A-G IJzerman is van mening dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in strijd is met het internationaal verankerde gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod voor zover de vrijstellingen hoger zijn dan 75%. De A-G stelt voor om rechtsherstel te verlenen door de particuliere verkrijging in 2011 deels vrij te stellen en wel 25% van de eerste € 1.006.000 en (83% - 75%=) 8% van het meerdere.

Erflater, de heer A, overlijdt in 2011. Belanghebbende, mevrouw X (zijn dochter), is één van de erfgenamen. De verkrijging van X is € 2.248.835. Niet in geschil is dat de nalatenschap van A geen ondernemingsvermogen bevat als bedoeld in art. 35c lid 1 Successiewet 1956. Aangezien de verkrijging door X van ondernemingsvermogen in 2011 vrijwel geheel zou zijn vrijgesteld voor de erfbelasting of schenkbelasting, beroept X zich op het IVBPR en het EVRM, alsmede op het Eerste Protocol bij het EVRM. Rechtbank Noord-Nederland stelt X in het ongelijk. X gaat in (sprong)cassatie. Dit is één van de zes proefprocedures. Voor de andere zaken geldt de aanwijzing van ‘massaal bezwaar' (art. 25a AWR) conform het Besluit van 23 oktober 2012, nr. BLKB2012/1665M.

Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat de faciliteit in strijd is met het internationaal verankerde gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod voor zover de vrijstellingen hoger zijn dan 75% van het ondernemingsvermogen. De A-G meent dat de (voorwaardelijke) vrijstelling van 75%, die gold in 2007, 2008 en 2009, nog niet ‘manifestly without reasonable foundation' was, maar de onderhavige (voorwaardelijke) vrijstelling van 100% is dat volgens hem wel. Vanaf 2010 is de vrijstelling namelijk 100% voor het eerste € 1 miljoen (2011: € 1.006.000) en 83% voor het meerdere. De wetgever moet een vrijstelling draagkrachtig motiveren op straffe van schending van internationale discriminatieverboden. De huidige faciliteit is ingevoerd en uitgebreid zonder dat daaraan degelijk financieel onderzoek ten grondslag heeft gelegen. Organisaties uit het bedrijfsleven hebben er gewoon jarenlang voor gelobbyd. De A-G stelt voor om rechtsherstel te verlenen door de verkrijging van X deels vrij te stellen en wel 25% van de eerste € 1.006.000 en (83% - 75%=) 8% van het meerdere. De aldus resterende heffing is een ordelijke heffing die niet is te vergelijken met enige vorm van ordeloze onteigening. Er is dus voor het overige geen strijd met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De A-G concludeert tot gegrondverklaring van het beroep van X.

[Bron Uitspraak]

Editie: 4 oktober

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Schenk- en erfbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  10
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen