Aan de hand van een casus wordt uitgelegd wat de fiscale aspecten zijn van de zogenoemde alimentatieroute en gebruiksvergoedingsroute bij een scheiding met een eigen woning.

De casus luidt als volgt:

Een man en zijn vrouw zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Samen hebben ze sinds 2010 een woning met een WOZ-waarde van € 500.000 en een aflossingsvrije eigenwoningschuld van € 300.000 (€ 6.000 rente op jaarbasis). Het stel heeft besloten om uit elkaar te gaan. Binnenkort zal de vrouw verhuizen. Het echtscheidingsverzoek is al gedaan. Op dit moment zijn zij zich aan het verdiepen in de gevolgen van de echtscheiding voor de toepassing van de eigenwoningregeling.

Het is de bedoeling dan de vrouw haar aandeel in de eigen woning aan de man overdraagt. Maar tot het zover is willen ze, omdat de man in de woning blijft wonen, afspreken dat de man na haar verhuizing de hypotheeklasten voor zijn rekening neemt. Maar ze weten nog niet goed hoe ze dat in het vat moeten gieten. Ze hebben gehoord dat ze ‘iets in de alimentatiesfeer’ kunnen afspreken. Maar ze horen ook dat ze een gebruiksvergoeding kunnen overeenkomen. Wat houden deze twee mogelijkheden in?

Hierna volgt de uitwerking.

Alimentatie

De man en zijn vrouw zijn beiden voor 50 procent eigenaar van de woning. Ieders aandeel in de eigenwoningschuld bedraagt eveneens 50 procent, dus een bedrag van € 150.000. De man en zijn vrouw kunnen ieder € 3.000 aan hypotheekrente aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat zij beiden een eigenwoningforfait toegerekend krijgen van € 875. Het fiscale plaatje is dan als volgt:


Wanneer de man – zoals hij aangeeft – alle hypotheekrente gaat betalen, dan drukt de rentelast van € 3.000 voor zijn vrouw niet meer op haar. Zij kan de hypotheekrente in dat geval niet meer aftrekken in haar aangifte inkomstenbelasting. De man kan die rente ook niet aftrekken, omdat het niet zijn eigenwoningschuld is. Met andere woorden: als de man niets afspreekt, dan kan hij alleen zijn eigen € 3.000 aan eigenwoningrente aftrekken, maar hij betaalt wel € 6.000. De aftrek van de andere € 3.000, die ziet op het aandeel in de hypotheek van zijn vrouw, blijft fiscaalrechtelijk ‘hangen’.

De ‘alimentatieroute’ houdt in dat de man met zijn vrouw afspreekt dat ieder het eigen aandeel aan hypotheekrente verschuldigd blijft, maar dat hij daarnaast met zijn vrouw een alimentatie afspreekt van € 3.000. Voor hem en zijn vrouw betekent dit het volgende:

  • Beiden hebben ze een bijtelling uit hoofde van het eigenwoningforfait van 
    € 875.
  • Beiden hebben ze aftrek van eigenwoningrente van € 3.000.
  • De alimentatie van € 3.000 is bij de man aftrekbaar als persoonsgebonden
    aftrekpost.
  • De door zijn vrouw ontvangen alimentatie van € 3.000 is bij haar 
    belast.

Daarnaast geldt er nog het volgende. De vrouw verstrekt de man woongenot voor haar aandeel in de woning. Weliswaar heeft zij een bijtelling op haar inkomen (eigenwoningforfait) maar zij heeft tot ditzelfde bedrag een persoonsgebonden aftrekpost. Bij de man is het ontvangen woongenot belast als periodieke verstrekking, ook weer tot hetzelfde bedrag (€ 875).

Hierbij zijn van de volgende zaken van belang:

  1. Inkomen in box 1 wordt belast tegen het progressief tarief. Dat kan oplopen tot 49,50 procent. Dit geldt ook voor de belastingheffing over het eigenwoningforfait, de ontvangen alimentatie en het ontvangen woongenot.
  2. De eigenwoningrente, de betaalde alimentatie en het verstrekte woongenot wordt geraakt door de tariefcorrectie (art. 2.10 lid 2 Wet IB 2001). Hierdoor zijn deze aftrekposten effectief aftrekbaar tegen een tarief van maximaal 37,48 procent (2025).
  3. Het is niet nodig dat de vrouw zelf haar aandeel in de verschuldigde hypotheekrente rechtstreeks  aan de geldverstrekker betaalt. De man kan dit ook voor haar betalen en deze betaling vervolgens verrekenen met de door hem aan haar verschuldigde alimentatie.
  4. Een alimentatie-afspraak is niet altijd een reële optie. Als de vrouw een zeer riant inkomen heeft en het inkomen van de man daar ver bij achterblijft, is het volstrekt duidelijk dat een alimentatieverplichting bij de man jegens zijn vrouw niet op zijn plaats is.
  5. Over het ontvangen woongenot en ontvangen alimentatie is in beginsel 5,26 procent (2025) bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd. Dit speelt alleen tot een bijdrage-inkomen van in totaal € 75.864 (2025).
  6. De eigenwoningregeling is voor de vrouw maximaal 24 maanden nog van toepassing op haar aandeel in de woning (art. 3.111 lid 4 Wet IB 2001). Na afloop van deze 24-maandsperiode verhuist voor de vrouw haar aandeel in de woning naar box 3. Datzelfde geldt voor haar aandeel in de lening.

Gebruiksvergoeding

Betaalt de man een reële gebruiksvergoeding aan zijn vrouw, dan wordt het fiscaalrechtelijk allemaal een stuk eenvoudiger. Ieder houdt in dat geval zijn eigen renteaftrek (€ 3.000) en ieder krijgt in dat geval een bijtelling vanuit het eigenwoningforfait. Daar blijft het bij. De gebruiksvergoeding is – anders dan bij alimentatie – niet aftrekbaar bij de alimentatieplichtige en evenmin belast bij de alimentatiegerechtigde.

Ook de aftrek bij de vrouw voor verstrekt woongenot is in dat geval niet aan de orde. Er wordt immers een reële gebruiksvergoeding betaald. Dit betekent eveneens dat er bij de man geen periodieke verstrekking vanwege ontvangen woongenot wordt belast. Er zijn in deze opzet ook geen aspecten met betrekking tot de bijdrage Zorgverzekeringswet.

Voor de volledigheid volgt een citaat uit onderdeel 4.1 van het besluit van het besluit van 24 november 2009, nr. CPP2009/2342M, Stcrt. 2009, 18386:

“De echtscheidingsregeling geldt ook als de vertrekkende partner-eigenaar de voormalige eigen woning verhuurt aan de ex-partner. De regeling geldt immers (voor maximaal twee jaar) als de woning de gewezen partner anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat (artikel 3.111, vierde lid, van de Wet IB 2001). Het maakt daarbij niet uit onder welke voorwaarden de ex-partner die in de woning blijft wonen de woning gebruikt.

Ik merk op dat de tijdelijke verhuurregeling van artikel 3.111, zevende lid, en 3.113, van de Wet IB 2001, niet geldt. De tijdelijke verhuurregeling is alleen van toepassing als de eigen woning het hoofdverblijf is gebleven. In dit geval heeft de vertrekkende ex-partner zijn hoofdverblijf verplaatst naar elders.

Voor de renteaftrek geldt als uitgangspunt dat de betaalde hypotheekrente niet hoeft te worden gesaldeerd met de huur. Ondanks de huurbetaling blijft de eigenwoningrente drukken op de vertrekkende partner. Huur is geen (directe) vergoeding voor de betaalde rente, maar een vergoeding voor het gebruik van de woning.”

Belang voor de praktijk

Over eigen woning en echtscheiding is veel te doen. Partners moeten oppassen met de afspraak dat de achterblijvende ex-partner de eigenaarslasten van (het aandeel in) de woning van de vertrekkende ex-fiscale partner gaat betalen. Daarmee diskwalificeert namelijk (het aandeel in) de woning voor deze ex-fiscale partner zonder meer als eigen woning in box 1, en daarmee ook de eigenwoningschuld. Dit kan niet gerepareerd worden met de keuze voor ‘voljaarspartnerschap’. De keuze voor ‘voljaarspartnerschap’ (art. 2.17 lid 7 Wet IB 2001) houdt in dat partners in het jaar van het verbreken van het fiscaal partnerschap voor (uitsluitend) dat jaar nog kunnen kiezen om geacht te worden het gehele kalenderjaar partners te zijn geweest voor de toepassing van dit artikel 2.17 Wet IB 2001.

Concreet betekent dit dat onder andere de belastbare inkomsten uit eigen woning en de persoonsgebonden  aftrekposten (alimentatie) in de aangiften inkomstenbelasting onderling kunnen worden verdeeld in iedere gewenste verhouding. Zonder die keuze is die verdeling alleen mogelijk over de periode dat er daadwerkelijk nog sprake is van fiscaal partnerschap. De keuze voor voljaarspartnerschap ziet alléén op deze verdeling. Ex-partners worden er niet voor het hele jaar alsnog fiscaal partner van.

De Belastingdienst signaleert ook dat partners in het kader van echtscheiding vaak worstelen met de fiscale spelregels, niet overigens alleen op het terrein van de eigenwoningregeling. De Belastingdienst helpt partners en hun adviseurs met veel informatie hierover:

De verschillen tussen de ‘alimentatieroute’ en de ‘gebruiksvergoedingsroute’ is hieronder samengevat in een tabel.

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

Focus: Focus

14

Gerelateerde artikelen