A-G IJzerman is van mening dat de eerdere ingebruikname in Duitsland reële betekenis heeft, aangezien aldaar geen onbenullig aantal km's met de auto is gereden.

A bv koopt in januari 2012 een Porsche 911 3.8 Carrera S voor € 123.760. Op de factuur staat een km-stand van 10 vermeld. De auto is op dat moment niet geregistreerd in het Nederlandse kentekenregister en wordt de volgende dag overgebracht naar Duitsland. Het Duitse exportkenteken komt op naam te staan van de in Zwitserland wonende bestuurder van A bv. In februari 2012 doet X bv (belanghebbende) BPM-aangifte voor de auto. De km-stand is op dat moment 3.092. Volgens haar is het een gebruikte auto en is de verschuldigde BPM € 15.067. De daadwerkelijke registratie in Nederland vindt plaats op 8 februari 2012 en het kenteken komt op naam te staan van A bv. De inspecteur stelt dat het een nieuwe auto is en heft € 9.118 na. In geschil is of dat terecht is. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant maakt X bv niet aannemelijk dat ten tijde van de aangifte sprake was van een gebruikte auto. Aannemelijker is dat de eerste, buitenlandse, kentekenregistratie plaatsvond nadat de koopovereenkomst met A bv was gesloten, zijnde een U-bochtconstructie. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt echter dat de inspecteur het oogmerk van X bv tot belastingbesparing als doorslaggevende reden niet aannemelijk maakt. Het enkele feit dat de periode tussen het tijdstip van aankoop en het tijdstip van registratie in Nederland kort is, is daarvoor namelijk onvoldoende. Ten tijde van de registratie heeft de auto als gebruikt te gelden. De naheffingsaanslag wordt vernietigd. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie.

Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat de eerdere ingebruikname in Duitsland reële betekenis heeft, aangezien aldaar geen onbenullig aantal km's is gereden. Volgens de A-G gaat het er niet om of een aanvankelijk nieuwe auto is voorbestemd om in een later stadium hoofdzakelijk op het Nederlandse grondgebied duurzaam te worden gebruikt. Naar zijn mening is de feitelijke toestand van de auto bij de registratie beslissend. In tegenstelling tot de klassieke U-bochtconstructie is een behoorlijk aantal km's met de auto gereden. X bv claimt volgens de A-G vergeefs vergoeding van rente over de vermindering van de eerder betaalde naheffingsaanslag (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Hiertoe zal X bv zich dus tot de ontvanger moeten wenden. De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep van de Staatssecretaris en het incidentele beroep in cassatie van X bv.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 28c

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Invordering, Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 18 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

  486
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen