Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat voor de waardebepaling alleen kan worden aangesloten bij referentieauto’s met een huurverleden als de ingevoerde auto's zelf oud-huurauto's zijn. De heer X moet aannemelijk maken dat dit het geval is. Aan deze bewijslast heeft hij echter op geen enkele wijze voldaan.

De heer X doet in de periode augustus 2016 tot en met januari 2017 BPM-maandaangiften voor in totaal zeventien gebruikte personenauto's. Voor zeven auto's claimt X een extra waardevermindering van 10%, die ook voor oud-huurauto's geldt. Volgens de inspecteur kan deze vermindering alleen worden toegepast als de auto's zelf aantoonbaar als huurauto's zijn ingezet en de gestelde waardevermindering ook kan worden onderbouwd.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat voor de waardebepaling alleen kan worden aangesloten bij referentieauto’s met een huurverleden als de ingevoerde auto's zelf oud-huurauto's zijn. X moet aannemelijk maken dat dit het geval is. Aan deze bewijslast heeft hij echter op geen enkele wijze voldaan. Over de na de bezwaarfase verleende teruggaven hoeft de inspecteur niet meer (belasting)rente te vergoeden dan volgt uit hoofdstuk VA van de AWR. Voor het meerdere (invorderingsrente) kan X zich wenden tot de ontvanger (zie HR 13 april 2018, nr. 17/01548, V-N 2018/27.6). De beroepen van X zijn ongegrond. Voorzover de beroepen zijn gericht tegen de weigering van ambtshalve vermindering verklaart de rechtbank zich onbevoegd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 4 augustus

  357
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen