Hoe zit het na emigratie met de fiscale behandeling van een eigen woning? De fiscalisten van Legal & Tax Nationale Nederlanden geven hierop antwoord naar aanleiding van een zaak bij Hof Den Bosch die oordeelt dat een Italiaanse man vanwege emigratie en vervreemding van de eigen woning geen recht heeft op een hogere renteaftrek voor de eigenwoningschuld en restschuld.
De zaak (2 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1860) verloopt als volgt. Een Italiaanse man heeft een eigen woning in Nederland. De man emigreert naar Italië. Hij verkoopt zijn woning met verlies op 10 oktober 2018. Op diezelfde dag laat hij zich uitschrijven uit het BRP. In de aangifte IB/PVV 2018 trekt de man onder andere de rente voor die woning af. De inspecteur corrigeert de renteaftrek.
Hof Den Bosch oordeelt dat een deel van de door de man geclaimde renteaftrek – een bedrag van € 4.151 – ziet op de restschuld die met de verkoop van de woning is ontstaan. Die rente is volgens het hof geen eigenwoningrente en daarmee niet aftrekbaar.
Belang voor de praktijk
Deze uitkomst zou niet anders zijn geweest als we het internationale aspect zouden wegdenken. Wie in Nederland woont en zijn woning verkoopt maar in Nederland blijft wonen kan de rente van een eventuele restschuld niet aftrekken. Dergelijke schulden vallen in box 3.
Alleen restschulden die zijn ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 vallen in box 1 (art. 3.120a Wet IB 2001). De rente van dergelijke restschulden is aftrekbaar gedurende maximaal vijftien jaar. Er geldt voor deze restschulden overigens geen fiscale aflossingseis, maar over het algemeen verlangt de geldverstrekker wel een volledige aflossing op annuïtaire/lineaire basis binnen afzienbare tijd.
In deze casus verkocht de Italiaanse man zijn woning op 10 oktober 2018 en liet hij zich per die datum ook uitschrijven. Vaker zal het voorkomen dat iemand emigreert en daarna pas zijn woning verkoopt. Hoe is in dat geval de fiscale behandeling van die woning na emigratie?
Na emigratie ben je voor de inkomstenbelastingheffing buitenlands belastingplichtige (art. 7.1 e.v. Wet IB 2001) of eventueel kwalificerende buitenlandse belastingplichtige (art. 7.8 Wet IB 2001). Uitgaande van het eerste is er in art. 7.2 lid 2 onderdeel f Wet IB 2001 aangegeven dat tot het Nederlands inkomen wordt gerekend de belastbare inkomsten uit eigen woning in Nederland. In de parlementaire geschiedenis – en ook in andere bronnen – is dit inkomenselement nauwelijks toegelicht of uitgewerkt. Wij gaan ervan uit dat het voormalig hoofdverblijf van een emigrant dat voor verkoop bestemd is, voor deze emigrant een eigen woning blijft. Dus, met andere woorden, dat de fictieregeling van art. 3.111 lid 2 Wet IB 2001 óók voor buitenlands belastingplichtigen geldt. Dit betekent dat de woning voor de emigrant een eigen woning blijft – voor zo lang deze verhuisregeling geldt – en de eigenwoningrente aftrekbaar is. Het is daarbij natuurlijk wel de vraag of de emigrant voldoende (verrekenbaar) inkomen heeft, want als dat er niet is, dan mag je recht hebben op de aftrek van eigenwoningrente, maar bij gebrek aan belastbaar Nederlands inkomen schiet je daar financieel weinig mee op.
Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Inkomstenbelasting