Hof Arnhem- Leeuwarden oordeelt in navolging van de rechtbank dat bv Y het lidmaatschapsgeld voor een besloten club met commerciële doelstelling belastingvrij aan de algemeen directeur van haar hotelconcern kan vergoeden.

Bij belanghebbende, bv X, is Y als algemeen directeur van een hotelconcern in dienst. Y is lid van de een besloten commerciële club. Die club heeft een ballotagecommissie en haar doelstelling is het bevorderen van de economische bedrijvigheid en ontwikkeling van Noord-Nederland. Bv X vergoedt aan Y het lidmaatschapsgeld voor de club maar de inspecteur is van mening dat dit niet belastingvrij kan en legt bv X een naheffingsaanslag loonheffingen op. Als de rechtbank het beroep van bv X gegrond verklaart, stelt de inspecteur hoger beroep in. Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond. Het hof oordeelt dat het zakelijk belang van het hotelconcern rechtstreeks is gediend met verwezenlijking van het statutaire doel van de club en het bevorderen van de economische bedrijvigheid en ontwikkeling van Noord-Nederland. Het hof beslist dat bv X aannemelijk maakt dat het lidmaatschap van Y in het belang is van het concern en het concern zakelijk voordeel heeft opgeleverd. Daarop aansluitend oordeelt het hof dat naar algemene maatschappelijke opvattingen de vergoedingen aan Y van de door hem betaalde lidmaatschapsgelden niet als beloningsvoordeel worden ervaren. Dit oordeel verandert niet omdat Y op persoonlijke titel lid is van de club. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de toelatingseisen zich richten op de functie en op de branche waarin een lid werkzaam is en niet op de persoon zelf.  

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 11

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Loonbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  15
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen