Rechtbank Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij zelfstandig voor eigen rekening en risico werkzaamheden verricht. De werkzaamheden die X heeft verricht, heeft zij voor Q verricht.

Belanghebbende, X, is huisarts. Samen met haar dochter richt zij Coöperatieve Vereniging Huisartsenpraktijk Q op. X verricht medische werkzaamheden, die door Q in rekening worden gebracht, en factureert haar werkzaamheden vervolgens maandelijks bij Q. In haar IB-aangiften claimt X de ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur vast dat X geen IB-ondernemer is en dus geen recht heeft op de ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij zelfstandig voor eigen rekening en risico werkzaamheden verricht. De werkzaamheden die X heeft verricht, heeft zij voor Q verricht. De rechtbank wijst er daarbij op dat alle betalingen via Q lopen. Verder acht de rechtbank niet van belang dat X de werkzaamheden feitelijk heeft uitgevoerd, aangezien dat X niet tot ondernemer maakt. Verder kent de rechtbank geen waarde aan de in 2013, met terugwerkende kracht tot 2005, doorgevoerde structuurwijziging. Het is niet mogelijk om met terugwerkende kracht de geldstromen voor de medische behandelingen die via Q zijn verricht te wijzigen. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.4

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 19 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

  297
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen