Een van de drie aandeelhouders die is uitgetreden uit een bedrijf dat jeugdzorg levert hoeft het bedrag van 150.000 euro dat hij voor zijn aandelen heeft ontvangen niet terug te betalen. Dat heeft de voorzieningenrechter in Rotterdam bepaald in een door een van de twee andere aandeelhouders aanhangig gemaakt kort geding.
Volgens de eisende aandeelhouder was er sprake van onverschuldigde betaling of onrechtmatige onttrekking, maar daarin ging de voorzieningenrechter niet mee.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is met de betaling uitvoering gegeven aan een rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst tussen de aandeelhouders, waarbij de aandeelhouders overeenstemming hadden bereikt over de mogelijkheid om uit te treden tegen betaling van 150.000 euro, onder de voorwaarde dat de liquiditeitspositie van het bedrijf dat zou kunnen dragen. Dat aan die voorwaarde was voldaan maakte de uittredende aandeelhouder aannemelijk.
De vordering tot veroordeling van de uittredende aandeelhouder tot het verrichten van overdrachtshandelingen is eveneens afgewezen. De zaak heeft nummer ECLI:NL:RBAMS:2026:2007.
Bron: Rechtbank Rotterdam
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Ondernemingsrecht