1. Beleidsregel werktijdverkorting ingetrokken

Bijgewerkt op 1 april 2020, 9.45 uur

De werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling), die is opgenomen in de Beleidsregel ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, heeft als doel werkgevers in staat te stellen hun personeel te behouden als ze tijdelijk te maken krijgen met een fors werkurenverlies door een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. De uitbraak van het coronavirus is zo’n calamiteit. Dit heeft sinds die uitbraak geleid tot een ongekend groot beroep op deze regeling (bij het intrekken van de regeling 55.000 aanvragen voor bijna 800.000 werknemers). Hier is de regeling niet op berekend.

Daarom heeft de minister van SZW de regeling met ingang van 17 maart 2020, 18.45 uur ingetrokken. Nieuwe ontheffingen worden niet meer verleend en een reeds verleende ontheffing wordt niet verlengd.

In de plaats daarvan geldt de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) (zie hierna in dit deel van het Dossier Corona). Werkgevers en werknemers kunnen met de NOW sneller kunnen worden bediend terwijl toch wordt voldaan aan de doelstelling van de beleidsregel, namelijk het dempen van de gevolgen van buitengewone omstandigheden die het de werkgever belemmeren of onmogelijk maken om ten volle de loonkosten van zijn werknemers te blijven voldoen.

Aanvragen om werktijdverkorting die voor 17 maart 2020, 18.45 uur zijn ingediend, maar nog niet zijn afgehandeld zullen worden beschouwd als aanvragen voor de NOW, zodat werkgevers niet opnieuw een aanvraag hoeven in te dienen; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de afhandeling van de aanvragen die onder de tegemoetkomingsregeling worden afgedaan zal de datum van aanvraag niet van invloed zijn op de hoogte van de te ontvangen tegemoetkoming.

Werkgevers die nu al gebruik maken van de wtv-regeling kunnen hun wtv-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor de NOW-subsidie doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden onder de wtv-regeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling van de NOW in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020. Zo wordt dubbele financiering voorkomen.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Stcrt. 2020, 17126; beleidsregel minister van SZW 17-3-2020 houdende de beëindiging van de mogelijkheid tot ontheffing van het verbod op werktijdverkorting, Stcrt. 2020, 17126; Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, Stcrt. 2020, 19874

2. Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 1.0)

Bijgewerkt op 29 mei 2020, 10.50 uur

Werkgevers die te maken hebben met ten minste 20% acuut verwacht omzetverlies over een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden, kunnen – gerelateerd aan het omzetverlies – bij het UWV voor een periode van drie maanden een subsidie aanvragen. De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) voorziet in die subsidie.

NOW 1.0
De eerste tranche van de NOW voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten over de maanden maart, april en mei 2020. Dit wordt ook wel de NOW 1.0 genoemd. Ook voor de maanden juni, juli en augustus 2020 kan NOW worden aangevraagd. Deze tweede tranche wordt aangeduid als NOW 2.0 en wordt hierna in een apart onderdeel behandeld in dit deel van het Dossier Corona. In dit onderdeel komt alleen de NOW 1.0 aan de orde, hierna verder aangeduid als NOW.

De subsidie bestaat uit een tegemoetkoming in de loonkosten ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100% door. Werkgevers hoeven daarbij niet aan te tonen waardoor de omzetdaling is veroorzaakt. Dat kan overigens ook een andere bijzondere omstandigheid zijn dan de uitbraak van het coronavirus. Zo valt bijvoorbeeld een omzetdaling door brand in het bedrijf ook onder de NOW.

Geen ontslag
Uitgangspunt is dat door de NOW zoveel mogelijk werkgelegenheidsverlies wordt voorkomen. Van de werkgever wordt dan ook verwacht dat hij in de periode van 18 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 bij het UWV geen verzoek doet om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen.

Deze voorwaarde geldt niet voor ontslagaanvragen die bij het UWV zijn ingediend in de periode van 1 maart 2020 tot en met 17 maart 2020.

Doet de werkgever toch een dergelijke ontslagaanvraag, dan heeft hij vijf dagen de tijd om deze weer in trekken om een extra vermindering ("boete") van de hoogte van de NOW-subsidie te voorkomen. Een vermindering van de loonsom leidt namelijk altijd tot een vermindering van het NOW-subsidiebedrag.

Loonkosten van werknemers
De subsidie is een tegemoetkoming voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde fictieve dienstbetrekking vallen ook onder de NOW.

Ook NOW: flexwerker, nulurencontract, uitzendkracht, payroll
De NOW geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract. Werkgevers kunnen NOW-subsidie ontvangen voor deze werknemers, voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt. De NOW is uitdrukkelijk ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemer met een nulurencontract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Ook zij kunnen via de NOW een tegemoetkoming aanvragen en worden gecompenseerd voor de loonkosten van werknemers die zij in dienst houden.

Geen NOW: directeur/grootaandeelhouder (dga)
De niet-verzekerde directeur-grootaandeelhouders (dga) valt niet onder de NOW. Ook niet als de dga vrijwillig verzekerde is.

Hoogte NOW-subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de driemaandsperiode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. In formulevorm:

NOW = omzetdaling% x loonsom per maand x 3 x 130% x 90%

Loonsom
Onder loonsom wordt verstaan het totale loon sociale verzekering uit tegenwoordige dienstbetrekking. Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven € 9538 per maand komt derhalve niet voor subsidie in aanmerking.

Gegevens over de loonsom baseert het UWV op de ingediende loonaangiften, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Zijn er nog geen aangiftegegevens over januari 2020 beschikbaar, dan neemt het UWV de loonaangifte over november 2019. Voor werkgevers met een aangiftetijdvak van vier weken wordt de aangifte verhoogd met 8,33% (13/12). Voor andere loontijdvakken geldt een herleiding naar een maandbedrag.

Correcties op de ingediende loonaangiften na 15 maart 2020 neemt het UWV niet mee.

Het aldus bepaalde bedrag van de loonsom per maand wordt vermenigvuldigd met drie en geeft dan de loonsom over de driemaandsperiode.

Als geen gegevens bekend zijn over zowel januari 2020 als november 2019 bestond aanvankelijk geen recht op de subsidie. Maar de NOW is met terugwerkende kracht aangepast voor werkgevers die over januari 2020 een nihil loonsom hadden, of geen loonsom hadden in januari 2020 en november 2019 (zie hierna onder Seizoenswerk/overname).

Opslag werkgeverslasten
Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit gebeurt via een forfaitaire opslag voor werkgeverslasten van 30% over de driemaandsperiode.

Naar rato omzetdaling
De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld (100% omzetdaling is 90% subsidie; 50% omzetdaling is 45% subsidie; minder dan 20% omzetdaling is 0% subsidie).

Meetperiode omzetdaling
De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een driemaandsperiode waarvan de startdatum valt op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier (afronden op een heel percentage naar boven). Met een meetperiode van drie maanden voor de omzetdaling wordt voorkomen dat een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet al in aanmerking komt voor een NOW-subsidie.

Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, moet de omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de startdatum tot 1 maart 2020 worden omgerekend naar een kwartaalbedrag. Dit geldt met terugwerkende kracht (maar alleen op verzoek) ook voor ondernemingen die voorafgaand aan de NOW (uiterlijk 1 februari 2020) een overname hebben gedaan en daardoor een vertekende omzet hebben. 

Omzetdaling bij concerns
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.

Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen gold aanvankelijk de omzetdaling op concernniveau. Heeft een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies, dan kregen de afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming. Ook buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland tellen mee.

Maar het kabinet heeft de concernbepaling aangepast, in het belang van behoud van werkgelegenheid. Concerns met minder dan 20% omzetverlies kunnen van een afwijkingsmogelijkheid gebruik maken. Daardoor kunnen zij toch voor individuele werkmaatschappijen NOW-subsidie aanvragen, op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij. Voor concerns die wel een omzetdaling van minimaal 20% hebben geldt de afwijkingsmogelijkheid niet.

Aan de afwijkingsmogelijkheid voor concerns worden de volgende extra voorwaarden verbonden:

  • De werkmaatschappij moet als onderdeel van het concern een eigen rechtspersoonlijkheid hebben.
  • Het concern moet voordat de NOW-subsidie wordt aangevraagd verklaren over 2020 geen dividend aan aandeelhouders en bonussen of winstdeling aan de Raad van Bestuur en directie uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering in 2021 waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld. Er geldt een uitzondering als op basis van afspraken met de Belastingdienst of wettelijke bepalingen dividend moet worden uitgekeerd. Wordt toch in strijd met de verklaring gehandeld, dan betekent dat automatisch dat de NOW-subsidie op nihil wordt gesteld.
  • De werkmaatschappij (de werkgever) moet voordat hij de NOW-subsidie aanvraagt een schriftelijke overeenkomst met de betrokken vakbonden of (bij minder dan 20 werknemers) met de personeelsvertegenwoordiging hebben over werkbehoud bij de werkmaatschappij.
  • De werkmaatschappij mag niet als personeels-BV binnen het concern fungeren.
  • Er mag binnen het concern niet geschoven worden met omzet of personeel en de omzet moet met consequente toepassing van waarderingsregels, interne verrekenprijzen en mutaties in de voorraad gereed product worden vastgesteld. Dit alles om te voorkomen dat de NOW-subsidie doelbewust wordt gemaximaliseerd. Als dat toch gebeurt moet de omzetdaling daarvoor worden gecorrigeerd. Bij de definitieve subsidievaststelling moet de werkgever hierover stukken aanleveren.
  • Een accountant moet controleren en verklaren dat aan al deze extra voorwaarden is voldaan. In de nog uit te werken accountantsstandaarden wordt dit nog nader gedefinieerd.

Als bij de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie blijkt dat in strijd met deze voorwaarden is gehandeld, dan wordt de NOW-subsidie op nihil vastgesteld.

Begrip omzet
De NOW-regeling verstaat onder omzet de netto-omzet, zoals deze in de jaarrekening van een rechtspersoon (zoals een NV, BV, stichting) of in de winstaangifte voor de inkomstenbelasting wordt berekend. Ook omzet die gewoonlijk met een andere term uit de normale uitvoering van de activiteiten van de werkgever wordt gerealiseerd, valt onder het begrip omzet. Denk aan termen als baten, uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten, bijdragen van overheidsinstellingen, giften of declaraties. Ook de correctie onderhanden werk is omzet.

Subsidies die de ondernemer wegens de coronacrisis ontvangt, zoals de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL, zie hierna in dit deel van het Dossier Corona), telt als omzet mee.

Aanvraag voorschot 80%
De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag indienen, alleen elektronisch via de website van het UWV (www.uwv.nl). De aanvraag kan worden ingediend tot en met 5 juni 2020. Aanvankelijk sloot de aanvraagtermijn op 31 mei 2020, maar door enkele verruimingen in de regeling is ook deze datum verschoven. Voor de aanvraag is geen eHerkenning of andere vorm van authenticatie en autorisatie nodig. De aanvraag geschiedt met het loonheffingennummer.

Bij de aanvraag dient de werkgever, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei 2020 wegens een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de crisis of calamiteit pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan hij aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking niet op 1 maart, maar op 1 april of 1 mei wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.

Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingennummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, moet de werkgever per loonheffingennummer een aanvraag indienen. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming verwacht; hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Bankrekening
Het bankrekeningnummer dat bij de aanvraag wordt opgegeven moet corresponderen met het in bij de Belastingdienst aan het loonheffingennummer gekoppelde bankrekeningnummer. Dat hoeft geen Nederlandse bankrekening te zijn, zolang het maar wel een SEPA-bankrekeningnummer is. De eis dat het om een Nederlandse bankrekening moet gaan, is vervallen.

Uitbetaling voorschot
Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal het UWV een voorschot verlenen van 80% van de berekende NOW-subsidie. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen twee tot vier weken.

Achteraf formele vaststelling NOW-subsidie
De werkgever moet na 6 oktober 2020 een formele vaststelling van de subsidie aanvragen. Hij heeft daarvoor dan 24 weken de tijd. Als een accountantsverklaring vereist is, is die termijn 38 weken. De aanvraag voor subsidievaststelling moet elektronisch via de website van het UWV worden ingediend.

De werkgever weet dan de werkelijke omzetdaling en het UWV kan de werkelijke loonsom per maand vaststellen, zodat de definitieve afrekening kan worden opgemaakt.

De datum 6 oktober 2020 geldt voor werkgevers die alleen een aanvraag voor NOW 1.0 hebben ingediend. Indien er zowel voor NOW 1.0 als NOW 2.0, of alleen voor NOW 2.0 een aanvraag is ingediend, kan vaststelling niet eerder dan na afloop van NOW 2.0 aangevraagd worden.

Een datum daarvoor wordt nog bekend gemaakt.

Werkelijke omzetdaling en accountantsverklaring/deskundigenverklaring
Bij de definitieve afrekening kan de meetperiode van de omzetdaling, die de werkgever bij de aanvraag van het voorschot heeft gekozen, niet meer worden aangepast. In beginsel moet de werkgever bij de werkelijke omzetdaling een accountantsverklaring of deskundigenverklaring voegen. Doet hij dat niet dan wordt de subsidie op nihil gesteld. 

Niet altijd is een accountantsverklaring of deskundigenverklaring nodig.

Een accountantsverklaring is alleen verplicht als het ontvangen voorschot € 100.000 of meer is of als het vast te stellen subsidiebedrag € 125.000 of meer is. Als bij een voorschot lager dan € 100.000 naderhand blijkt dat de subsidie toch op een bedrag van € 125.000 of hoger zal worden vastgesteld, zal de werkgever verzocht worden om alsnog een accountantsverklaring in te leveren. De werkgever krijgt daarvoor 14 weken de tijd.

Een deskundigenverklaring is noodzakelijk als het ontvangen voorschot € 20.000 of meer is of als het vast te stellen subsidiebedrag € 25.000 of meer is. Zo’n deskundigenverklaring kan bijvoorbeeld door een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie worden afgegeven.

Bij deze bedragen wordt telkens uitgegaan van het subsidiebedrag dat toegekend wordt aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of het concern (en dus niet per loonheffingennummer).

Concerns die van de afwijkingsmogelijkheid voor concerns gebruik maken, moeten altijd een accountantsverklaring overleggen.

Werkelijke loonsom en correcties
Het UWV bepaalt bij de formele vaststelling van de subsidie opnieuw de loonsom per maand, met de methode zoals die is toegepast bij de aanvraag van het voorschot. Op die loonsom worden de volgende correcties toegepast:

  • Uitkeringen die het UWV via de werkgever heeft uitbetaald (werkgeversbetalingen, zoals voor de Wet arbeid en zorg) en die in de loonsom zijn begrepen worden van de loonsom afgetrokken.
  • Uitbetaling vakantiebijslag wordt niet meegenomen in de vaststelling van de loonsom, tenzij de werkgever niet reserveert voor vakantiebijslag.
  • Als de werkgever niet reserveert voor vakantiebijslag, wordt de loonsom vermenigvuldigd met de factor 0,926 (100/108).
  • De maximering op € 9538 per werknemer per maand vindt plaats na toepassing van de voorgaande correcties.
  • Op de aldus bepaalde loonsom komt nog in mindering een extra periode salaris dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag is uitbetaald, zoals een dertiende maand. Het moet gaan om extra in de arbeidsovereenkomst overeengekomen loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald. Een eenmalige bonus of andere incidentele loonbetaling valt hier niet onder.

Na toepassing van deze correcties resulteert de gecorrigeerde loonsom per maand.

Als de werkelijke loonsom per maand over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 lager is dan deze gecorrigeerde loonsom (x 3), wordt de subsidie verlaagd met 90% van dat verschil x 130%. Bij verlies aan werkgelegenheid (blijkend uit het verlies aan loonsom) wordt de subsidie dus lager vastgesteld, bij gelijkblijvend percentage omzetverlies. Is de lagere loonsom veroorzaakt door ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, dan geldt zelfs een extra verlaging van de subsidie, in de vorm van een "boete" (zie hierna).

Een hogere loonsom leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie.

Bij de vaststelling van de werkelijke loonsom neemt het UWV de gegevens uit de uiterlijk op 19 juli ingediende of gecorrigeerde loonaangiften. Voor zover van toepassing gelden weer de correcties, de aftopping op € 9538 en de herleiding naar een maand bij andere aangiftetijdvakken.

Seizoenswerk/overname
De NOW hield oorspronkelijk geen rekening met seizoenspatronen, doordat het uitging van de maand januari 2020 in de berekeningen. Daardoor konden ondernemingen met een seizoenspiek niet in dezelfde mate van de NOW-subsidie gebruik maken als ondernemingen waar de loonkosten over het jaar minder fluctueren. De NOW 2.0 biedt hiervoor al gedeeltelijk een oplossing, door bij de berekening uit te gaan van de maand maart 2020.

Om seizoensbedrijven en hun werknemers verder tegemoet te komen, is de NOW 1.0 met terugwerkende kracht ook aangepast. De aanpassing is een extra compensatie voor werkgevers die wegens een seizoenspatroon of andere redenen (bijvoorbeeld een overname) een te lage, niet-representatieve loonsom in januari 2020 hadden ten opzichte van de subsidieperiode maart tot en met mei 2020.

De aanpassing geldt ook voor werkgevers die in januari 2020 een nihilloonsom of in januari 2020 en november 2019 helemaal geen loonsom hadden. Het UWV benadert in voorkomend geval deze werkgevers, als zij eerder een afwijzende beschikking hebben ontvangen.

De aanpassing werkt als volgt: als de loonsom van maart tot en met mei 2020 hoger is dan de loonsom van 3x januari 2020, wordt de loonsom van die drie maanden bij de vaststelling van de NOW-subsidie als uitgangspunt genomen. Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. De loonsommen van april en mei 2020 worden wel gemaximeerd op de loonsom van maart 2020. De loonsom van maart 2020 wordt gebaseerd op de uiterlijk 15 mei 2020 ingediende loonaangifte. De loonsom van april en mei 2020 op de uiterlijk 19 juli 2020 ingediende loonaangifte.  

Deze aanpassing leidt tot een aanvullende compensatie, maar pas op het moment van de formele vaststelling van de subsidie. Het berekening van het voorschot op de NOW blijft ongewijzigd (ook voor nieuwe gevallen). Uitbetaling van de aanvullende compensatie vindt dus plaats na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september 2020.

Het UWV past die aanvullende compensatie automatisch toe bij die werkgever voor wie dit voordelig uitpakt.

Als een onderneming een overname heeft gedaan, kan ook sprake zijn van een vertekend beeld in de loonsom. Ook dan geldt de aanvullende compensatie.

Beslistermijn
Binnen 52 weken na ontvangst van de formele subsidieaanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan, na verrekening van het voorschot, sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Extra verlaging bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen ("boete")
Als een werkgever na 17 maart 2020 toch ontslag aanvraagt bij het UWV en die ontslagaanvraag niet binnen vijf werkdagen daarna weer intrekt, wordt bij de definitieve vaststelling van de subsidie een extra vermindering ("boete") doorgevoerd ter grootte van 150% van de loonsom van die ontslagen werknemer (x 3 x 130% x 90%). Niet-naleving van de voorwaarde om geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen heeft dus extra financiële gevolgen voor de definitieve hoogte van de subsidie.

Administratie- en informatieplicht
De werkgever moet een zodanig controleerbare administratie beheren dat achteraf gecontroleerd kan worden of de subsidie terecht is verstrekt. De werkgever moet desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage verlenen in deze administratie. Ook heeft de werkgever de verplichting onmiddellijk melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor de NOW-subsidieverlening voldoet.

Verplichtingen werkgever
Een werkgever die NOW-subsidie toegekend heeft gekregen, moet zich aan de volgende verplichtingen en voorwaarden houden:

  • De loonsom zoveel mogelijk gelijk houden.
  • Na 17 maart 2020, gedurende het tijdvak van de NOW-subsidieverlening, geen verzoek om toestemming ontslag wegens bedrijfseconomische redenen indienen.
  • De NOW-subsidie uitsluitend aanwenden voor de betaling van de loonkosten.
  • De ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of de werknemers informeren over de subsidieverlening.
  • Voldoen aan de administratie- en informatieplicht.
  • Op de voorgeschreven wijze loonaangiften doen.
  • Opgave van de definitieve omzetdaling, eventueel met accountantsverklaring of deskundigenverklaring.

De werkgever wordt geacht met het aanvragen van de NOW-subsidie in te stemmen dat zijn naam en adres, als ook het voorschot en de definitieve subsidie openbaar gemaakt kunnen worden.

Opschorting/terugvordering
Het UWV mag de betaling van het NOW-voorschot opschorten, als sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, als niet aan verplichtingen en voorwaarden is voldaan.

Wtv-regeling
De NOW is de opvolger van de ingetrokken beleidsregel werktijdverkorting (wtv-regeling). Met de NOW kunnen meer en sneller werkgevers financieel tegemoet worden gekomen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd.

Voor 17 maart 2020, 18.45 uur ingediende wtv-aanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de NOW; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners.

Startdatum uitvoering NOW
Het UWV voert de regeling uit vanaf 6 april 2020.

Geen hardheidsclausule
De NOW kent geen hardheidsclausule. De NOW is een noodmaatregel die eenvoudig moet zijn voor het UWV om snel grote aantallen aanvragen te kunnen behandelen. Een hardheidsclausule brengt deze uitgangspunten in gevaar.

NOW 2.0
De NOW voorziet in eerste instantie in een subsidieverlening voor de loonkosten van maart, april en mei 2020. Deze eerste tranche van de NOW, wordt ook wel de NOW 1.0 genoemd. De tweede tranche van de NOW beslaat de loonkosten van juni, juli en augustus 2020. Het kabinet heeft de hoofdlijnen van de NOW 2.0 op 20 mei 2020 bekend gemaakt (zie hierna in dit deel van het Dossier Corona).

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, Stcrt. 2020, 19874; brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 31-3-2020, nr. 2020-0000046793; brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020, nr. 2020-0000049112; Stcrt. 2020, 20561; Schriftelijk verslag Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 10-4-2020, nr. 020-0000052689; brief staatssecretaris van SZW Antwoorden naar aanleiding van schriftelijk overleg Kamerbrief Tozo 10-4-2020, nr. 2020-0000052676; brief minister van SZW Moties en toezeggingen 22-4-2020, nr. 2020-0000057033; brief minister van SZW Tweede wijziging NOW 1-5-2020, nr. 2020-0000059207; Stcrt. 2020, 25372; brief minister van SZW Derde wijziging NOW 20-5-2020, nr. 2020-0000069947; Stcrt. 2020, 29256; brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518; Ministerie van SZW; UWV; Belastingdienst

3. Tweede tranche NOW (NOW 2.0)

Bijgewerkt op 29 mei 2020, 16.40 uur

De eerste tranche van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 1.0) (zie hiervoor in dit deel van het Dossier Corona) voorziet in een subsidieverlening voor de loonkosten van maart, april en mei 2020. Met de tweede tranche van de NOW (NOW 2.0) verleent het kabinet ook voor de maanden juni, juli, augustus en september 2020 subsidie voor loonkosten. Aanvankelijk gold de tweede tranche maar voor drie maanden, maar het kabinet maakte op 28 mei 2020 de verlenging met nog één maand bekend. 

De NOW 2.0 wijkt op een aantal punten af van de NOW 1.0. De NOW 2.0 is nog niet officieel gepubliceerd. De in dit deel opgenomen informatie is vooralsnog gebaseerd op drie brieven van het kabinet aan de Tweede Kamer.

NOW 2.0
In de NOW 2.0 wordt dezelfde systematiek toegepast als in de NOW 1.0. Werkgevers die te maken hebben met minimaal 20% verwachte omzetdaling over de maanden juni tot en met september 2020, kunnen bij het UWV een tegemoetkoming aanvragen, ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom, gerelateerd aan de omzetdaling.

Omzetdaling
De omzetdaling wordt vastgesteld over een viermaandsperiode die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Voor een werkgever die ook al een beroep heeft gedaan op NOW 1.0, moet deze omzetperiode aansluiten op de omzetperiode van de NOW 1.0.

Voor zowel de NOW 1.0 als de NOW 2.0 geldt dat subsidies die een ondernemer wegens de coronacrisis ontvangt, als omzet meetellen.

Loonsom
De referentiemaand voor de loonsom is onder de NOW 2.0 maart 2020. Onder de NOW 1.0 was dat nog januari 2020. Als peildatum voor het indienen van (correcties op) de loonaangifte geldt 15 mei 2020.

Werkgevers committeren zich om de lonen van de betrokken werknemers 100% door te betalen.

Opslag werkgeverslasten
De forfaitaire opslag voor werkgeverslasten bedraagt onder de NOW 2.0 40%. Onder de NOW 1.0 geldt een opslag van 30%.

Verlaging bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen ("boete")
Onder de NOW 1.0 committeert de werkgever zich om géén ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers, gedurende de periode waarover de NOW-subsidie ontvangen wordt. Als de werkgever in strijd met dit commitment handelt, wordt bij de vaststelling van de NOW-subsidie een extra verlaging doorgevoerd van 150% van de loonsom van de ontslagen werknemer.

Die boete wordt onder de NOW 2.0 aangepast. De verlaging van de NOW-subsidie wordt beperkt tot 100% (dus geen boete) van de loonsom van de ontslagen werknemers, bij ontslagen tot 20 werknemers.

Doet de werkgever een melding voor de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) en vraagt hij voor 20 of meer werknemers per WMCO-werkgebied ontslag aan, dan wordt, naast de reguliere 100%-verlaging, de uiteindelijke NOW-subsidie met 5% extra gekort. Die boete van 5% vervalt als er een akkoord is bereikt over de ontslagaanvraag tussen de werkgever en de betrokken vakbonden, personeelsvertegenwoordiging of werknemers of (bij gebreke van een akkoord) mediation tussen partijen is aangevraagd. De mediaton moet worden aangevraagd bij een commissie van de Stichting van de Arbeid.

Het gaat hierbij om ontslagaanvragen die in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 worden ingediend.

Het kabinet tornt niet aan bestaande regelgeving rondom ontslagbescherming bij bedrijfseconomisch ontslag, zoals de preventieve toets bij het UWV, de transitievergoeding en de verplichtingen uit de WMCO.

Als de WMCO van toepassing is, moet de werkgever op het aanvraagformulier van de NOW 2.0 verklaren dat hij gedurende een periode van vier weken zal overleggen met de vakbonden over de voorgenomen ontslagen. De ontslagaanvraag mag niet eerder worden ingediend dat vier weken nadat de WMCO-melding aan de vakbonden is gedaan.

Deze aanvullende voorwaarden van de NOW 2.0 gelden voor WMCO-meldingen die worden gedaan vanaf 29 mei 2020. 

Verbod op uitkering van dividend/bonus/winst en inkoop eigen aandelen
Bedrijven die gebruikmaken van de NOW 2.0 mogen over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dit moet bij aanvraag expliciet verklaard worden.

Bij bonussen beperkt het verbod zich tot de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie. Het strekt zich niet uit tot het overige personeel dat in het bedrijf werkzaam is en dat mogelijk variabel beloond wordt via bonussen. Onder bonussen worden zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen verstaan.

Het verbod geldt tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld. Het verbod geldt ook voor andere ondernemingen en instellingen die niet via een aandeelhoudersvergadering werken, zoals coöperaties.

Het verbod geldt niet voor dividend, bonussen en aandelen over 2019, aangezien de beslissingen daarover al genomen waren, maar pas in 2020 tot uitbetaling daarvan is overgegaan.

Om ervoor te zorgen dat het verbod proportioneel en controleerbaar is, geldt het alleen voor bedrijven die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is. De hoogte van dat grensbedrag wordt nog bekendgemaakt.

Scholing
Een aanvullende voorwaarde onder de NOW 2.0 is een inspanningsverplichting voor de werkgever om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. De scholing zelf is geen onderdeel van de NOW 2.0. Werknemers worden hierdoor in staat gesteld gemakkelijker te kunnen anticiperen op de veranderde arbeidsmarkt.

De NOW 1.0 bevat al de verplichting voor de werkgever om de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de werknemers te informeren over de verleende subsidie. Deze verplichting blijft bestaan. Het kabinet gaat er van uit de inspanningsverplichting rond scholing in deze informatieplicht wordt meegenomen.

Ter ondersteuning van de inspanningsverplichting komt het kabinet met een flankerend crisispakket onder de noemer “NL leert door” (zie hierna in dit deel van het Dossier Corona).

Aanvraag voorschot
Subsidieaanvragen staan open voor zowel werkgevers die een aanvraag voor NOW 1.0 hebben gedaan, als voor werkgevers die voor het eerst een beroep gaan doen op de NOW.

Het kabinet streeft naar openstelling van de NOW 2.0 per 6 juli 2020.

Op basis van de aanvraag voor de NOW 2.0 verstrekt UWV een voorschot van 80% op het subsidiebedrag aan de werkgever.

Formele vaststelling subsidie
Achteraf wordt vastgesteld wat de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of sprake is van een daling van de loonsom. Bij de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming kan een nabetaling of terugvordering aan de orde zijn.

Indien er zowel voor NOW 1.0 als NOW 2.0, of alleen voor NOW 2.0 een aanvraag is ingediend, kan vaststelling niet eerder dan na afloop van NOW 2.0 aangevraagd worden. Een datum daarvoor wordt nog bekendgemaakt.

Bron: brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518; brief kabinet noodpakket 2.0 28-5-2020, nr. 2020-0000074009; brief kabinet noodpakket 2.0 29-5-2020, nr. 2020-0000075592

4. Meewegen NOW bij ontslagaanvragen

Bijgewerkt op 15 april 2020, 12.30 uur

Het UWV neemt ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen nog steeds in behandeling, ook tijdens de coronacrisis. Bij dergelijke ontslagaanvragen geldt het reguliere toetsingskader voor ontslag, zoals neergelegd in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Ontslagregeling.

Dat betekent onder meer dat de werkgever aannemelijk moet maken dat het ontslag noodzakelijk is door het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering en dat er geen voor de hand liggende andere oplossingen zijn.

Maar het UWV zal bij de uitoefening van haar ontslagtaak de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wel meewegen. Dit sluit aan bij de doelstelling van de NOW (en andere noodmaatregelen) dat ontslag zoveel mogelijk voorkomen moet worden.

Ontslagaanvragen na 1 april 2020
Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend na 1 april 2020 geldt dat de werkgever aannemelijk zal moeten maken dat de NOW-subsidie in zijn geval geen voor de hand liggende andere oplossing is. Er moet, zoals altijd geldt, wel ruimte zijn voor de werkgever om dergelijke beslissingen te kunnen nemen. Bij de toetsing van die beslissing betracht het UWV dus terughoudendheid (de zogenoemde marginale toets).

Ontslagaanvragen voor 2 april 2020
Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend voor 2 april 2020 zal het UWV bij de toetsing van de ontslagaanvraag geen rekening houden met de NOW, aangezien pas vanaf 2 april 2020 volledige duidelijkheid bestond over de invulling van de voorwaarden die aan de NOW zouden worden verbonden.

Wel geldt dat ontslagaanvragen die zijn ingediend vanaf 18 maart 2020 en die niet of niet tijdig zijn ingetrokken, gevolgen hebben voor de hoogte van de NOW-subsidie.

Bron: brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020, nr. 2020-0000049112; toelichting bij de Regeling tot wijziging van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020, Stcrt. 2020, 20561.

5. Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS)

Bijgewerkt op 15 mei 2020, 11.30 uur

Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de regeling Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) per 27 maart 2020 opengesteld. De TOGS (die eerder bekend werd gemaakt onder de noemer Noodloket) is een eenmalige belastingvrije gift van € 4000 aan ondernemingen die rechtstreeks zijn getroffen door overheidsmaatregelen rond de coronacrisis. Ook bepaalde culturele instellingen, sportclubs en zorgaanbieders kunnen de TOGS aanvragen.

Gedupeerde onderneming
Door die overheidsmaatregelen zien ondernemingen, instellingen en zorgaanbieders (hierna ondernemingen) hun omzet geheel of grotendeels verdwijnen. De gemiste omzet kan bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de coronacrisis achter de rug is. Voor deze gedupeerde ondernemingen geldt dat een groot deel van hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Het gaat concreet om ondernemingen die:

  • Door overheidsingrijpen gedwongen hun deuren moeten sluiten;
  • Dicht moeten vanwege het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, ook met minder dan honderd personen; of
  • Direct getroffen zijn door het negatieve reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op basis hiervan is gekomen tot een eerste afbakening van de doelgroep die in aanmerking komt voor de TOGS:

  • eet- en drinkgelegenheden (restaurants, cafetaria’s, cafés en dergelijke);
  • bioscopen;
  • haar- en schoonheidsverzorging (kappers, pedicures, visagisten en dergelijke);
  • reisbemiddeling en reisorganisaties;
  • rijschoolhouders;
  • sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen;
  • bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters, schouwburgen en muziekscholen;
  • bepaalde groepen ondernemers in de detailhandel, zoals winkeliers, benzinestations, tuincentra.

Het gaat hierbij om ondernemingen die zijn gevestigd buiten de woning, maar er gelden uitzonderingen voor onder andere horecaondernemingen en ambulante ondernemingen (zie hierna voor een nadere toelichting op de vestigingsvereiste).

Uitbreiding doelgroep
Per 15 april 2020 is de doelgroep verder vergroot. Diverse contactberoepen – zoals tattooshops – die zich eerder nog niet konden aanmelden, omdat ze geen specifieke SBI-code hadden, krijgen toegang tot de TOGS. Ook zijn kleinere winkeliers in de voedselsector, dienstverlening zoals campings en taxibedrijven, gedupeerde agrarische recreatieondernemingen zoals een kampeerboerderij en gedupeerde ondernemingen in de toeleveringsketen zoals groothandels in retail en horeca, fotografen, film- en televisieproductiebedrijven, particuliere beveiliging, uitzendbedrijven en leasebedrijven toegevoegd.

Vanaf 22 april 2020 kunnen ook bepaalde gedupeerde zorgondernemingen zoals tandartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en thuiszorgwinkels de TOGS aanvragen.

Lijst met SBI-codes
Zie voor een gedetailleerde lijst met Standaard Bedrijfsindeling (SBI-codes) de website van de RVO (www.rvo.nl/vastgestelde SBI-codes).

Beoordeling bij afwijkende SBI-code
Ondernemers die, op basis van hun hoofd- of nevenactiviteit, menen in aanmerking te komen voor de TOGS, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een verkeerde SBI-code, kunnen dit melden bij de RVO. Het kabinet onderzoekt – op basis van de binnengekomen meldingen bij de RVO – of maatwerk geleverd kan worden door bijvoorbeeld een betere match te maken tussen bedrijfsactiviteit en SBI-code.

TOGS

Gedupeerde onderneming
Gedupeerde ondernemingen met een juiste SBI-code kunnen een eenmalige belastingvrije gift van € 4000 ontvangen, als zij verwachten gedurende de periode vanaf 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19:

  • Een omzetverlies van ten minste € 4000 zullen realiseren; en
  • Ten minste € 4000 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen rond de coronacrisis.

De TOGS geldt per onderneming en niet per vestigingseenheid. De TOGS moet worden gezien als aanvulling op andere overheidsondersteuning uit het noodpakket banen en economie.

Aan de besteding van de TOGS door ondernemingen worden geen nadere eisen gesteld.

Gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit
Als de gedupeerde onderneming niet met zijn hoofdactiviteit, maar wel met een nevenactiviteit met een juiste SBI-code staat ingeschreven in het handelsregister, bestaat vanaf 25 april 2020 ook recht op TOGS. Dit gold al sinds 15 april 2020 voor de zogenoemde gedupeerde agrarische recreatieonderneming, maar vanaf 25 april 2020 is dit voor alle gedupeerde ondernemingen van toepassing.

Er geldt wel de voorwaarde dat het te verwachten omzetverlies en de te verwachten vaste lasten uitsluitend betrekking hebben op die nevenactiviteit. Verwachte omzetverliezen of vaste lasten van andere activiteiten tellen niet mee.

Gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen
Een gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen (deze ondernemingen staan apart vermeld op de lijst met SBI-codes) komt vanaf 15 april 2020 in aanmerking voor de TOGS, maar alleen als die onderneming het omzetverlies verwacht te lijden doordat de onderneming voor minimaal 70% van zijn omzet afhankelijk is van direct gedupeerde ondernemingen of activiteiten die door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of ontraden worden.

Gedupeerde zorgonderneming
Een gedupeerde zorgonderneming (deze ondernemingen staan apart vermeld op de lijst met SBI-codes) komt vanaf 22 april 2020 in aanmerking voor de TOGS, maar alleen als die onderneming verwacht ook na een beroep te hebben gedaan op de continuïteitsbijdrage van zorgverzekeraars (zie Financiële maatregelen voor ondernemers in dit Dossier Corona), nog steeds omzetverlies en vaste lasten te hebben.

Voorwaarden

Inschrijving Kamer van Koophandel
Het moet gaan om een onderneming die op peildatum 15 maart 2020 ingeschreven was in het handelsregister, met een fysieke vestiging in Nederland, met een hoofd- of nevenactiviteit met bijbehorende SBI-code zoals vermeld op de lijst met SBI-codes, eventueel nader geclausuleerd.

Is de aanvraag gebaseerd op een geregistreerde nevenactiviteit, dan moet een onderneming uitsluitend op basis van die nevenactiviteit voldoen aan de eisen. Omzetverlies en vaste lasten die betrekking hebben op de geregistreerde hoofdactiviteit of andere nevenactiviteiten mogen niet meewegen in de aanvraag.

Ondernemingen die zich na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht hebben ingeschreven of de SBI-code hebben aangepast, komen niet in aanmerking. Alleen ondernemingen die niet in staat van faillissement verkeren en waarvoor geen verzoek tot surseance van betaling is ingediend, komen voor de TOGS in aanmerking.

Maximaal 250 werknemers
De TOGS is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (MKB), inclusief zzp’ers, omdat deze groep doorgaans het hardst getroffen wordt door omzetverlies, hoge vaste kosten heeft en weinig financiële buffer heeft. Daarom geldt als voorwaarde dat er maximaal 250 personen werkzaam mogen zijn bij de onderneming.

Vestigingsvereiste
De TOGS wordt alleen verstrekt aan ondernemingen met minimaal één vestiging buiten de woning waar zij zelf wonen (het privéadres van de eigenaar of eigenaren). Ook is toegestaan dat de onderneming in de privéwoning is gevestigd, maar dan moet die vestiging fysiek zijn afgescheiden en een eigen opgang of toegang hebben. Die fysieke afscheiding moet de ondernemer kunnen aantonen met bewijsstukken, zoals een huur- of koopovereenkomst of de aftrekpost van een werkruimte in de belastingaangifte inkomstenbelasting.

De vestigingsvereiste geldt niet voor:

  • Horecaondernemingen ingeschreven in het handelsregister onder de SBI-codes 56.10.1, 56.10.2 of 56.30 (bijvoorbeeld restaurant, café, fastfoodrestaurant, cafetaria, ijssalon, eetkraam). Wel moet een horecaonderneming ten minste één horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben.
  • Ambulante ondernemingen ingeschreven in het handelsregister onder de SBI-codes 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 50.30, 85.53 of 93.21.2 (bijvoorbeeld markthandel, binnenvaartdienstverlening (passagiersvaart en veerdienst), auto- en motorrijschool, taxibedrijf, touringcaroperator, kermisexploitant).

Bij een groot deel van deze ondernemers komt het vestigingsadres overeen met het woonadres van die ondernemer. Aangezien deze specifieke groep van ondernemers ook hoge vaste kosten heeft, is het niet wenselijk deze groep uit te sluiten van de TOGS. 

Staatssteun
De TOGS wordt niet verstrekt als de algemene de-minimisverordening (staatssteun) zich hiertegen verzet. Dat betekent dat de onderneming moet voldoen aan het zogenoemde de-minimisplafond per onderneming. Dat is een plafond van € 200.000 aan de-minimissteun per drie belastingjaren (het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren).

Verder is van belang dat dit plafond geldt per onderneming en niet per vestiging van de onderneming. Concreet betekent dit dat de onderneming minstens € 4000 aan ruimte voor de-minimissteun moet hebben.

Private sector
Overheidsbedrijven zijn uitgezonderd van de TOGS.

Aanvraag
Aanvragen kunnen worden ingediend bij de RVO vanaf 27 maart 2020 t/m 26 juni 2020 op de website www.rvo.nl/tegemoetkomingcorona. Bij de aanvraag is een eHerkenningsmiddel niveau 1 of hoger nodig of een DigiD. Ook ondernemers kunnen inloggen met Digid.

Bij de aanvraag moet de onderneming met een aantal vinkjes een verklaring inleveren omtrent het omzetverlies (dus geen bewijs) en de vaste kosten en nog een aantal verklaringen over het voldoen aan de (voor die onderneming geldende specifieke) voorwaarden van de TOGS. In het geval van een fysiek afgescheiden vestiging thuis, moeten ook de bewijsstukken daarvan bij de aanvraag worden overgelegd.

De RVO behandelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst. De bedoeling is dat aanvragers die voldoen aan de voorwaarden binnen twee weken na het indienen van de aanvraag de TOGS-gift ontvangen. De beslistermijn van de RVO op de aanvraag is formeel drie weken. Intermediairs moeten over een machtiging beschikken om de aanvraag namens hun klant te kunnen doen, maar die machtiging hoeft niet meegestuurd te worden met de aanvraag.

Controle
De RVO heeft de mogelijkheid om achteraf te toetsen of de aanvrager daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet en eventueel noodzakelijke bewijsstukken heeft overgelegd. Als dit niet het geval is, kan de TOGS-beschikking binnen vijf jaar na verstrekking daarvan ingetrokken worden of kan de hoogte worden herzien. Er volgt dan gehele of gedeeltelijke terugvordering, eventueel met verrekening van wettelijke rente. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de onderneming een valse verklaring over het te verwachten omzetverlies of de verwachte vaste kosten heeft aangeleverd.

Belastingvrijstelling
De eenmalige TOGS-gift is belastingvrij. Het kabinet gaat deze vrijstelling meenemen in het wetgevingspakket Belastingplan 2021.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief minister van EZK tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 27-3-2020, nr. DGBI-O/20087452; Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19, Stcrt. 2020, 19159; brief minister van EZK Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren en aanvullende maatregelen op het gebied van financiering voor bedrijven 7-4-2020, nr. DGBI/20094755; Besluit noodmaatregelen coronacrisis 6-5-2020, nr. 2020-9594, Stcrt. 2020, 26066; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); Regeling uitbreiding van de sectoren die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, Stcrt. 2020, 22337; nieuwsbericht ministerie van EZK 28-4-2020; brief minister van EZK beantwoording vragen over de 2e incidentele suppletoire EZK-begroting inzake noodpakket banen en economie 4-5-2020, nr. FEZ/20127323; Regeling wijziging beleidsregel TOGS opdat ondernemers tevens met hun nevenactiviteit in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming, Stcrt. 2020, 26906; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

 

6. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL)

Bijgewerkt op 29 mei 2020, 16.10 uur

Voor die MKB-bedrijven die het hardst geraakt worden door de coronacrisis doordat ze de effecten voelen van de overheidsmaatregelen komt de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL). De TVL is de opvolger van Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) (zie hiervoor in dit deel van het Dossier Corona).

Een getroffen bedrijf dat tot de doelgroep behoort krijgt afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten, en de mate van omzetderving een belastingvrije tegemoetkoming voor vaste lasten tot een maximum van € 50.000 voor vier maanden tot 1 oktober 2020. Voorwaarde is dat het bedrijf een omzetverlies heeft van minimaal 30%.

De TVL staat open voor dezelfde sectoren als waarvoor de TOGS gold. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gaat de TVL uitvoeren. Het loket zal medio juni 2020 open gaan. 

Het budgettair beslag wordt geraamd op circa € 1,4 miljard.

Het kabinet moet de formele regeling met alle details nog bekendmaken.

Bron: brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518; brief kabinet noodpakket 2.0 28-5-2020, nr. 2020-0000074009; brief kabinet noodpakket 2.0 29-5-2020, nr. 2020-0000075592; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

7. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Bijgewerkt op 29 mei 2020, 16.15 uur

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen derven veel zelfstandige ondernemers noodgedwongen inkomsten. Het kabinet ondersteunt deze groep, zodat zij na de coronacrisis hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet heeft daarom een tijdelijke voorziening ingesteld die met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 is ingegaan: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

De Tozo is een aparte AMvB gebaseerd op de Participatiewet en geldt naast het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Zelfstandigen met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op de Tozo, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Tozo 1 en Tozo 2
De looptijd van de Tozo was aanvankelijk tot en met 31 mei 2020, maar het kabinet heeft de regeling met drie maanden verlengd. De einddatum van deze met drie maanden verlengde zogenoemde Tozo 2 is 31 augustus 2020. Overigens is Tozo 2 geen nieuwe AMvB, de formele verlenging gaat via een ministeriële regeling. De verlenging met drie maanden tot 1 september 2020 is inmiddels in de Staatscourant verschenen. Vervolgens heeft het kabinet besloten tot nog een maand extra verlenging, die extra vierde maand september 2020 moet formeel nog verschijnen, maar dat vergt ook een wijziging van de officiële AMvB. 

Waar hierna over Tozo 2 wordt gesproken, wordt bedoeld de specifieke en afwijkende bepalingen van de Tozo in het tijdvak 1 juni 2020 tot en met 31 augustus 2020. Met Tozo 1 wordt de Tozo over het tijdvak 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 bedoeld. Voor het overige zijn de bepalingen van de Tozo gedurende het tijdvak 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 hetzelfde.

Zodra de verlenging van Tozo 2 met de maand september 2020 is geformaliseerd, wordt de tekst van dit onderdeel geactualiseerd.

Bijstand
Een zelfstandige kan een aanvraag indienen voor:

  • Een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (algemene bijstand als inkomensondersteuning), voor zaken als boodschappen en huur.
  • Een lening voor bedrijfskapitaal voor liquiditeitsproblemen.

Inkomensondersteuning
De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van € 1500 netto en voor alleenstaanden vanaf 21 jaar tot € 1050 netto per maand. De gebruikelijke lagere bijstandsnormen gelden voor jongeren van 18 tot 21 jaar.

Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn, is € 1500 netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd.

De inkomensondersteuning wordt in één keer toegekend voor een periode van maximaal zes (onder Tozo 1 was dit maximaal drie) aaneengesloten maanden, gelegen in de periode tussen 1 maart 2020 en 1 september 2020. De inkomensondersteuning onder Tozo 2 kan alleen worden toegekend over de maanden juni, juli en augustus 2020. Een overlappende maand onder Tozo 1 en Tozo 2 is niet toegestaan. Zoals hiervoor vermeld wordt Tozo 2 nog met de maand september 2020 verlengd.

De inkomensondersteuning wordt maandelijks als gift uitbetaald en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

De inkomensondersteuning telt mee voor het toetsingsinkomen van de inkomensafhankelijke toeslagen als huurtoeslag en zorgtoeslag en bij de bepaling van de hoogte van inkomensafhankelijke bijdragen in de zorg.

Lening
Zelfstandigen kunnen per onderneming een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157 krijgen om liquiditeitsproblemen op te lossen in de maanden maart, april of mei 2020 of onder Tozo 2 juni, juli of augustus 2020 en na de verlenging van Tozo 2 ook de maand september 2020.

Als zelfstandigen deze leningsmogelijkheid van € 10.157 nog niet volledig hebben benut, kunnen zij onder Tozo 2 de nog niet benutte ruimte met een tweede lening bijlenen.

Gehuwden die beide zelfstandige met een eigen onderneming zijn, kunnen ieder voor hun eigen onderneming een lening aanvragen.

Het rentepercentage is 2% en de maximale looptijd is drie jaar. Tot 1 januari 2021 is de lening aflossingsvrij, de renteberekening start vanaf het moment dat de lening is verstrekt. Vanaf 1 januari 2021 moet de zelfstandige rente en aflossing daadwerkelijk gaan betalen.

Voorwaarden
De Tozo bevat de volgende elementen en voorwaarden:

  • Geen toets op levensvatbaarheid van de onderneming. De zelfstandige moet bij de aanvraag van inkomensondersteuning verklaren dat zijn onderneming financieel is geraakt door de coronacrisis. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit uit eigen beweging doorgeven aan de gemeente. Bij de aanvraag voor een lening moet de zelfstandige verklaren en aannemelijk maken dat sprake is van liquiditeitsproblemen veroorzaakt door de coronacrisis en aanvullend onder Tozo 2 dat geen sprake is van surseance of faillissement.
  • Geen vermogenstoets (zoals spaargeld, eigen huis).
  • Geen toets op het inkomen van de echtgenoot/partner. Ook een teruggave van inkomstenbelasting telt niet mee als inkomen. Onder Tozo 2 geldt wel een toets op het inkomen van de partner. Bij de aanvraag van Tozo 2 moeten de ondernemer en diens partner verklaren dat er sprake is van een situatie waarin het huishoudinkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen door de coronacrisis.
  • Geen toepassing van de kostendelersnorm. Het niet toepassen van de kostendelersnorm is overigens in strijd met de Participatiewet. Het kabinet komt zo snel mogelijk met een reparatiewet.
  • Zelfstandigen die over de periode dat de inkomensondersteuning wordt gevraagd meer verdienen dan de bijstandsnorm of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan de bijstandsnorm, krijgen geen inkomensondersteuning. Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd wordt in aanmerking genomen. Betalingen van facturen voor eerder verricht werk blijven buiten beschouwing. 
  • De zelfstandige die al algemene bijstand op grond van het Bbz ontvangt, heeft geen recht op inkomensaanvulling op grond van de Tozo. Samenloop met een lening kan wel.
  • De eenmalige gift van € 4000 die via Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) kan worden verstrekt aan zelfstandigen wordt niet verrekend met de inkomensondersteuning. De TOGS telt wel mee bij de beoordeling van de aanvraag van de lening. Het voorgaande zal waarschijnlijk ook voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) gaan gelden.
  • De regeling geldt alleen voor Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, die wonen en rechtmatig verblijven in Nederland (zie hierna voor grensoverschrijdende zelfstandigen). Een uitzondering op de leeftijdsgrens geldt voor AOW-gerechtigde zelfstandigen: zij kunnen ook de lening voor bedrijfskapitaal aanvragen.
  • De gevestigde zelfstandige voldoet aan het urencriterium van de zelfstandigenaftrek uit de inkomstenbelasting (minimaal 1225 uur per jaar gewerkt als zelfstandige). Als nog geen jaar geleden de onderneming gestart is, dan geldt het urencriterium naar rato van het aantal maanden of weken dat is gewerkt.
  • Het bedrijf of zelfstandig beroep wordt hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend (zie hierna voor grensoverschrijdende zelfstandigen), voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf en was op 17 maart 2020 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • Bij ondernemers die samenwerken in een maatschap, vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap, BV of coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid wordt de lening alleen verleend als iedere compagnon respectievelijk de BV of coöperatie zich hoofdelijk aansprakelijk stelt. Een uitzondering geldt voor de stille vennoot of maat die alleen arbeid inbrengt.
  • De lening wordt niet verstrekt als de algemene de-minimisverordening (staatssteun) zich hiertegen verzet.
  • Als de zelfstandige zich niet houdt aan de betalingsverplichtingen van de lening, kan de gemeente de lening onmiddellijk opeisen. Dat geldt ook in gevallen als verkoop, beëindiging of faillissement. De gemeente kan zekerheden van de zelfstandige verlangen.

Grensoverschrijdende zelfstandigen
De zelfstandige die in Nederland woont, maar buiten Nederland zijn bedrijf heeft of zijn zelfstandig beroep uitoefent, kan ook aanspraak maken op bijstand voor levensonderhoud. De grensoverschrijdende zelfstandige moet dit kunnen aantonen met een inschrijving in een register dat vergelijkbaar is met het Nederlandse handelsregister. De aanvraag kan vanaf 8 mei 2020 worden ingediend in de gemeente waar de zelfstandige woont. Deze zelfstandige is voor de financiële ondersteuning voor zijn bedrijf aangewezen op de regeling van het land waar het bedrijf gevestigd is.

Voor de omgekeerde situatie (wonen buiten Nederland, maar bedrijf/beroep in Nederland) bestaat aanspraak op bijstand voor bedrijfskapitaal. Als extra eis wordt gesteld dat deze grensoverschrijdende zelfstandige premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen. Voor levensonderhoud is deze zelfstandige aangewezen op de sociale bijstand in het woonland. Deze zelfstandigen kunnen hun aanvraag vanaf 18 mei 2020 indienen bij de gemeente Maastricht en dus niet bij de Nederlandse gemeente waar het bedrijf of zelfstandig beroep gevestigd is.

Onder “buiten Nederland” is voor de Tozo beperkt tot alle lidstaten van de Europese Unie (inclusief het Verenigd Koninkrijk), Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.

Directeur/grootaandeelhouder (dga)
Ook een directeur/grootaandeelhouder van een BV (dga) kan een beroep doen op de Tozo. De dga moet dan aan het urencriterium voldoen. Er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk maken dat zijn BV nu geen salaris kan uitbetalen.

De nettowinst uit een BV na aftrek van vennootschapsbelasting moet naar rato van het aantal aandeelhouders als inkomen worden beschouwd.

Aanvraag
De aanvraag voor de Tozo moet digitaal bij de gemeente waar de zelfstandige woont worden ingediend. Voor Tozo 1 eindigt de aanvraagtermijn op 31 mei 2020. Tozo 2 kan worden aangevraagd vanaf 1 juni 2020. Binnenvaartschippers moeten de Tozo aanvragen in de gemeente waar zij op het aanvraagmoment liggen. In het buitenland wonende zelfstandigen moeten de aanvraag indienen bij de gemeente Maastricht. De aanvraag voor Tozo 1 krijgt automatisch terugwerkende kracht naar 1 maart 2020, die voor Tozo 2 naar 1 juni 2020.

In de aanvraag moet de zelfstandige gemotiveerd verklaren dat zijn bedrijf of zelfstandig beroep financieel is geraakt door de coronacrisis. Ook moet hij over de periode dat inkomensondersteuning wordt gevraagd het verwachte of daadwerkelijke inkomen opgeven.

Gemeenten streven ernaar binnen vier weken op een aanvraag te beslissen. Als dat niet lukt moet de gemeente binnen vier weken een voorschot op de inkomensaanvulling te verstrekken, tenzij uit de aanvraag al duidelijk blijkt dat geen recht bestaat op de inkomensaanvulling. Een voorschot op de lening is niet mogelijk.

Controle
Het kabinet doet een oproep aan zelfstandigen om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat echt nodig is. Gemeenten gaan achteraf controleren of de Tozo rechtmatig is aangevraagd en bij fraude terugvorderen met boetes. De inlichtingenplicht van de Participatiewet is onverkort van toepassing.

Tozo, NOW en andere financiële ondersteuning
De Tozo-regeling is bedoeld als ondersteuning voor de zelfstandige zelf, zowel voor de zelfstandige met personeel als voor de zzp’er. Een zelfstandige met personeel kan voor zijn loonkosten een tegemoetkoming aanvragen onder de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 1.0 en NOW 2.0).

Zorgaanbieders die in de financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis, kunnen terecht bij zorgverzekeraars en gemeenten voor een beroep op financiële ondersteuning in de vorm van een continuïteitsbijdrage of een voorschot daarop (zie Financiële maatregelen voor ondernemers in dit dossier). Pas als zij daar geen of onvoldoende financiële ondersteuning krijgen, kunnen zelfstandige zorgaanbieders een beroep doen op de Tozo.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098; brief staatssecretaris van SZW Antwoorden naar aanleiding van schriftelijk overleg Kamerbrief Tozo 10-4-2020, nr. 2020-0000052676; Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, Stb. 2020, 118; brief staatssecretaris van SZW uitbreiding doelgroep Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 24-4-2020, nr. 2020-0000058604; Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, Stcrt. 2020, 24833; brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518; nieuwsbericht ministerie van SZW 20-5-2020; Regeling verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-5-2020, Stcrt. 2020, 29395; brief kabinet noodpakket 2.0 28-5-2020, nr. 2020-0000074009; brief kabinet noodpakket 2.0 29-5-2020, nr. 2020-0000075592; Kamer van Koophandel; Vereniging Nederlandse Gemeenten 

8. Premiedifferentie WW/Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)

Bijgewerkt op 22 april 2020, 16.25 uur

Geen 30%-toets
Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.

Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg).

Het kabinet heeft besloten dat alle werkgevers de 30%-toets in 2020 niet hoeven toe te passen. Geen enkele werkgever hoeft dus over het jaar 2020 de WW-premie op grond van die situatie te herzien.

De formele aanpassing van de regelgeving moet nog worden gepubliceerd.

Coulanceperiode verlengd tot 1-7-2020
Werkgevers hebben op basis van een coulanceregeling van de minister van SZW tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze coulanceperiode verlengd tot 1 juli 2020. Het coulanceregime zoals dat geldt voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief minister van SZW Moties en toezeggingen 22-4-2020, nr. 2020-0000057033

9. Sociale verzekering bij wonen of werken in ander land blijft voorlopig onveranderd

Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur

Door de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zijn de werktijden en de plaats van werken voor veel mensen tijdelijk anders. Veel mensen werken vanwege de coronacrisis tijdelijk thuis. Dat kan in een ander land zijn dan waar normaal gesproken wordt gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aangegeven dat dit voorlopig geen gevolgen heeft voor de sociale verzekering voor iemand die normaal over de grens woont of werkt in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Men hoeft hiervoor verder niets te regelen.

Bron: nieuwsbericht SVB 20-3-2020

10. Versnelde aanspraak jongeren tot 27 jaar op bijstand

Bijgewerkt op 30 maart 2020, 15:30 uur

Gemeenten krijgen door de coronacrisis te maken met extra aanvragen voor bijstand. Jongeren van 18 tot 27 jaar die een beroep doen op bijstand hebben formeel volgens de Participatiewet te maken met een zoektermijn van vier weken voordat een aanvraag ingediend mag worden. Gedurende die vier weken mag de gemeente geen bijstand toekennen of een voorschot verstrekken. Door het plotseling wegvallen van inkomen kunnen financiële problematiek ontstaan, terwijl ander werk of scholing door de coronacrisis op dit moment lang niet overal beschikbaar is.

Gemeenten krijgen daarom de ruimte om in de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 af te wijken van de wettelijke regels rond de verplichte zoektermijn van vier weken. Daardoor kunnen zij individueel maatwerk toepassen bij het hanteren van die zoektermijn en daarmee financiële problemen bij jongeren die plotseling door de coronacrisis zonder werk en inkomsten komen te zitten voorkomen.

Bron: brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098

11. Versoepeling loonwaardebepaling bij berekening loonkostensubsidie

Bijgewerkt op 14 april 2020, 13.45 uur

Uitvoerders van loonwaardebepaling mogen tot 1 juni 2020 op een versoepelde wijze de loonwaarde voor het berekenen van loonkostensubsidie uitvoeren. De versoepeling draagt bij aan baanbehoud van mensen met een arbeidsbeperking.

Loonwaardebepaling
Door de coronacrisis dreigen vertragingen bij de loonwaardebepaling voor het berekenen van loonkostensubsidie. Dit geldt zowel voor de Participatiewet als de Wajong. Zowel loonwaardebepalers als werknemers kunnen niet altijd op de werkplek aanwezig zijn vanwege het besmettingsrisico met het coronavirus. Voor een zorgvuldige beoordeling van de arbeidsprestatie van een werknemer is een bezoek aan de werkplek echter essentieel.

Vertraging van de loonwaardebepaling belemmert mensen met een arbeidsbeperking om aan het werk te komen. Als de forfaitaire loonkostensubsidie is ingezet, kan het zelfs betekenen dat mensen met een arbeidsbeperking hun baan kwijtraken. Forfaitaire loonkostensubsidie kan op grond van de Participatiewet voor maximaal zes maanden aan een werkgever worden verleend en binnen die zes maanden moet een loonwaardebepaling plaatsvinden.

Versoepeling
De versoepeling betekent concreet dat interviews voor de loonwaardebepaling telefonisch mogen worden uitgevoerd voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Voorwaarde daarbij is dat de telefonisch vastgestelde loonwaarde voor maximaal zes maanden geldt en dat – zodra de omstandigheden zijn genormaliseerd – zo spoedig mogelijk een werkplekbezoek plaatsvindt.

De instanties die de meeste loonwaardebepalingen uitvoeren voor gemeenten (UWV en Dariuz) hebben al besloten om de interviews telefonisch uit te voeren. Andere aanbieders mogen dat dus ook.

Daarnaast mogen gemeenten, wanneer zij de forfaitaire loonkostensubsidie hebben ingezet in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020, de duur stilzwijgend verlengen voor een periode van maximaal zes maanden, als er geen tijdige loonwaardebepaling kan plaatsvinden. Ook hierbij geldt de voorwaarde van een zo spoedig mogelijk werkplekbezoek nadien.

Geen anticumulatie met de NOW-subsidie
Het kabinet verzoekt gemeenten – gelet op het belang van baanbehoud – de loonkostensubsidie door te laten lopen. Verrekening van de loonkostensubsidie met de NOW-subsidie stuit op uitvoeringstechnische bezwaren en is niet nodig. Deze dubbele financiering van werkgever is echter volgens het kabinet acceptabel, gelet op de huidige bijzondere omstandigheden.

Bron: brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098; brief staatssecretaris van SZW Antwoorden naar aanleiding van schriftelijk overleg Kamerbrief Tozo 10-4-2020, nr. 2020-0000052676

12. Coulance aanvraag doelgroepverklaring loonkostenvoordeel

Bijgewerkt op 20 april 2020, 13.30 uur

Wegens de coronacrisis heeft het UWV de aanvraagtermijn voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel (LKV) tijdelijk met drie maanden verlengd. Voor alle doelgroepverklaringen die worden aangevraagd voor dienstverbanden die zijn gestart tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020, geldt nu een aanvraagtermijn van zes maanden.

Doelgroepverklaring LKV
Om een LKV oudere werknemer, arbeidsgehandicapte werknemer, herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer of doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden te ontvangen heeft de werkgever een doelgroepverklaring LKV van de desbetreffende werknemer nodig.

De werknemer moet deze doelgroepverklaring bij het UWV of de gemeente aanvragen binnen drie maanden nadat hij bij de werkgever in dienst is gegaan of zijn werk heeft hervat. Door de coronacrisis lukt het soms niet om de aanvraag op tijd te doen. Bijvoorbeeld omdat kantoren dicht zijn of omdat werknemers geen handtekening kunnen zetten onder een machtiging voor de werkgever om de doelgroepverklaring aan te vragen.

Bron: UWV nieuwsbrief werkgevers april 2020

 

13. Geen boete voor kennismigrant die door werktijdverkorting niet aan salariscriterium voldoet

Bijgewerkt op 22 april 2020, 17.00 uur

Een klein aantal werkgevers heeft met toepassing van de werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling) wegens de coronacrisis een ontheffing verkregen. De wtv-regeling is inmiddels ingetrokken (zie hiervoor in dit deel van het Dossier Corona).

Bij de wtv-regeling blijven werknemers in dienst. Het aantal uren dat zij werkzaam zijn kan met de ontheffing tijdelijk worden verlaagd. De werkgever kan vervolgens voor de niet gewerkte uren namens de werknemers WW-uitkeringen aanvragen.

Alhoewel het inkomen dat de werknemer van de werkgever ontvangt in de meeste gevallen gelijk zal blijven, gaat het loon feitelijk gezien omlaag. Dit levert een probleem op als de minimale hoogte van het salaris een voorwaarde is waaronder een vreemdeling in Nederland zonder tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning arbeid mag verrichten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een kennismigrant.

Bij een loondaling door de wtv-regeling kan de situatie ontstaan dat de werkgever niet voldoet of kan voldoen aan het salariscriterium, waardoor de uitzondering op de vergunningplicht niet meer van toepassing is. Dit leidt formeel tot illegale tewerkstelling die beboet kan worden.
Gelet op de coronacrisis en het beperkte aantal gevallen dat het betreft, heeft het kabinet besloten dat in deze situatie niet wordt opgetreden door de Inspectie SZW.

Bron: brief minister van SZW Moties en toezeggingen 22-4-2020, nr. 2020-0000057033

14. Herleving AOW-partnertoeslag na coronacrisis

Bijgewerkt op 11 mei 2020, 15.45 uur

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) afgesproken dat als een jongere partner van een AOW-gerechtigde door de coronacrisis (meer) is gaan werken in een cruciaal beroep en deze werkzaamheden langer dan drie maanden voortduren, het recht op partnertoeslag na de beëindiging van de werkzaamheden herleeft. Dit in afwijking van het huidige beleid rond de AOW-partnertoeslag.

Deze versoepeling van het beleid geldt zolang de coronanoodmaatregelen van het kabinet van kracht zijn.

Bron: brief minister van SZW kamervragen van het lid van Kent 11-5-2020, nr. 2020Z07039

15. Nederland leert door

Bijgewerkt op 20 mei 2020, 18.50 uur

Het kabinet vraagt van werkgevers hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. De fundamentele veranderingen die onze samenleving en economie ondergaan vragen om andere bedrijfsmodellen, met een andere inzet van mensen en middelen. Veel werknemers werken door de coronacrisis minder uren of zelfs helemaal niet en zullen zich moeten voorbereiden op een andere manier van werken of zelfs ander werk.

Omscholing, bijscholing en opleiding
Werknemers moeten dan wel de kans krijgen om zich op deze nieuwe omstandigheden voor te bereiden en een ontwikkeladvies aan te vragen of zich bij te scholen voor behoud van werk. Werkgevers kunnen werknemers hierin stimuleren door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds). Werknemers worden hierdoor in staat gesteld gemakkelijker te kunnen anticiperen op de veranderde arbeidsmarkt.

NL leert door
Ter ondersteuning komt het kabinet met een flankerend crisispakket onder de noemer “NL leert door”.

Doel is mensen te ondersteunen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Dat betreft naast werknemers in getroffen sectoren ook flexwerkers en zzp’ers die geen opdrachten meer krijgen.

Het pakket bestaat uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen. Gekwalificeerde loopbaanadviseurs kunnen mensen ondersteunen met ontwikkeladvies gericht op kansen op de arbeidsmarkt.

Om richting ander soort werk te bewegen is vaak scholing nodig. Dat zal in deze tijd online scholing betreffen, die mensen vanuit huis kunnen volgen.

Om het pakket gericht onder de aandacht te brengen, komt er een campagne. In die campagne wordt samenwerking gezocht met partijen die in contact staan met de mensen die baat hebben bij dit pakket, zoals werkgevers, sociale partners, O&O-fondsen, leerwerkloketten, uitvoeringsinstellingen en onderwijsinstellingen.

De inwerkingtreding van “NL leert door” is voorzien voor juli 2020, met een looptijd tot einde 2020.

Het kabinet moet de formele regeling met alle details nog bekendmaken.

Voor “NL leert door” heeft het kabinet € 50 miljoen (inclusief uitvoeringskosten) beschikbaar gesteld.

Bron: brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518