot woningen in aanbouw. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt X in het ongelijk. De verkrijging van bouwgrond waarop al wél de fundering voor een woning is aangebracht, is namelijk niet feitelijk vergelijkbaar met louter bouwgrond. In sprongcassatie stelt X pas in zijn aanvulling op repliek dat BTW was verschuldigd op zijn verkrijging en dat dus helemaal géén overdrachtsbelasting was verschuldigd. Advocaat-Generaal Wattel is van mening dat het door de wetgever gekozen onderscheid tussen een woning in aanbouw en een niet-woning door middel van het criterium ‘fundering moet zijn gelegd' een objectief en rationeel onderscheidingscriterium is in het licht van het gerechtvaardigde doel van de maatregel; het vlot trekken van de woningmarkt. Dit past binnen de ‘wide margin of appreciation' die de wetgever heeft. X heeft ruim buiten de termijn voor motivering van zijn cassatieberoep een nieuwe klacht ingediend. Deze klacht is daarom te laat, tenzij er reden is voor de Hoge Raad om van ambtswege in te grijpen. Volgens de A-G ligt dit laatste niet voor de hand omdat aan X geen BTW in rekening is gebracht. Die had hem volgens zijn eigen stelling wél in rekening gebracht moeten worden. De A-G concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep van X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26

Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 14

Wet op belastingen van rechtsverkeer 15

Wet op belastingen van rechtsverkeer 14

Editie: 2 oktober

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

  13
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen