Rechtbank Leeuwarden oordeelt dat de A-typische stille Gesellschaft niet als een coöperatie kan worden aangemerkt.

Belanghebbende (X bv) gaat medio 2000 – als "stiller Gesellschafter" – een "A-typische stille Gesellschaft" aan met het Duitse Z eG. In haar Vpb-aangifte 2005 waardeert belanghebbende haar deelneming in Z eG af met € 286.543. De inspecteur corrigeert deze post. Volgens de inspecteur moet de A-typische stille Gesellschaft namelijk als een coöperatie worden beschouwd, en is de deelnemingsvrijstelling van toepassing.

Rechtbank Leeuwarden oordeelt dat de A-typische stille Gesellschaft niet als een coöperatie kan worden aangemerkt. Volgens de rechtbank is er namelijk geen sprake van leden van een vereniging en ook niet van een statutaire doelstelling om krachtens overeenkomsten te voorzien in bepaalde stoffelijke behoeften. De rechtbank overweegt vervolgens dat de A-typische stille Gesellschaft transparant is. Volgens de rechtbank moet de investering echter niet – zoals naar Duits recht – worden aangemerkt als een vordering. Gezien de transparantie van het samenwerkingsverband moet een eventuele afwaardering van de participatie volgens de rechtbank per bedrijfsmiddel worden beoordeeld en niet vanuit het complex van de activa zoals belanghebbende voorstaat. Volgens de rechtbank is belanghebbende er echter niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de bedrijfsmiddelen moeten worden afgewaardeerd. De correctie van de inspecteur is terecht.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Rechtbank Leeuwarden

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  11
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen