Rechtbank Haarlem overweegt dat de aan de dochter van de dga verstrekte geldleningen onzakelijk zijn.

 

X, belanghebbende, is directeur en enig aandeelhouder van X bv. De dochter van X en haar partner hebben zich in Griekenland ingekocht in een café-bar. Door het ontbreken van voldoende zekerheden waren Nederlandse noch Griekse banken bereid om met de dochter en haar partner geldleningsovereenkomsten aan te gaan. X bv sluit met de dochter een viertal geldleningsovereenkomsten. Er worden geen afspraken gemaakt over aflossing. Bij twee geldverstrekkingen wordt geen rente overeengekomen. Van de vierde geldverstrekking is geen schriftelijke overeenkomst opgemaakt. In het eerste kwartaal van 2009 had de horecaonderneming een huurachterstand, waarna via de Griekse rechter de huurovereenkomst van het pand waarin de onderneming werd gedreven is ontbonden. De onderneming van de dochter en haar partner is vervolgens in mei 2009 beëindigd. X bv heeft in de aangifte vennootschapsbelasting voor het jaar 2009 een bedrag van € 114.000 in aanmerking genomen als 'waarderingsverminderingen van vorderingen'. Deze aftrekpost wordt door de inspecteur niet geaccepteerd. Aan X is door de inspecteur de hier in geschil zijnde navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2009 opgelegd. Daarbij is het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang verhoogd met deze (verkapte) uitdeling van € 114.000. X komt in beroep. Volgens Rechtbank Haarlem zijn de vier geldverstrekkingen alle als onzakelijke leningen te kwalificeren. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat, hoewel de leningen niet zijn kwijtgescholden en zij civielrechtelijk dus nog wel bestaan ultimo 2009, niettemin de situatie is ontstaan dat feitelijk wel van kwijtschelding sprake is. De rechtbank overweegt dat de voor uitdeling vereiste bewustheid van bevoordeling zowel bij X als bij de bv aanwezig was, zodat sprake is van een uitdeling die als voordeel uit aanmerkelijk belang in de heffing moet worden betrokken. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 7.5

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Editie: 4 februari

Instantie: Rechtbank Haarlem

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  13
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen