De Staatssecretaris van Financiën biedt het rapport onderzoek horizontaal toezicht grote organisaties aan de Tweede Kamer aan. Hij vindt dat de belangrijkste conclusie uit het rapport is dat het toezicht van de Belastingdienst ertoe doet.

De Staatssecretaris van Financiën heeft het rapport onderzoek horizontaal toezicht grote organisaties aan de Tweede Kamer aangeboden. Na drie jaar onderzoek door de Belastingdienst is het onderzoek afgerond. Het onderzoek geeft inzicht in de relatie tussen het toezicht, aangeduid met individuele klantbehandeling, en de fiscale naleving (compliance) door grote organisaties. Hierbij is onderzocht of er verschillen zijn tussen organisaties die met de Belastingdienst een individueel convenant horizontaal toezicht hebben en organisaties die geen individueel convenant hebben.

De staatssecretaris constateert drie centrale bevindingen:

1. Grote organisaties blijken zeer tijdig met hun aangifte en betalingen. Het aantal correcties en de omvang daarvan is beperkt. De oorzaken van de correcties zijn eerder te kwalificeren als slordigheid en onzorgvuldigheid, soms ook in hun eigen nadeel, dan als moedwillige regelovertreding. Een andere oorzaak voor de correcties kan zijn de ambiguïteit van de fiscale wet- en regelgeving. Het weleens in de media opgeroepen beeld dat alle grote ondernemingen zouden frauderen klopt beslist niet;

2. Een betere werkrelatie tussen grote organisaties en de Belastingdienst zorgt voor meer transparantie en een betere fiscale beheersing en een grotere bereidheid tot naleving van fiscale verplichtingen. Bij organisaties met een individueel convenant horizontaal toezicht is de werkrelatie beter dan bij organisaties zonder convenant. Organisaties met een convenant zijn transparanter en de fiscale beheersing is beter op orde. De werkwijze van de Belastingdienst heeft daarmee duidelijk impact op de transparantie en fiscale beheersing van grote organisaties; en

3. De kleine onderlinge verschillen in de mate van naleving tussen organisaties laten zich slechts beperkt verklaren door onderzochte kenmerken van de organisaties en door de inspanningen van de Belastingdienst. De aangiften Vennootschapsbelasting en de Loonheffingen van organisaties met een individueel convenant horizontaal toezicht zijn vaker juist en volledig dan van organisaties zonder een convenant. Dit komt mogelijk door de specifieke afspraak in het convenant om relevante (fiscale) standpunten zo snel mogelijk aan de Belastingdienst voor te leggen dan wel de werking van het convenant als psychologisch contract.

Naar aanleiding van deze bevindingen komt de staatssecretaris tot de conclusie dat individuele klantbehandeling, en horizontaal toezicht als onderdeel daarvan, een waardevolle vorm van toezicht is op grote organisaties. De Belastingdienst lijkt via de werkrelatie organisaties te kunnen beïnvloeden. Hij vindt dat de belangrijkste conclusie is dat het toezicht van de Belastingdienst ertoe doet.

[Nieuwsbron][Nieuwsbron]

Editie: 5 juli

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Informatiesoort: VN Vandaag

  6
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen