Rechtbank Breda oordeelt dat de verzwegen opbrengsten uit de verkoop van katalysatoren zijn toegevloeid aan erflater en zijn echtgenote en voor 50% bij ieder van hen moeten worden belast.

Erflater, de heer X, bezat 51,37% van de aandelen in X bv. De overige aandelen zijn in handen van zijn echtgenote. Beiden zijn bestuurder van de bv. X bv bezit alle aandelen in Autosloperij bv. Samen vormen ze een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In een andere procedure (zie 10/1688) is uitgemaakt dat de winst van X bv moet worden verhoogd met verzwegen omzet uit de verkoop van katalysatoren. In de onderhavige procedure is in geschil of deze winstcorrecties in de ib-sfeer geheel moeten worden belast als winstuitdelingen aan erflater, zijnde inkomen uit aanmerkelijk belang.

Rechtbank Breda oordeelt dat de verzwegen opbrengsten zijn toegevloeid aan erflater en zijn echtgenote. Het is namelijk niet aannemelijk geworden dat de bv ooit over de gelden heeft beschikt terwijl ze wel aan de bv hadden moeten toekomen. Het is voorts aannemelijk dat zowel – erflater en zijn echtgenote als bestuurders van - de bv als de erflater zich bewust waren van de onttrekking en dat daarom sprake is van reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang. Het kan in het midden blijven in welke verhouding de gelden zijn toegevloeid aan erflater en zijn echtgenote. Aangezien zij beiden een aanmerkelijk belang hielden in de bv en beiden de inkomsten niet hebben aangegeven, moeten de inkomsten voor 50% bij ieder van hen worden belast. De beroepen van de erven X zijn daarom gegrond.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Rechtbank Breda

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  5
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen