Advocaat-generaal Wahl concludeert dat derdelanders die voor het in Nederland gevestigde Holiday on Ice Services bv in verschillende lidstaten van de EU werken, maar die geen verblijfsvergunning op basis van het EU-recht of het nationaal recht hebben, zich niet kunnen beroepen op (titel II van) EG-verordening nr. 883/2004.

Holiday on Ice Services bv organiseert in de wintermaanden ijsshows. Voor de ijsshows maakt HOI bv gebruik van medewerkers met verschillende nationaliteiten, onder wie onderdanen van landen die niet behoren tot de Europese Unie (derdelanders). De medewerkers van de ijsshows, waaronder belanghebbenden, D. Balandin, een Rus, en I. Lukashenko, een Oekraïner, zijn een paar weken per jaar in Nederland om te trainen en te oefenen voorafgaand aan de verschillende shows. Een deel van de schaatsers verzorgt daarna in Nederland een aantal optredens, terwijl de overige in met name, maar niet uitsluitend, Frankrijk en Duitsland shows verzorgen. Het Svb geeft, tot 1 mei 2016, zogenaamde A1-verklaringen af voor deze derdelanders. Met de A1-verklaringen wordt vastgesteld dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving op hen van toepassing is. Ook de verplichte premiebetaling vindt dan plaats in Nederland. Volgens de Svb kunnen echter geen A1-verklaringen meer worden afgegeven voor de derdelanders, omdat ze niet woonachtig zijn in Nederland. De Centrale Raad van Beroep stelt een prejudiciële vraag in deze zaak (V-N 2017/48.14).

Advocaat-generaal Wahl concludeert dat derdelanders die voor het in Nederland gevestigde HOI bv in verschillende lidstaten van de EU werken, maar die geen verblijfsvergunning op basis van het EU-recht of het nationaal recht hebben, zich niet kunnen beroepen op (titel II van) EG-verordening nr. 883/2004. De A-G overweegt hierbij dat Balandin en Lukashenko niet beschikken over een van de verblijfsvergunningen die worden verstrekt op basis van de bijzondere instrumenten van EU-recht. Ook hebben zij geen verblijfstitel die is afgegeven op basis van criteria van nationale wetgeving, aangezien visa voor de toepassing van EU-recht niet als ‘verblijfstitel’ worden beschouwd. Volgens de A-G verblijven Balandin en Lukashenko niet legaal op het grondgebied van een lidstaat, zodat zij niet binnen de werkingssfeer van EU-verordening nr. 1231/2010 vallen.

[Nieuwsbron]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Europees belastingrecht, Premieheffing

Editie: 28 september

Informatiesoort: VN Vandaag

  493
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen