A-G Niessen is van mening dat de heer X geen recht heeft op de arbeidskorting, aangezien er geen nauw verband is tussen de verrichte arbeid en het loon. Interne compensatie is echter alleen mogelijk voor het belastingdeel van de arbeidskorting.

De heer X werkt bij het UWV. Vanaf oktober 2005 is X vrijgesteld van het verrichten van arbeid. Eind 2005 wordt X aangewezen als boventallig en volgt hij verplicht een reïntegratietraject. De dienstbetrekking is pas op 1 november 2008 beëindigd. Tussentijds is zijn loon doorbetaald. Aanvankelijk is voor 2005 en 2006 met name in geschil of X rente kan aftrekken in verband met de financiering van de eigen woning. X heeft de rente van deze jaren in één bedrag aan zijn ouders betaald op 2 januari 2006. Rechtbank Leeuwarden stelt X deels in het gelijk. X gaat in hoger beroep. Op de zitting erkent de inspecteur dat de in 2006 betaalde rente in dat jaar (deels) aftrekbaar is, maar de inspecteur beroept zich vervolgens op interne compensatie met betrekking tot de in 2006 onterecht verleende arbeidskorting. Hof Leeuwarden oordeelt dat het ontvangen van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking niet voldoende is om arbeidskorting te krijgen. X heeft zijn loon namelijk niet verdiend met tegenwoordige arbeid. X gaat in cassatie. Advocaat-Generaal Niessen is van mening dat X geen recht heeft op de arbeidskorting, aangezien er geen nauw verband is tussen de verrichte arbeid en het loon. De loondoorbetaling vindt klaarblijkelijk haar oorzaak in de omstandigheid dat voorheen waardevolle arbeid voor de werkgever is verricht. Op grond van art. 8.11 lid 2,  slotzin, Wet IB 2001 bestaat weliswaar recht op ten minste de arbeidskorting die volgens art. 22a Wet LB 1964 is toegekend. Deze bepaling is alleen bedoeld voor divergenties in de arbeidskorting die haar oorzaak vinden in het verschil in heffingstechniek tussen de inkomstenbelasting (jaarbasis) en de loonbelasting. De interne compensatie is niet zomaar toegestaan. De arbeidskorting bestaat namelijk uit een belasting- en een premiedeel. Interne compensatie is dus alleen mogelijk voor het belastingdeel van de arbeidskorting, zijnde een bedrag van € 97. De A-G concludeert tot gegrondverklaring van het beroep van X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 8.11

Wet op de loonbelasting 1964 22a

Editie: 2 oktober

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting, Loonbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  13
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen