147 landen zijn het eens geworden over een wijziging van Pijler 2 uit 2021 die bepaalt dat bedrijven over de hele wereld minimaal 15 procent winstbelasting moeten betalen. Dat meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een persbericht. Met de wijziging komen de landen tegemoet aan een eis van de Verenigde Staten waardoor Amerikaanse bedrijven alleen onderworpen blijven aan de Amerikaanse wereldwijde minimumbelastingen.
De OESO onderstreept dat het nieuwe pakket het kader van de wereldwijde minimumbelasting van 15 procent handhaaft, maar om aan de kritiek van de regering-Trump tegemoet te komen zijn de regels nu vereenvoudigd en is onder meer afgesproken dat Amerikaanse belastingvoordelen blijven gelden. Daarmee hebben de Verenigde Staten een uitzonderingspositie gekregen en is de originele regeling afgezwakt.
De toekomst van Pijler 2 kwam januari vorig jaar in gevaar toen president Donald Trump de door de regering-Biden gesloten overeenkomst uit 2021 bekritiseerde en stelde dat deze niet van toepassing was in de VS. Trump dreigde met vergeldingsmaatregelen tegen landen die in het kader van de overeenkomst heffingen oplegden aan Amerikaanse bedrijven. Dat gevaar is met de huidige aanpassing geweken.
Pijler 2 richt zich op de vennootschapsbelasting die daadwerkelijk wordt betaald door multinationale ondernemingen met een geconsolideerde wereldwijde omzet van ten minste 750 miljoen EUR per jaar. Van deze ondernemingen wordt verwacht dat zij daadwerkelijk ten minste 15 procent belasting over hun winst betalen. Het doel is te voorkomen dat grote multinationale ondernemingen hun winsten verschuiven naar landen met lage belastingen om totale belastingdruk (vennootschapsbelasting) voor de groep te drukken.
Minister van Financiën Scott Bessent noemt de aanpassing een "historische overwinning voor het behoud van de Amerikaanse soevereiniteit en de bescherming van Amerikaanse werknemers en bedrijven tegen extraterritoriale overheersing". De nieuwe overeenkomst erkent de Amerikaanse fiscale soevereiniteit over de wereldwijde activiteiten van Amerikaanse bedrijven, terwijl tegelijkertijd de fiscale autoriteit van andere landen binnen hun eigen grenzen wordt erkend. Het hoofd van de OESO, Mathias Cormann, zei in een verklaring dat de regeling "de fiscale zekerheid vergroot, de complexiteit vermindert en de belastinggrondslag beschermt".
Pijler 2 valt binnen het inclusieve kader van de OESO/G20 inzake grondslagerosie en winstverschuiving (BEPS), aldus het persbericht.
Bron: OESO/NOS
Informatiesoort: Nieuws