De werkgeversheffing Zvw en de inkomensafhankelijke bijdrageheffing Zvw zijn twee verschillende heffingen, opgelegd aan verschillende personen. Staatssecretaris Heijnen van Financiën heeft dit in een reactie op een burgerbrief laten weten en stelt dat bij de inhouding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) op de uitbetaling van een gespaarde pensioenaanvulling géén sprake is van dubbele heffing.

In zijn reactie overweegt de staatssecretaris dat:

  • over het loon de werkgever de werkgeversheffing heeft betaald, die niet op de werknemer werd verhaald. Dit loon valt niet onder het bijdrage-inkomen waarover zelf Zvw-bijdrage verschuldigd is.
  • de uitkeringen uit de lijfrente in box 1 worden belast en daarnaast meetellen als bijdrage-inkomen voor de heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

Belang voor de praktijk

De Zorgverzekeringswet regelt de verschuldigdheid van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in art. 42 Zvw en art. 43 Zvw. Deze inkomensafhankelijke bijdrage kan op drie verschillende manieren verschuldigd zijn:

  1. Werkgeversheffing: de werkgever is deze verschuldigd over het bijdrage-inkomen dat deze werkgever aan de werknemer betaalt. In 2025 bedraagt de werkgeversheffing 6,51 procent van dit loon.
  2. Inhoudingstraject: op de aan een uitkeringsgerechtigde verstrekte uitkeringen moet de uitvoerder de bijdrage Zvw inhouden. Het gaat hierbij onder meer om pensioen-, lijfrente- en stamrechtuitkeringen. Hiervoor geldt het verlaagde tarief. In 2025 bedraagt de bijdrage Zvw 5,26% van het bijdrage-inkomen.
  3. Aanslagtraject: onder andere een zelfstandig ondernemer is deze verschuldigd over de (box 1) winst uit onderneming. Voor het aanslagtraject geldt ook het verlaagde tarief 5,26 procent (in 2025).

De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw kent een wettelijk gemaximeerd bijdrage-inkomen van maximaal € 75.864 (2025). Als er over een hoger bijdrage-inkomen de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is betaald, krijgt de verzekerde dit meerdere terug.

De dubbele bijdrageheffing wordt breed gevoeld, maar doorgaans nou net niet bij werknemers. Anders ligt dat bij bijvoorbeeld zelfstandig ondernemers. De zelfstandig ondernemer is over zijn winst uit onderneming de bijdrage Zvw verschuldigd. Doet deze ondernemer een lijfrentestorting dan leidt dat niet tot een verlaging van de verschuldigde bijdrage Zvw, behalve als het gaat om de omzetting van de fiscale oudedagsreserve (FOR). In de uitkeringsfase is over de lijfrentetermijnen opnieuw de bijdrage Zvw verschuldigd. Daar staat zoals gezegd in de opbouwfase geen tegemoetkoming tegenover in de sfeer van een aftrek op het bijdrage-inkomen. Dubbele bijdrageheffing dus.

Een tweede voorbeeld waarbij dubbele bijdrageheffing speelt is bij het doorbetalen van pensioen aan de ex-partner. De pensioengerechtigde is over het volle pensioen de bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd en voor het bedrag van de doorbetaling is de ex-partner opnieuw de bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd.

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

582

Gerelateerde artikelen