Directive on the common system of taxation applicable in the case of parent companies and subsidiaries of different Member States. European Council
30 juli 2014
The Council of the European Union has amended Directive 2011/96/EU on the common system of taxation applicable in the case of parent companies and subsidiaries of different Member States.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat tegenover een betaling van € 700.000 aan gestelde prestatievergoedingen een reële tegenprestatie staat, waardoor de inspecteur de kosten terecht corrigeert.
De Minister en de Staatssecretaris van Financiën hebben op Prinsjesdag het wetsvoorstel Belastingplan 2027 (37022) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2027. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt. Waar een afwijkende inwerkingtreding geldt, wordt dat hieronder vermeld. Tevens heeft de staatssecretaris een nota van wijziging aangekondigd.
De Kennisgroep IBR VPB & winst stelt dat de vrijheid van kapitaalverkeer zich niet verzet tegen toepassing van de vergelijkbare-functie-uitzondering ex. art. 4 lid 3 onderdeel b Wet DB 1965. Een buitenlands beleggingsfonds dat een met een fiscale beleggingsinstelling (FBI) vergelijkbare functie vervult, heeft geen recht op de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting. Het standpunt vormt een vervolg op het Kennisgroepstandpunt Belastingdienst, KG:024:2025:7, V-N 2025/33.11.
De Kennisgroep IBR VPB & winst oordeelt dat de objectvrijstelling van art. 15e Wet VPB 1969 van toepassing is op inkomsten uit vastgoed dat een Nederlandse vennootschap bezit op Noord-Cyprus.
In dit artikel staan alle wijzigingen op het gebied van de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en minimumbelasting uit het belastingpakket 2027 per wetsvoorstel.
Het Hof van Justitie legt in de procedure van FF Skagen A/S uit wanneer vis en visresten niet voor menselijke consumptie geschikt zijn en onder hoofdstuk 5 van de GN vallen. Het is aan de Deense rechter om te beoordelen of deze goederen als ongeschikt voor menselijke consumptie moeten worden beschouwd.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat P de schenkingen aan haar in Zwitserland wonende begunstigden niet in mindering mag brengen op de heffingsgrondslag voor de Oostenrijkse vennootschapsbelasting. Deze begunstigden zijn namelijk niet onderworpen aan de Oostenrijkse belasting op kapitaalopbrengsten.
Hof Den Haag oordeelt dat de vaststelling van de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelastingen niet in strijd zijn met art. 1 EP EVRM en art. 13 EVRM. De beschikking is rechtsgeldig en het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Hof Den Haag heeft onlangs in hoger beroep uitspraak gedaan in een geschil over de aftrek van rente en commitment fees op leningen binnen een internationaal concern. Daarbij is de Belastingdienst gedeeltelijk in het gelijk gesteld. Het geschil gaat over de vraag of de in Nederland afgetrokken kosten gelijk zijn aan wat onafhankelijke partijen zouden afspreken.