Advocaat-generaal Wattel acht het waarschijnlijk dat X op grond van de Schumacker-leer van het HvJ EU na haar vertrek naar Polen recht heeft op het volledige premiedeel van de algemene heffingskorting. Omdat de rechtspraak van het Europese hof echter niet als acte clair gezien kan worden, adviseert de A-G het stellen van prejudiciële vragen.

Belanghebbende, X, heeft de Poolse nationaliteit. Zij woont en werkt van 1 januari tot en met 21 juni 2013 in Nederland voor een Nederlandse werkgever. Hierna vertrekt zij naar Polen, waar zij niet verzekerd is. Tot 21 juni 2013 was zij in Nederland verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen en is van haar uit dien hoofde € 2.928 aan premie volksverzekeringen geheven. X is op haar verzoek ex art. 2.5 (oud) Wet IB 2001 als fictief binnenlands belastingplichtige in de heffing van de inkomstenbelasting betrokken. X is het er niet mee eens dat de algemene heffingskorting in haar geval naar tijdsevenredigheid wordt verminderd. Zij stelt dat de bepaling die dit regelt, te weten art. 2.6a van de Regeling Wfsv, discriminatoir is naar woonplaats. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de tijdsevenredige vermindering van de algemene heffingskorting geen inbreuk maakt op het vrije verkeer van werknemers. Weliswaar verdient belanghebbende haar inkomen geheel of vrijwel uitsluitend in Nederland, waar er sprake is van een objectief verschil tussen de situatie van een verzekerde voor de volksverzekeringen en die van degene die niet in dat stelsel is verzekerd. Van discriminatie is dan geen sprake. Het hoger beroep van X is ongegrond.

Advocaat-generaal Wattel acht het waarschijnlijk dat X op grond van de Schumacker-leer van het HvJ EU na haar vertrek naar Polen recht heeft op het volledige premiedeel van de algemene heffingskorting. Omdat de rechtspraak van het Europese hof echter niet als acte clair gezien kan worden, meent de A-G dat de Hoge Raad het HvJ EU prejudicieel de vraag moet stellen of in de omstandigheden van X in (heel) 2013, met name het ontbreken van verzekering in Polen na 21 juni, zodat aldaar met haar persoonlijke omstandigheden geen rekening gehouden kon worden bij de premieheffing, het vrije personenverkeer zich ertegen verzet, dat Nederland haar premieheffingskorting tijdsevenredig kort op de grond dat zij na 21 juni 2013 niet in Nederland verzekerd was (maar ook niet in Polen). Dit hoewel een inwoner met identiek bijdrageplichtig inkomen over het gehele jaar die op dezelfde datum ophoudt bijdrageplichtig inkomen te genieten maar geen gebruik maakt van het vrije verkeer, niet gekort wordt.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 8.10

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 45

Editie: 29 maart

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  35
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen