Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht ROW bij witwasser X in aanmerking heeft genomen. Daarbij overweegt het hof onder andere dat X geen verklaring kan geven voor een aansluitverschil van € 80.000 bij de IB-aangiften 2011 en 2012.

X wordt strafrechtelijk vervolgd omdat hij een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen. In 2015 veroordeelt de rechtbank hem in verband hiermee tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Naar aanleiding van de strafrechtelijke procedure legt de inspecteur een IB-navorderingsaanslag 2011 op aan X. Hij corrigeert het inkomen van X daarbij met € 441.000 aan ROW. Rechtbank Noord-Holland stelt het ROW vast op 300.000.

Hof Amsterdam oordeelt dat terecht € 300.000 aan ROW aan inkomsten uit witwassen bij X in aanmerking is genomen. Het hof stelt daarbij vast dat X in zijn IB-aangifte 2010 aangeeft dat hij ultimo 2010 voor € 245.000 aan vorderingen heeft uitstaan en tevens dat hij over € 245.000 aan ‘contant geld en vorderingen’ beschikt. Bij een bedrag aan € 245.000 aan vorderingen is er dan geen ruimte voor cash geld. Vervolgens stelt het hof vast dat X in zijn IB-aangifte 2011 aangeeft dat hij op 1 januari 2011 over € 165.000 aan ‘contant geld en (overige) vorderingen’ beschikt. Voor het aansluitverschil van € 80.000 (€ 245.000 -/- € 165.000) heeft X geen verklaring. Verder hecht het hof geen waarde aan de verklaring van X dat hij in april 2011 geld op zijn rekening heeft gestort uit de liquide middelen waarover hij op 1 januari 2011 beschikte. Uit zijn aangiften volgt namelijk dat X op dat moment niet over cash geld beschikte. Volgens het hof vertoont de aangifte van X ernstige gebreken en heeft de inspecteur de omvang van de inkomsten niet tot een te hoog bedrag in aanmerking genomen. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.90

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 29 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

  754
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen