Hof Amsterdam oordeelt dat X bv en A geen recht hebben op een schadevergoeding van € 2,3 mln. X bv en A maken niet aannemelijk dat zij met betrekking tot een project winst zijn misgelopen. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

De aandelen van belanghebbende, X bv, zijn in handen van A. Uit een boekenonderzoek blijkt dat de administratie van X bv niet op orde is en er diverse privé-uitgaven als kosten zijn geboekt. De inspecteur legt daarom VPB-(navorderings)aanslagen over 1999, 2001 en 2003 op aan X bv. Rechtbank 's-Gravenhage beslist dat er sprake is van privé-uitgaven en niet van ondernemingskosten. De inspecteur heeft de winst dan ook terecht gecorrigeerd in verband met deze onttrekkingen. Hof 's-Gravenhage verwerpt het beroep van X bv op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de correctie van de kosten van de auto die één van de werknemers aan X bv ter beschikking had gesteld. De Hoge Raad (29 juni 2012, nr. 11/00552, V-N 2012/37.8) oordeelt onder andere dat het hof het beroep van X bv op het vertrouwensbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam. De inspecteur legt tevens (navorderings)aanslagen IB aan A op in verband met de onttrekkingen. Hij belast de uitdelingen als ab-winst. A beroept zich op het vertrouwen dat hij ontleent aan de verslagen van de inspecteur over de verwerking van de autokosten in de administratie. Hof 's-Gravenhage verwerpt het beroep van A op het vertrouwensbeginsel. De Hoge Raad (29 juni 2012, nr. 11/00558, V-N 2012/34.8) oordeelt onder andere dat het hof het beroep van X bv op het vertrouwensbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam. X bv en A verzoeken het hof om een schadevergoeding van ruim € 2,3 mln toe te kennen.

Hof Amsterdam (MK III, 6 maart 2014, 12/00490 t/m 12/00492 en 12/00495 t/m 12/00497, V-N Vandaag 2014/699) oordeelt dat X bv en A geen recht hebben op een schadevergoeding van € 2,3 mln. Het hof stelt daarbij onder andere vast dat A, door de correspondentie met de inspecteur, niet is gehinderd om andere werkzaamheden uit te voeren. Verder maken X bv en A volgens het hof niet aannemelijk dat zij met betrekking tot een project winst zijn misgelopen. Het hof kent nog wel een schadevergoeding toe in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Verder verwerpt het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel. Uit de verslagen valt volgens het hof namelijk niet op te maken dat volledige aftrek ten laste van de winst is toegestaan van de kosten voor een door een werknemer aan X bv ter beschikking gestelde privé-auto. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 4.12

Wet inkomstenbelasting 2001 3.25

Algemene wet bestuursrecht 8:73

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 8

Editie: 27 februari

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  4
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen