1. Beleidsregel werktijdverkorting ingetrokken

Bijgewerkt op 1 april 2020, 9.45 uur

De werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling), die is opgenomen in de Beleidsregel ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, heeft als doel werkgevers in staat te stellen hun personeel te behouden als ze tijdelijk te maken krijgen met een fors werkurenverlies door een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. De uitbraak van het coronavirus is zo’n calamiteit. Dit heeft sinds die uitbraak geleid tot een ongekend groot beroep op deze regeling (bij het intrekken van de regeling 55.000 aanvragen voor bijna 800.000 werknemers). Hier is de regeling niet op berekend.

Daarom heeft de minister van SZW de regeling met ingang van 17 maart 2020, 18.45 uur ingetrokken. Nieuwe ontheffingen worden niet meer verleend en een reeds verleende ontheffing wordt niet verlengd.

In de plaats daarvan geldt de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Werkgevers en werknemers kunnen met de NOW sneller kunnen worden bediend terwijl toch wordt voldaan aan de doelstelling van de beleidsregel, namelijk het dempen van de gevolgen van buitengewone omstandigheden die het de werkgever belemmeren of onmogelijk maken om ten volle de loonkosten van zijn werknemers te blijven voldoen.

Aanvragen om werktijdverkorting die voor 17 maart 2020, 18.45 uur zijn ingediend, maar nog niet zijn afgehandeld zullen worden beschouwd als aanvragen voor de nieuwe regeling, zodat werkgevers niet opnieuw een aanvraag hoeven in te dienen; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de afhandeling van de aanvragen die onder de tegemoetkomingsregeling worden afgedaan zal de datum van aanvraag niet van invloed zijn op de hoogte van de te ontvangen tegemoetkoming.

Werkgevers die nu al gebruik maken van de wtv-regeling kunnen hun wtv-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor de NOW-subsidie doen. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden onder de wtv-regeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling van de NOW in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020. Zo wordt dubbele financiering voorkomen.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Stcrt. 2020, 17126; beleidsregel minister van SZW 17-3-2020 houdende de beëindiging van de mogelijkheid tot ontheffing van het verbod op werktijdverkorting, Stcrt. 2020, 17126; Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, Stcrt. 2020, 19874

2. Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW)

Bijgewerkt op 3 april 2020, 19.05 uur

Werkgevers die te maken hebben met ten minste 20% acuut verwacht omzetverlies over een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden, kunnen – gerelateerd aan het omzetverlies – bij het UWV voor een periode van drie maanden een subsidie aanvragen. De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) voorziet in die subsidie. De subsidie bestaat uit een tegemoetkoming in de loonkosten ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100% door. Werkgevers hoeven daarbij niet aan te tonen waardoor de omzetdaling is veroorzaakt. Dat kan overigens ook een andere bijzondere omstandigheid zijn dan de uitbraak van het coronavirus. Zo valt bijvoorbeeld een omzetdaling door brand in het bedrijf ook onder de NOW.

Geen ontslag
Uitgangspunt is dat door de NOW zoveel mogelijk werkgelegenheidsverlies wordt voorkomen. Van de werkgever wordt dan ook verwacht dat hij in de periode van 18 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 bij het UWV geen verzoek doet om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen.

Deze voorwaarde geldt niet voor ontslagaanvragen die bij het UWV zijn ingediend in de periode van 1 maart 2020 tot en met 17 maart 2020.

Doet de werkgever toch een dergelijke ontslagaanvraag, dan heeft hij vijf dagen de tijd om deze weer in trekken om een extra vermindering van de hoogte van de NOW-subsidie te voorkomen. Een vermindering van de loonsom leidt namelijk altijd tot een vermindering van het NOW-subsidiebedrag.

Loonkosten van werknemers
De subsidie is een tegemoetkoming voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde fictieve dienstbetrekking vallen ook onder de NOW.

Ook NOW: flexwerker, nulurencontract, uitzendkracht, payroll

De NOW geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract. Werkgevers kunnen NOW-subsidie ontvangen voor deze werknemers, voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt. De NOW is uitdrukkelijk ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemer met een nulurencontract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Ook zij kunnen via de NOW een tegemoetkoming aanvragen en worden gecompenseerd voor de loonkosten van werknemers die zij in dienst houden.

Geen NOW: directeur/grootaandeelhouder (dga)

De niet-verzekerde directeur-grootaandeelhouders (dga) valt niet onder de NOW. Ook niet als de dga vrijwillig verzekerde is.

Hoogte NOW-subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de driemaandsperiode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. In formulevorm:

NOW = omzetdaling% x loonsom per maand x 3 x 130% x 90%

Loonsom

Onder loonsom wordt verstaan het totale loon sociale verzekering uit tegenwoordige dienstbetrekking. Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven € 9538 per maand komt derhalve niet voor subsidie in aanmerking.

Gegevens over de loonsom baseert het UWV op de ingediende loonaangiften, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Zijn er nog geen aangiftegegevens over januari 2020 beschikbaar, dan neemt het UWV de loonaangifte over november 2019. Voor werkgevers met een aangiftetijdvak van vier weken wordt de aangifte verhoogd met 8,33% (13/12). Voor andere loontijdvakken geldt een herleiding naar een maandbedrag. Als geen gegevens bekend zijn over zowel januari 2020 als november 2019 bestaat geen recht op de subsidie. Correcties op de ingediende loonaangiften na 15 maart 2020 neemt het UWV niet mee.

Het aldus bepaalde bedrag van de loonsom per maand wordt vermenigvuldigd met drie en geeft dan de loonsom over de driemaandsperiode.

Opslag werkgeverslasten

Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit gebeurt via een forfaitaire opslag voor werkgeverslasten van 30% over de driemaandsperiode.

Naar rato omzetdaling

De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld (100% omzetdaling is 90% subsidie; 50% omzetdaling is 45% subsidie).

Meetperiode omzetdaling

De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een driemaandsperiode waarvan de startdatum valt op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier (afronden op een heel percentage naar boven). Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, moet de omzet vanaf de startdatum tot 1 maart 2020 worden omgerekend naar een kwartaalbedrag.

Met een meetperiode van drie maanden voor de omzetdaling wordt voorkomen dat een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet al in aanmerking komt voor een NOW-subsidie. Het kan desondanks voorkomen dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenspatronen, maar gelet op de uitvoerbaarheid van de regeling is een correctie daarvoor niet mogelijk.

Omzetdaling per concern

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau. Ook buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland tellen mee. Heeft een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies, dan krijgen de afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming.

Begrip omzet

De NOW-regeling verstaat onder omzet de netto-omzet, zoals deze in de jaarrekening van een rechtspersoon (zoals een NV, BV, stichting) of in de winstaangifte voor de inkomstenbelasting wordt berekend. Ook omzet die gewoonlijk met een andere term uit de normale uitvoering van de activiteiten van de werkgever wordt gerealiseerd, valt onder het begrip omzet. Denk aan termen als baten, uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten, bijdragen van overheidsinstellingen, giften of declaraties. Ook de correctie onderhanden werk is omzet.

Aanvraag voorschot 80%

De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag bij het UWV indienen. De aanvraag kan alleen elektronisch worden ingediend, tot en met 31 mei 2020, via de website van het UWV (www.uwv.nl). Voor de aanvraag is geen eHerkenning of andere vorm van authenticatie en autorisatie nodig. De aanvraag geschiedt met het loonheffingennummer.

Bij de aanvraag dient de werkgever, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei 2020 wegens een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de crisis of calamiteit pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan hij aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking niet op 1 maart, maar op 1 april of 1 mei wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.

Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingennummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, moet de werkgever per loonheffingennummer een aanvraag indienen. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming verwacht; hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Bankrekening

Het bankrekeningnummer dat bij de aanvraag wordt opgegeven moet corresponderen met het in bij de Belastingdienst aan het loonheffingennummer gekoppelde bankrekeningnummer.

Is op het moment van aanvraag aan het loonheffingennummer een buitenlands bankrekeningnummer gekoppeld, dan krijgt de werkgever vier weken de tijd een Nederlandse bankrekening te regelen. De subsidie zal vervolgens betaald worden op dit Nederlandse rekeningnummer.

Uitbetaling voorschot

Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal het UWV een voorschot verlenen van 80% van de berekende NOW-subsidie. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2 tot 4 weken.

Achteraf formele vaststelling NOW-subsidie

Binnen 24 weken na afloop van de driemaandsperiode waarin de omzetdaling is opgetreden, dient de werkgever een formele vaststelling van de subsidie aan te vragen. Ook dit moet elektronisch via de website van het UWV. De werkgever weet dan de werkelijke omzetdaling en het UWV kan de werkelijke loonsom per maand vaststellen, zodat de definitieve afrekening kan worden opgemaakt.

Werkelijke omzetdaling en accountantsverklaring

Bij de definitieve afrekening kan de meetperiode van de omzetdaling, die de werkgever bij de aanvraag van het voorschot heeft gekozen, niet meer worden aangepast. In beginsel moet de werkgever bij de werkelijke omzetdaling een accountantsverklaring voegen. Maar er wordt nog een grens bekend gemaakt waaronder een accountantsverklaring achterwege kan blijven en – als een accountantsverklaring wel vereist is – wat voor soort accountantsverklaring dat is. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld voor kleine subsidiebedragen of voor ondernemingen met een hele kleine loonsom, geen accountantsverklaring te eisen, als op een andere wijze het omzetverlies voldoende aannemelijk is gemaakt of op andere wijze de controle heeft plaatsgevonden.

Werkelijke loonsom en correcties

Het UWV bepaalt bij de formele vaststelling van de subsidie opnieuw de loonsom per maand, met de methode zoals die is toegepast bij de aanvraag van het voorschot. Op die loonsom worden de volgende correcties toegepast:

  • Uitkeringen die het UWV via de werkgever heeft uitbetaald (werkgeversbetalingen, zoals voor de Wet arbeid en zorg) en die in de loonsom zijn begrepen worden van de loonsom afgetrokken.
  • Uitbetaling vakantiebijslag wordt niet meegenomen in de vaststelling van de loonsom, tenzij de werkgever niet reserveert voor vakantiebijslag.
  • Als de werkgever niet reserveert voor vakantiebijslag, wordt de loonsom vermenigvuldigd met de factor 0,926 (100/108).
  • De maximering op € 9538 per werknemer per maand vindt plaats na toepassing van de voorgaande correcties.

Na toepassing van deze correcties resulteert de gecorrigeerde loonsom per maand.

Als de werkelijke loonsom per maand over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 lager is dan deze gecorrigeerde loonsom (x 3), wordt de subsidie verlaagd met 90% van dat verschil x 130%. Bij verlies aan werkgelegenheid (blijkend uit het verlies aan loonsom) wordt de subsidie dus lager vastgesteld, bij gelijkblijvend percentage omzetverlies. Is de lagere loonsom veroorzaakt door ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, dan geldt zelfs een extra verlaging van de subsidie (zie hierna).

Een hogere loonsom leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie.

Bij de vaststelling van de werkelijke loonsom neemt het UWV de gegevens uit de uiterlijk op 19 juli ingediende of gecorrigeerde loonaangiften. Voor zover van toepassing gelden weer de correcties, de aftopping op € 9538 en de herleiding naar een maand bij andere aangiftetijdvakken.

Beslistermijn

Binnen 52 weken na ontvangst van de formele subsidieaanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan, na verrekening van het voorschot, sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Extra verlaging bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen

Als een werkgever na 17 maart 2020 toch ontslag aanvraagt bij het UWV en die ontslagaanvraag niet binnen vijf werkdagen daarna weer intrekt, wordt bij de definitieve vaststelling van de subsidie een extra vermindering doorgevoerd ter grootte van 150% van de loonsom van die ontslagen werknemer (x 3 x 130% x 90%). Niet-naleving van de voorwaarde om geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen heeft dus extra financiële gevolgen voor de definitieve hoogte van de subsidie.

Administratie- en informatieplicht

De werkgever moet een zodanig controleerbare administratie beheren dat achteraf gecontroleerd kan worden of de subsidie terecht is verstrekt. De werkgever moet desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage verlenen in deze administratie. Ook heeft de werkgever de verplichting onmiddellijk melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor de NOW-subsidieverlening voldoet.

Verplichtingen werkgever

Een werkgever die NOW-subsidie toegekend heeft gekregen, moet zich aan de volgende verplichtingen en voorwaarden houden:

  • De loonsom zoveel mogelijk gelijk houden.
  • Na 17 maart 2020, gedurende het tijdvak van de NOW-subsidieverlening, geen verzoek om toestemming ontslag wegens bedrijfseconomische redenen indienen.
  • De NOW-subsidie uitsluitend aanwenden voor de betaling van de loonkosten.
  • De ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of de werknemers informeren over de subsidieverlening.
  • Voldoen aan de administratie- en informatieplicht.
  • Op de voorgeschreven wijze loonaangiften doen.
  • Opgave van de definitieve omzetdaling, eventueel met accountantsverklaring.
  • Als voor een werknemer loonkostensubsidie van de gemeente wordt ontvangen, aan de gemeente melden dat NOW-subsidie is verleend.

Opschorting/terugvordering

Het UWV mag de betaling van het NOW-voorschot opschorten, als sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, als niet aan verplichtingen en voorwaarden is voldaan.

Wtv-regeling

De NOW is de opvolger van de ingetrokken beleidsregel werktijdverkorting (wtv-regeling). Met de NOW kunnen meer en sneller werkgevers financieel tegemoet worden gekomen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd.

Voor 17 maart 2020, 18.45 uur ingediende wtv-aanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de NOW; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners.

Startdatum uitvoering NOW

Het UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april 2020 uit te kunnen voeren. Omdat de definitieve zekerheid over de startdatum van de aanvraagperiode nog ontbreekt, is in de tekst van de regeling zekerheidshalve opgenomen dat de aanvraagperiode voor subsidie loopt van 14 april tot en met 31 mei 2020, of zoveel eerder als mogelijk is.

Mogelijk verlenging na mei 2020

De NOW voorziet in eerste instantie in een subsidieverlening voor de loonkosten van maart, april en mei 2020. De mogelijkheid om de regeling met drie maanden te verlengen wordt echter nadrukkelijk opengehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden, zodat een eventuele tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei 2020 eindigt.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, Stcrt. 2020, 19874; brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 31-3-2020, nr. 2020-0000046793; brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020, nr. 2020-0000049112; Ministerie van SZW; UWV; Belastingdienst

3. Meewegen NOW bij ontslagaanvragen

Bijgewerkt op 3 april 2020, 19.01 uur

Het UWV neemt ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen nog steeds in behandeling, ook tijdens de coronacrisis. Bij dergelijke ontslagaanvragen geldt het reguliere toetsingskader voor ontslag, zoals neergelegd in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Ontslagregeling.

Dat betekent onder meer dat de werkgever aannemelijk moet maken dat het ontslag noodzakelijk is door het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering en dat er geen voor de hand liggende andere oplossingen zijn.

Maar het UWV zal bij de uitoefening van haar ontslagtaak de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wel meewegen. Dit sluit aan bij de doelstelling van de NOW (en andere noodmaatregelen) dat ontslag zoveel mogelijk voorkomen moet worden.

Ontslagaanvragen na 1 april 2020
Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend na 1 april 2020 geldt dat de werkgever aannemelijk zal moeten maken dat de NOW-subsidie in zijn geval geen voor de hand liggende andere oplossing is. Er moet, zoals altijd geldt, wel ruimte zijn voor de werkgever om dergelijke beslissingen te kunnen nemen. Bij de toetsing van die beslissing betracht het UWV dus terughoudendheid (de zogenoemde marginale toets).

Ontslagaanvragen voor 2 april 2020
Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend voor 2 april 2020 zal het UWV bij de toetsing van de ontslagaanvraag geen rekening houden met de NOW, aangezien pas vanaf 2 april 2020 volledige duidelijkheid bestond over de invulling van de voorwaarden die aan de NOW zouden worden verbonden.

Wel geldt dat ontslagaanvragen die zijn ingediend vanaf 18 maart 2020 tot en met 1 april 2020 en niet of niet tijdig zijn ingetrokken, gevolgen hebben voor de hoogte van de NOW-subsidie.

Bron: brief minister van SZW Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020, nr. 2020-0000049112; toelichting bij de Regeling tot wijziging van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3-4-2020.

4. Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS)

Bijgewerkt op 1 april 2020, 9.45 uur

Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de regeling Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) per 27 maart 2020 opengesteld. De TOGS (die eerder bekend werd gemaakt onder de noemer Noodloket) is een eenmalige belastingvrije gift van € 4000 aan ondernemingen die rechtstreeks zijn getroffen door overheidsmaatregelen rond de coronacrisis. Ook bepaalde culturele instellingen kunnen de TOGS aanvragen.

Gedupeerde onderneming
Door die overheidsmaatregelen zien ondernemingen en instellingen (hierna ondernemingen) hun omzet geheel of grotendeels verdwijnen. De gemiste omzet kan bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de coronacrisis achter de rug is. Voor deze gedupeerde ondernemingen geldt dat een groot deel van hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Het gaat concreet om ondernemingen die:

  • Door overheidsingrijpen gedwongen hun deuren moeten sluiten;
  • Dicht moeten vanwege het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, ook met minder dan honderd personen; of
  • Direct getroffen zijn door het negatieve reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op basis hiervan is gekomen tot een eerste afbakening van de doelgroep die in aanmerking komt voor de TOGS:

  • eet- en drinkgelegenheden (restaurants, cafetaria’s, cafés en dergelijke);
  • bioscopen;
  • haar- en schoonheidsverzorging (kappers, pedicures, visagisten en dergelijke);
  • reisbemiddeling en reisorganisaties;
  • rijschoolhouders;
  • sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen;
  • bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters, schouwburgen en muziekscholen;
  • bepaalde groepen ondernemers in de detailhandel, zoals winkeliers, benzinestations, tuincentra.

Het gaat hierbij om ondernemingen die zijn gevestigd buiten de woning. De enige uitzondering vormen eet- en drinkgelegenheden, bijvoorbeeld een café waar de eigenaar, huurder of pachter boven woont.

Zie voor een gedetailleerde lijst met Standaard Bedrijfsindeling (SBI-codes) de website van de RVO (www.rvo.nl/vastgestelde SBI-codes).

TOGS
Gedupeerde ondernemingen uit deze specifieke sectoren kunnen een eenmalige belastingvrije gift van € 4000 ontvangen, als zij verwachten gedurende de periode vanaf 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19:

  • Een omzetverlies van ten minste € 4000 zullen realiseren; en
  • Ten minste € 4000 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen rond de coronacrisis.

De TOGS geldt per onderneming en niet per vestigingseenheid. De TOGS moet worden gezien als aanvulling op andere overheidsondersteuning uit het noodpakket banen en economie.

Voorwaarden
Het moet gaan om een onderneming die op peildatum 15 maart 2020 ingeschreven was in het handelsregister, met een fysieke vestiging in Nederland, onder één van de hierna genoemde opgenomen hoofdactiviteiten met bijbehorende SBI-codes.

Ondernemingen die zich na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht hebben ingeschreven of de SBI-code hebben aangepast, komen niet in aanmerking. Alleen ondernemingen die niet in staat van faillissement verkeren en waarvoor geen verzoek tot surseance van betaling is ingediend, komen voor TOGS in aanmerking.

De TOGS is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (MKB), inclusief zzp’ers, omdat deze groep doorgaans het hardst getroffen wordt door omzetverlies, hoge vaste kosten heeft en weinig financiële buffer heeft. Daarom geldt als voorwaarde dat er maximaal 250 personen werkzaam mogen zijn bij de onderneming.

Verder wordt de TOGS alleen verstrekt aan ondernemingen met een vestiging buiten de woning waar zij zelf wonen (het huisadres van de eigenaar of eigenaren). Deze (vestigings)eis geldt niet voor horecaondernemingen (restaurants, cafés, fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen en dergelijke, ingeschreven in het handelsregister onder de SBI-codes 56.10.1, 56.10.2 of 56.30). Bij een groot deel van deze ondernemers komt het vestigingsadres overeen met het woonadres van die ondernemer. Aangezien deze specifieke groep van ondernemers ook hoge vaste kosten heeft, is het niet wenselijk deze groep uit te sluiten. Wel moet een horecaonderneming ten minste één horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben.

De TOGS wordt niet verstrekt als de algemene de-minimisverordening (staatssteun) zich hiertegen verzet. Dat betekent dat de onderneming moet voldoen aan het zogenoemde de-minimisplafond per onderneming. Dat is een plafond van € 200.000 aan de-minimissteun per drie belastingjaren (het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren).

Verder is van belang dat dit plafond geldt per onderneming en niet per vestiging van de onderneming. Concreet betekent dit dat de onderneming minstens € 4000 aan ruimte voor de-minimissteun moet hebben.

Overheidsbedrijven zijn uitgezonderd van de TOGS.

Aan de besteding van de TOGS door ondernemingen worden geen nadere eisen gesteld.

Aanvraag
Aanvragen kunnen worden ingediend bij de RVO vanaf 27 maart 2020 t/m 26 juni 2020 op de website www.rvo.nl/tegemoetkomingcorona. Bij de aanvraag is een eHerkenningsmiddel niveau 1 of hoger nodig of een DigiD.

Bij de aanvraag moet de onderneming met een aantal vinkjes een verklaring inleveren omtrent het omzetverlies (dus geen bewijs) of de vaste kosten en nog een aantal verklaringen over het voldoen aan de voorwaarden van de TOGS.

De RVO behandelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst. De bedoeling is dat aanvragers die voldoen aan de voorwaarden binnen twee weken na het indienen van de aanvraag de TOGS-gift ontvangen. De beslistermijn van de RVO op de aanvraag is formeel drie weken. Intermediairs moeten over een machtiging beschikken om de aanvraag namens hun klant te kunnen doen, maar die machtiging hoeft niet meegestuurd te worden met de aanvraag.

Controle
De RVO heeft de mogelijkheid om achteraf te toetsen of de aanvrager daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet. Als dit niet het geval is, kan de TOGS-beschikking binnen vijf jaar na verstrekking daarvan ingetrokken worden of kan de hoogte worden herzien. Er volgt dan gehele of gedeeltelijke terugvordering, eventueel met verrekening van wettelijke rente. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de onderneming een valse verklaring over het te verwachten omzetverlies of de verwachte vaste kosten heeft aangeleverd.

Belastingvrijstelling
De eenmalige TOGS-gift is belastingvrij. Het kabinet moet de vormgeving van deze belastingvrijstelling nog bekendmaken.

Mogelijke toekomstige uitbreiding doelgroep
Naast de hierboven genoemde doelgroep worden meer sectoren direct of indirect getroffen door de gezondheidsmaatregelen van de rijksoverheid en lokale overheden. Het kabinet monitort continu de effectiviteit van de genomen overheidsmaatregelen uit het noodpakket banen en economie. Indien blijkt dat deze maatregelen niet toereikend zijn, kan in een latere fase besloten worden om meer sectoren voor een eenmalige tegemoetkoming in aanmerking te laten komen.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief minister van EZK tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 27-3-2020, nr. DGBI-O/20087452; Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19, Stcrt. 2020, 19159; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); Rijksoverheid – Coronavirus COVID-19

5. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Bijgewerkt op 31 maart 2020, 10.40 uur

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandige ondernemers noodgedwongen inkomsten. Het kabinet gaat deze groep ondersteunen, zodat zij na de coronacrisis hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet heeft daarom een tijdelijke voorziening voor drie maanden ingesteld die met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingaat: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

De Tozo wordt geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en gebaseerd op de Participatiewet, maar is formeel nog niet bekend gemaakt (de AMvB is in voorbereiding). Zelfstandigen met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op de Tozo, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Bijstand
Ondersteuning kan met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 worden aangevraagd voor:

  • Een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (algemene bijstand als inkomensondersteuning), voor zaken als boodschappen en huur.
  • Een lening voor bedrijfskapitaal voor liquiditeitsproblemen.

Inkomensondersteuning
De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van € 1500 netto en voor alleenstaanden vanaf 21 jaar tot € 1050 netto per maand. De gebruikelijke lagere bijstandsnormen gelden voor jongeren van 18 tot 21 jaar.

Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn, is € 1500 netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd.

De inkomensondersteuning wordt binnen vier weken na de aanvraag toegekend, in één keer voor een periode van maximaal drie maanden (1 maart 2020 tot 1 juni 2020). De inkomensondersteuning wordt maandelijks als gift uitbetaald en hoeft dus niet te worden terugbetaald. De inkomensondersteuning telt mee voor het toetsingsinkomen van de inkomensafhankelijke toeslagen als huurtoeslag en zorgtoeslag.

Lening
Zelfstandigen kunnen een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157 krijgen om liquiditeitsproblemen op te lossen. Het rentepercentage is 2% en de maximale looptijd is drie jaar. Tot 1 januari 2021 is de lening aflossingsvrij. De lening wordt binnen vier weken na de aanvraag toegekend.

Voorwaarden
De Tozo bevat de volgende elementen en voorwaarden:

  • Geen toets op levensvatbaarheid van de onderneming. De zelfstandige moet bij de aanvraag van inkomensondersteuning verklaren dat hij verwacht dat door de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit uit eigen beweging doorgeven aan de gemeente. Bij de aanvraag voor een lening moet de zelfstandige verklaren en aannemelijk maken dat sprake is van liquiditeitsproblemen veroorzaakt door de coronacrisis.geen vermogenstoets (zoals spaargeld, eigen huis) en geen toets op het inkomen van de echtgenoot/partner.
  • De eenmalige gift van € 4000 die via Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) kan worden verstrekt aan zelfstandigen wordt niet verrekend met de inkomensondersteuning.
  • Geen toepassing van de kostendelersnorm. Het niet toepassen van de kostendelersnorm is overigens in strijd met de Participatiewet. Het kabinet komt zo snel mogelijk met een reparatiewet.
  • Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen inkomensondersteuning.
  • De regeling geldt alleen voor Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, die wonen en rechtmatig verblijven in Nederland.
  • De gevestigde zelfstandige voldoet aan het urencriterium van de zelfstandigenaftrek uit de inkomstenbelasting (minimaal 1225 uur per jaar gewerkt als zelfstandige). Als nog geen jaar geleden de onderneming gestart is, dan geldt het urencriterium naar rato van het aantal maanden of weken dat is gewerkt.
  • Voor het bedrijf of zelfstandig beroep wordt hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend, voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf en was op 17 maart 18:45 uur ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Directeur/grootaandeelhouder (dga)
Ook een directeur/grootaandeelhouder van een BV (dga) kan een beroep doen op de Tozo. De dga moet dan aan het urencriterium voldoen. Er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk maken dat zijn BV nu geen salaris kan uitbetalen.

Aanvraag voorschot
Gemeenten hebben de aanvraag voor een voorschot op de Tozo-regeling opengesteld. Dat voorschot is nodig zolang de officiële AMvB nog niet van kracht is en er daarom geen formele beschikking kan worden afgeven. De aanvraag moet digitaal worden ingediend bij de gemeente waar de zelfstandige woont en uiterlijk 31 mei 2020 zijn gedaan.

Controle
Het kabinet doet een oproep aan zelfstandigen om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat echt nodig is. Gemeenten gaan achteraf controleren of de Tozo rechtmatig is aangevraagd en bij fraude terugvorderen met boetes. De inlichtingenplicht van de Participatiewet is onverkort van toepassing.

Tozo en NOW
De Tozo-regeling is bedoeld als ondersteuning voor de zelfstandige zelf, zowel voor de zelfstandige met personeel als voor de zzp’er. Een zelfstandige met personeel kan voor zijn loonkosten een tegemoetkoming aanvragen onder de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW).

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098; Kamer van Koophandel; Vereniging Nederlandse Gemeenten; Rijksoverheid – Coronavirus COVID-19.

6. Premiedifferentie WW/Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)

Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur

30%-toets bij overwerk door coronacrisis
Sinds 1 januari betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.

Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg). Het kabinet gaat de 30%-toets aanpassen om deze onbedoelde effecten weg te nemen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zal deze aanpassing, die voor kalenderjaar 2020 zal gelden, zo spoedig mogelijk uitwerken.

Coulanceperiode verlengd tot 1-7-2020
Werkgevers hebben op basis van een coulanceregeling van de minister van SZW tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze coulanceperiode verlengd tot 1 juli 2020. Het coulanceregime zoals dat geldt voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147

7. Sociale verzekering bij wonen of werken in ander land blijft voorlopig onveranderd

Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur

Door de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zijn de werktijden en de plaats van werken voor veel mensen tijdelijk anders. Veel mensen werken vanwege de coronacrisis tijdelijk thuis. Dat kan in een ander land zijn dan waar normaal gesproken wordt gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aangegeven dat dit voorlopig geen gevolgen heeft voor de sociale verzekering voor iemand die normaal over de grens woont of werkt in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Men hoeft hiervoor verder niets te regelen.

Bron: nieuwsbericht SVB 20-3-2020

8. Versnelde aanspraak jongeren tot 27 jaar op bijstand

Bijgewerkt op 30 maart 2020, 15:30 uur

Gemeenten krijgen door de coronacrisis te maken met extra aanvragen voor bijstand. Jongeren van 18 tot 27 jaar die een beroep doen op bijstand hebben formeel volgens de Participatiewet te maken met een zoektermijn van vier weken voordat een aanvraag ingediend mag worden. Gedurende die vier weken mag de gemeente geen bijstand toekennen of een voorschot verstrekken. Door het plotseling wegvallen van inkomen kunnen financiële problematiek ontstaan, terwijl ander werk of scholing door de coronacrisis op dit moment lang niet overal beschikbaar is.

Gemeenten krijgen daarom de ruimte om in de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 af te wijken van de wettelijke regels rond de verplichte zoektermijn van vier weken. Daardoor kunnen zij individueel maatwerk toepassen bij het hanteren van die zoektermijn en daarmee financiële problemen bij jongeren die plotseling door de coronacrisis zonder werk en inkomsten komen te zitten voorkomen.

Bron: brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098

9. Versoepeling loonwaardebepaling bij berekening loonkostensubsidie

Bijgewerkt op 30 maart 2020, 15.45 uur

Uitvoerders van loonwaardebepaling mogen tot 1 juni 2020 op een versoepelde wijze de loonwaarde voor het berekenen van loonkostensubsidie uitvoeren. De versoepeling draagt bij aan baanbehoud van mensen met een arbeidsbeperking.

Door de coronacrisis dreigen vertragingen bij de loonwaardebepaling voor het berekenen van loonkostensubsidie. Dit geldt zowel voor de Participatiewet als de Wajong. Zowel loonwaardebepalers als werknemers kunnen niet altijd op de werkplek aanwezig zijn vanwege het besmettingsrisico met het coronavirus. Voor een zorgvuldige beoordeling van de arbeidsprestatie van een werknemer is een bezoek aan de werkplek echter essentieel.

Vertraging van de loonwaardebepaling belemmert mensen met een arbeidsbeperking om aan het werk te komen. Als de forfaitaire loonkostensubsidie is ingezet, kan het zelfs betekenen dat mensen met een arbeidsbeperking hun baan kwijtraken. Forfaitaire loonkostensubsidie kan op grond van de Participatiewet voor maximaal zes maanden aan een werkgever worden verleend en binnen die zes maanden moet een loonwaardebepaling plaatsvinden.

De versoepeling betekent concreet dat interviews voor de loonwaardebepaling telefonisch mogen worden uitgevoerd voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Voorwaarde daarbij is dat de telefonisch vastgestelde loonwaarde voor maximaal zes maanden geldt en dat – zodra de omstandigheden zijn genormaliseerd – zo spoedig mogelijk een werkplekbezoek plaatsvindt.

De instanties die de meeste loonwaardebepalingen uitvoeren voor gemeenten (UWV en Dariuz) hebben al besloten om de interviews telefonisch uit te voeren. Andere aanbieders mogen dat dus ook.

Daarnaast mogen gemeenten, wanneer zij de forfaitaire loonkostensubsidie hebben ingezet in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020, de duur stilzwijgend verlengen voor een periode van maximaal zes maanden, als er geen tijdige loonwaardebepaling kan plaatsvinden. Ook hierbij geldt de voorwaarde van een zo spoedig mogelijk werkplekbezoek nadien.

Bron: brief staatssecretaris van SZW Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 27-3-2020, nr. 020-0000046098