Hof Amsterdam oordeelt dat het  verschil tussen het door X  ontvangen salaris en het salaris dat hij zou hebben ontvangen als hij zijn voor studie opgenomen verlofuren had laten uitbetalen niet kwalificeert als scholingsuitgaven.

Belanghebbende, X, volgt in 2008 een postacademische opleiding en werkt bij X NV. In verband met het volgen van zijn opleiding heeft X 20 vakantiedagen van 8 uur verlof opgenomen. X heeft de uren vermenigvuldigd tegen zijn uurloon, en naast de nota van het opleidingsinstituut, in aftrek gebracht als scholingsuitgaven. De inspecteur weigert de aftrek v.w.b. de aan de verlofuren toegekende waarde van € 6.595.

Hof Amsterdam is evenals de rechtbank van oordeel dat X terzake geheel geen recht op aftrek toekomt. Het verschil tussen het feitelijk ontvangen salaris en het salaris dat X zou hebben ontvangen indien hij zijn in verband met het volgen van zijn studie opgenomen verlofuren had laten uitbetalen, dient niet als door hem genoten te worden aangemerkt en is dus geen deel gaan uitmaken van zijn vermogen. Hieruit volgt dat het verschil niet kan worden gezien als een door X gedane uitgave in de zin de Wet IB 2001, zodat van aftrek van scholingsuitgaven geen sprake kan zijn.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 6.27

Wet inkomstenbelasting 2001 6.2

Wet inkomstenbelasting 2001 6.1

Editie: 19 september

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  22
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen