Inleiding

Op 28 april 2022 zijn de contouren box 3 vanaf 2025 bekendgemaakt. In een Kamerbrief van 25 juni 2022 schetst de staatssecretaris de planning om in 2025 te komen tot een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. De realisatie van deze planning is afhankelijk van meerdere factoren. De Belastingdienst stelt begin 2023 een uitvoeringstoets op. Daarna wordt definitief uitspraak gedaan over de haalbaarheid van de gewenste inwerkingtreding per 2025.

1. Contourennota

In de Kamerbrief over contourennota voor box 3-heffing op basis van werkelijk rendement • 15-04-2022 worden de contouren voor het voorstel van de belastingheffing vanaf 2025 beschreven. Het voorstel is een vermogensaanwasbelasting waarbij in box 3 belast worden reguliere inkomsten en waardeontwikkelingen. Uit de Kamerbrief kunnen de volgende contouren ontleend worden:

  • Voor de waardes van spaar- en beleggingsproducten wordt aangesloten bij de door de financiële instellingen te verstrekken financiële jaaroverzichten.
  • De waardes van onroerende zaken worden vanaf 2025 aanvankelijk nog forfaitair belast. Op een later moment zal de waarde op basis van de werkelijke waarde belast worden.
  • De rente op vorderingen en schulden zal als positief inkomen belast zijn bij de schuldeiser en als negatief inkomen aftrekbaar bij de schuldenaar. Kwijtschelding leidt tot een positieve vermogensmutatie bij de schuldenaar en een negatieve vermogensmutatie bij de schuldeiser. Af- en opwaardering leidt alleen bij de schuldeiser tot een vermogensmutatie.
  • Er wordt nog onderzocht hoe de belastingheffing over het werkelijke rendement voor overige bezittingen vormgegeven kan worden.
  • Ook wordt nog onderzocht welke kosten eenduidig zijn toe te wijzen aan de inkomsten uit vermogen en aftrekbaar zijn en welke kosten als niet aftrekbaar moeten worden beschouwd.
  • Verrekening van verliezen in box 3 zal waarschijnlijk alleen binnen box 3 mogelijk zijn. De termijn van verliesverrekening moet nog worden onderzocht.
  • Er komt een heffingsvrij inkomen. De hoogte hiervan is nog niet bekend.
  • Ook het tarief (vlaktaks, progressief, hoogte?) is nog niet bekend.
  • De huidige vrijstellingen blijven zoveel mogelijk gehandhaafd, tenzij deze overgang aanleiding is om de vrijstelling anders vorm te geven of af te schaffen.
  • Er zijn nog een groot aantal technische vraagstukken die nog nader onderzocht worden. Het gaat daarbij onder meer om:
    • onzakelijke elementen bij het belasten van het werkelijke rendement,
    • verhouding met de schenk- en erfbelasting bij kwijtschelden van vorderingen,
    • liquiditeitseffecten bij heffing over niet-gerealiseerde waardemutaties,
    • bestanddelen die gesplitst zijn in blooteigendom en vruchtgebruik,
    • arbitrage-effecten die optreden door de gewijzigde verhouding waarop inkomsten uit vermogen worden belast ten opzichte van andere regimes, zoals box 2,
    • positie van binnenlandse belastingplichtigen met vermogen in het buitenland of buitenlandse belastingplichtigen,
    • de gevolgen van persoonlijke omstandigheden zoals het aangaan en beëindigen van een fiscaal partnerschap, overlijden en migratie.

Mede aan de hand van bovenstaande contouren zal een conceptwetsvoorstel ter internetconsultatie worden aangeboden. Het voornemen is om het wetsvoorstel uiteindelijk voor het zomerreces 2023 aan de Tweede Kamer een te bieden.

Op 9 juni 2022 beantwoordde Staatssecretaris Van Rij feitelijke vragen van de vaste commissie voor Financiën naar aanleiding van de contourennota box 3-heffing op basis van werkelijk rendement (Antwoorden op feitelijke vragen contourennota box 3-heffing op basis van werkelijk rendement • 09-06-2022 en Kamervragen over feitelijke vragen contourennota box 3-heffing • 09-06-2022 • 2022-0000160751). Hieruit blijkt onder meer dat op dit moment wordt nagedacht over de vormgeving van een verliesverrekening. De staatssecretaris geeft aan dat het voor de hand ligt om de verliesverrekening zo vorm te geven dat verliezen uitsluitend kunnen worden verrekend met de box 3-inkomsten uit andere jaren.

Pas nadat besluitvorming over de vormgeving van het nieuwe box 3-stelsel heeft plaatsgevonden is het voor de Belastingdienst mogelijk om een uitvoeringstoets op de uitwerking van de wetgeving te doen. Dit is voorzien voor het vierde kwartaal van 2022. Hierna ontstaat meer duidelijkheid over de gevolgen van het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement en doorwerking naar toeslagen en andere (inkomensafhankelijke) regelingen.

Uit de antwoorden volgt verder dat de waardeontwikkeling van vastgoed eerst nog forfaitair zal worden belast, waarbij zo snel mogelijk de overstap wordt gemaakt naar werkelijk rendement. Naar de invulling van de forfaitaire vaststelling wordt op dit moment onderzoek gedaan. Zolang de waardeontwikkeling van onroerende zaken in box 3 forfaitair wordt belast, worden de kosten die rechtstreeks samenhangen met deze waardeontwikkeling ook via een kostenforfait in aanmerking genomen. Op dit moment wordt ook onderzoek gedaan naar de kostensoorten in een kostenforfait.

Bij de vormgeving van het nieuwe stelsel wordt daarnaast aandacht besteed aan de eventuele mogelijkheid tot planning of arbitrage door het beïnvloeden van de omvang van de reguliere voordelen, bijvoorbeeld het uitlenen van geld door ouders aan kinderen tegen een rente die lager is dan de marktrente en de negatieve waardeontwikkelingen van vorderingen bij kwijtschelden van financieel volwaardige vorderingen in gelieerde verhoudingen.

2. Planning

Staatssecretaris Van Rij schetste op 25 juni 2022 in een Kamerbrief de planning om in 2025 te komen tot een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (Kamerbrief over planning Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 2025 • 25-06-2022 • 2022-0000172543).

De planning en implementatie van de wetgeving ziet er als volgt uit:

  • Concept-wetgeving gereed: derde kwartaal 2022;
  • Start voorbereiding Belastingdienst en ketenpartners: derde kwartaal 2022;
  • Start voorbereiding inrichten intern proces Belastingdienst: nog te bepalen;
  • Internetconsultatie, toetsen en adviezen: vierde kwartaal 2022;
  • Advies Raad van State: eerste kwartaal 2023;
  • Aanhangig maken bij Tweede Kamer: voor zomerreces 2023;
  • Specificaties voor gegevensaanlevering ketenpartners beschikbaar: nog te bepalen;
  • Aanhangig maken bij Eerste Kamer: vierde kwartaal 2023;
  • Verwachte publicatie in Staatscourant: december 2023;
  • Implementatie ICT-systemen ketenpartners: nog te bepalen;
  • Implementatie ICT-systemen Belastingdienst: nog te bepalen;
  • Test gegevensuitwisseling ketenpartners en Belastingdienst >> nog te bepalen;
  • Gewenste inwerkingtreding wetgeving >> 1 januari 2025;
  • Registratie aanvullende gegevens door ketenpartners: nog te bepalen;
  • Verwerken gegevens in VIA: nog te bepalen.

Let op: de realisatie van deze planning is afhankelijk van meerdere factoren, zoals oplevering wetgeving, ruimte in IV-portfolio van de Belastingdienst en in die van externe ketenpartners, zoals banken en verzekeraars. De Belastingdienst stelt begin 2023 een uitvoeringstoets op. Daarna wordt definitief uitspraak gedaan over de haalbaarheid van de gewenste inwerkingtreding per 2025.

3. Aangenomen moties

Met betrekking tot het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2025 zijn in de Tweede Kamer al een aantal moties aangenomen:

  • Motie van de leden Nijboer en Maatoug over alternatieven om ook het rendement op vastgoed direct mee te nemen bij de start van het nieuwe stelsel • 05-07-2022 • 32140-123
  • Motie van het lid Grinwis over bij de verdere uitwerking van de vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement uitgaan van de werkelijke waarde van vastgoed • 05-07-2022 • 32140-125
  • Motie van de leden Romke de Jong en Kat over rekening houden met de doelstellingen van schuldhulpverlening • 05-07-2022 • 32140-127
  • Motie van het lid Omtzigt over in kaart brengen hoe verschillende vormen van vermogen belast worden • 05-07-2022 • 32140-129