Volgens A-G Niessen heeft X recht op  de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting ondanks een inwonend vriendje van dochter.

Belanghebbende, X,  stond in het jaar 2006 met haar twee dochters (geboren in 1989 en 1993) ingeschreven op hetzelfde adres. Op dat adres stond van 21 juni 2005 tot 11 januari 2007 eveneens de vriend van de oudste dochter ingeschreven.  X liet hem een kamer in haar woonwagen gebruiken, in afwachting van een eigen ‘vak' op het woonwagenkamp. De vriend betaalde hiervoor geen vergoeding. Incidenteel betaalde hij een vergoeding voor de genoten maaltijden. Voor het jaar 2006 heeft de inspecteur de toepassing van de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting geweigerd omdat X met een ander dan haar kinderen een huishouding voerde. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond.  De inspecteur komt in hoger beroep. Hof's-Gravenhage verklaart het hoger beroep gegrond.   Volgens het hof zoekt de rechtbank ten onrechte aansluiting bij artikel 3 van de Wet werk en bijstand. Uit de wetsgeschiedenis blijkt volgens het hof dat moet worden beoordeeld of de vriend een kostganger was van X. Nu X voor een bevestigend antwoord op deze vraag onvoldoende heeft aangevoerd, oordeelt het hof dat X wel een gezamenlijke huishouding voerde met de vriend, zodat geen recht bestaat op de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting. X heeft beroep in cassatie ingesteld. Advocaat-Generaal (A-G) Niessen heeft een conclusie genomen.

De A-G  concludeert dat volgens vaste rechtspraak van de belastingkamer van de Hoge Raad een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd als een belastingplichtige samen met iemand anders op niet-commerciële grondslag voorziet in huisvesting en voeding en daardoor schaalvoordelen geniet. Uit het oordeel van het hof volgt dat X de vriend niet op commerciële basis voorzag in huisvesting en voeding. De feiten laten evenwel geen andere conclusie toe dan dat X niet samen met de vriend heeft voorzien in huisvesting en voeding, zodat X geen schaalvoordelen heeft genoten. Hierbij is niet relevant of de vriend in dit geval wel schaalvoordelen heeft genoten.  X heeft recht op de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting.  De conclusie strekt tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

[Bron Uitspraak]

Editie: 25 januari

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  15
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen