Vervroegd met pensioen gaan is vaak mogelijk, maar er gelden belangrijke fiscale spelregels. Die regels bepalen hoe vroeg het ouderdomspensioen mag ingaan en onder welke voorwaarden. Een casus.

De casus luidt als volgt:

Een man van 55 jaar merkt dat zijn werk steeds zwaarder begint te worden en wil daarom binnen een paar jaar stoppen met werken, ruim vóórdat hij de AOW-leeftijd bereikt. Kan de man zijn pensioen vervroegen, en waar moet hij dan rekening mee houden?

De uitwerking is als volgt: sinds de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) geldt een vaste grens: je ouderdomspensioen mag maximaal 10 jaar vóór je AOW-leeftijd ingaan (art. 18a lid 4 onderdeel a Wet LB 1964). Tenzij in de pensioenregeling een eerdere ingangsdatum geldt. In dat geval mag iemand het pensioen op die eerdere ingangsdatum laten ingaan.

Vervroegen tot uiterlijk 10 jaar voor ingang AOW

Voor de man geldt een AOW-leeftijd van 67 jaar. Dat betekent normaal gesproken dat zijn pensioen op z’n vroegst mag ingaan op 57-jarige leeftijd. De man hoeft in deze 10-jaarsperiode niet meer aan te tonen dat hij echt minder gaat werken of wil stoppen met werken. Dat maakt vervroegen praktischer dan voorheen.

Vóór de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) mocht iemand het pensioen alleen meer dan vijf jaar vóór je AOW-leeftijd laten ingaan als diegene ook daadwerkelijk stopte met werken. Er moest dan een intentieverklaring worden ondertekend waarin iemand aangaf dat hij of zij niet meer zou werken en dat ook niet meer van plan was.

Vanaf 1 juli 2023 zijn de regels veranderd. Ook als de pensioenregeling nog niet is omgezet naar een Wtp-regeling. Voor deze regelingen geldt op grond van art. 38b lid 1 Wet LB 1964 en art. 38q Wet LB 1964 tot 1 januari 2028 overgangsrecht. Dit betekent dat voor deze aanspraken nog het oude fiscale kader mag worden toegepast. Ondanks dat voor deze oude aanspraken nog de oude regels gelden, hoeft bij het vervroegen van de pensioendatum naar een datum die niet meer dan 10 jaar voor pensioendatum ligt, geen intentieverklaring meer te worden getekend. Dat betekent dat iemand mag stoppen met werken als het pensioen ingaat, maar het hoeft niet.

Vervroegen meer dan 10 jaar voor ingang AOW

Heeft iemand pensioen dat onder het overgangsrecht valt, dan mag dat pensioen zelfs nog eerder dan 10 jaar vóór je AOW-leeftijd ingaan. De voorwaarde is in dat geval wél een intentieverklaring waarin het deel wordt aangegeven dat iemand vervroegd minder gaat werken. Het pensioen kan voor dat deel alleen ingaan naar de mate waarin iemand minder gaat werken. Als iemand bijvoorbeeld verklaart om voor 20 procent minder te gaan werken, dan kan het pensioen ook slechts voor 20 procent ingaan. Dit is ook bevestigd door de Belastingdienst in V&A 23-005.

Hoog-Laag

Een eerdere ingangsdatum betekent altijd dat iemands pensioenuitkering lager wordt. Diegene ontvangt het pensioen namelijk langer, waardoor een actuariële herrekening wordt gemaakt. Daarnaast zijn er extra aandachtspunten als het pensioen ingaat vóór iemands AOW-leeftijd. Omdat er nog geen AOW is, kan er een inkomensgat ontstaan. Een hoog-laaguitkering kan soms helpen dit gat op te vangen. In de Wet LB 1964 is dit geregeld in art. 18d lid 1 Wet LB 1964. Een pensioenregeling moet wel in deze mogelijkheid voorzien.

Met een hoog-laaguitkering ontvang iemand tijdelijk een hogere uitkering, gevolgd door lagere uitkeringen. De standaardverhouding is 100:75. De hoogste uitkering mag daarbij in de periode vóórdat de AOW ingaat zelfs hoger zijn dan 100  procent, omdat dan een bedrag van € 2.357 per maand (bedrag 2026, art. 18d lid 2 Wet LB) tot ingang van AOW bij die uitkering mag worden opgeteld. Zo wordt het ‘gat’ tot de AOW nog verder gedicht.

Voorbeeld
Stel: Jouw pensioenuitvoerder heeft berekend, dat je met de door jou opgebouwde pensioenaanspraken vanaf jouw 57e verjaardag een pensioen kunt laten ingaan dat bestaat uit de volgende componenten:

Belang voor de praktijk

Alhoewel eerder met pensioen gaan heel aantrekkelijk lijkt, moet de financiële impact niet worden onderschat. Door de actuariële herrekening zal een deelnemer die 10 jaar eerder stopt, zijn levenslange pensioen fors zien dalen.

De Belastingdienst heeft bevestigd dat het binnen de fiscale regels mogelijk is dat het ouderdomspensioen na de AOW-leeftijd zelfs nihil kan worden door toepassing van de AOW-compensatie (V&A 11-031). Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de fiscale aspecten. Een vervroegde pensioenuitkering valt doorgaans in een hogere belastingschijf dan bij een AOW-gerechtigde. Bovendien is op het ingegane pensioen de arbeidskorting niet meer van toepassing, terwijl fiscale voordelen zoals ouderenkorting nog niet van toepassing zijn. In de praktijk betekent dit dat een deelnemer netto minder overhoudt dan het brutobedrag doet vermoeden.

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting, Pensioenen

27

Gerelateerde artikelen