In een binnenkort te publiceren artikel in het Land- en Tuinbouwbulletin gaat Fons Overwater1 in op de vraag 'Hoe goed of slecht is het coalitieakkoord voor de agrarische sector?' Het artikel is nu al te lezen op TaxLive.
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA dat op 30 januari jongstleden is gepresenteerd heeft als titel meegekregen ‘Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland’. Het document heeft vanuit de agrarische sector verschillende reacties opgeroepen.
De primaire reactie van bestuurslid Bart Belser van Agractie was ‘Het draait alleen maar om natuur, natuur, natuur ... en boeren moeten krimpen.’ Caroline van der Plas van BBB noemt de plannen ‘desastreus voor het platteland’. Ger Koopmans, voorzitter van LTO, geeft onder meer aan dat ‘ondanks grote, openstaande punten het coalitieakkoord een basis legt die vertrouwen wekt.’
Invalshoek zakelijke adviespraktijk
Gelet op de qua waardering zeer verschillende reacties vanuit de agrarische sector is het goed om even vanuit het perspectief van de zakelijke adviespraktijk naar de plannen te kijken. Daarbij moet je ervan uitgaan dat de goed georganiseerde en degelijke zakelijke adviespraktijk voor de agrarische sector als geen ander kennis en ervaring bundelt op onder meer financieel, fiscaal, bestuurlijk, planologisch, juridisch en bedrijfseconomisch terrein. Kortom, alles wat een sector nodig heeft om efficiënt te opereren tot meerdere welvaart van de agrarische ondernemer, andere stakeholders en de maatschappij in het algemeen.
Pakket van € 20 miljard, één miljoen per ondernemer?
Als eerste valt op, en dat heeft ook meermalen de pers gehaald, dat voor landbouw, natuur en stikstofaanpak een investeringsbedrag van 20 miljard euro beschikbaar wordt gesteld. Ingewijden weten dat er in Nederland ongeveer 50.000 agrarische bedrijven zijn, waarvan ongeveer 20.000 in de melkveehouderij en intensieve veehouderij. Het grootste deel van die € 20 miljard is voor die twee deelsectoren gereserveerd, vooral om de natuur voor deze activiteiten te beschermen en om Nederland van het ‘stikstofslot’ te kunnen halen. Deel dan nu die € 20 miljard door 20.000 en je komt op een budget van één miljoen euro per bedrijf. Bedenk daarbij dat veel van die bedrijven geen recht zullen krijgen op een deel van het bedrag en je komt per bedrijf nog een stuk hoger uit. Natuurlijk is dit rekensommetje een veel te simpele benadering, maar het geeft wel een te bevatten cijfer van waar het over gaat.
Waar gaat die € 20 miljard naartoe?
De € 20 miljard wordt over een periode van vier tot tien jaar verdeeld over de volgende doelen en activiteiten, te weten:
|
|
Miljarden € |
|
Voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties wordt tot en met 2035 extra vrijgemaakt: |
2,75 |
|
Voor het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuurgebieden, waar het agrarische grondgebruik wordt geëxtensiveerd, waar de provincie een gebiedsgerichte aanpak toepast: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen tot 2035: |
9,00 |
|
Voor subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven verlagen middels verduurzaming van de bedrijfsvoering wordt vrijgemaakt tot en met 2035: |
2,00
|
|
Voor de natuurmaatregelen, zoals natuurherstel, -monitoring en -beheer wordt tot en met 2035 vrijgemaakt: |
2,20 |
|
Voor agrarisch natuurbeheer wordt tot en met 2035 vrijgemaakt: |
1,20 |
|
Voor het bieden van incidentele compensatie in de meest kwetsbare watergebieden, waar het agrarische grondgebruik wordt geëxtensiveerd ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water wordt tot en met 2035 vrijgemaakt: |
1,25 |
|
Voor flankerende maatregelen waaronder ondersteuning voor jonge boeren en tuinders en uitvoeringskosten anders dan de uitvoering van bovenstaande maatregelen wordt tot en met 2035 vrijgemaakt: |
1,35 |
|
Tot en met 2031 wordt voor maatregelen met een significante verlaging van stikstof/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit vrijgemaakt: |
0,25 |
|
Totaal |
20,00 |
Dekking € 20 miljard
Een bedrag van € 6,5 miljard wordt tot 2035 geplukt van de begroting van LVVN door het voor genoemde doelen en activiteiten inzetten van nog onverdeelde posten. Hetgeen betekent dat andere sectoren in de agrarische sectoren er zeer waarschijnlijk onder zullen lijden. Of dat erg is valt moeilijk in te schatten omdat het coalitieakkoord daar niet op ingaat. Maar als dat direct of indirect ten laste gaat van bijvoorbeeld sierteelt of akkerbouw, beide ook in transitie, dan zou dat weleens erg vervelend voor die sectoren kunnen uitpakken.
Een andere dekking wordt gevonden in het niet laten doorgaan van de herintroductie van de zogenoemde rode diesel. Dat de herinvoering niet zou doorgaan was echter al langer bekend. Het levert per jaar zo’n € 146 miljoen extra op de begroting op, goed voor een kleine € 600 miljoen gedurende de kabinetsperiode, en natuurlijk veel meer als je hierbij ook tot 2035 rekent. Het demissionaire kabinet koos op Prinsjesdag 2025 voor het behalen van duurzaamheidsdoelen in plaats van voor de terugkeer van rode diesel. Daarbij werd toen onder meer gedacht aan de ontwikkeling van precisielandbouw, automatisering en emissiereducerende technieken; allemaal zaken die nu ook terugkomen in het coalitieakkoord.
De overige dekking van ongeveer € 13 miljard zal van andere begrotingen moeten komen en ten laste gaan van met name zorg en sociale zekerheid.
Een conclusie over de € 20 miljard voor de agrarische sector
- € 20 miljard is heel veel geld, maar het is niet allemaal goud wat er blinkt, want:
Het wordt grotendeels gespreid over een periode van tien jaar (2026-2035); - Het is deels een sigaar uit eigen doos (6,5 miljard onverdeeld af van begroting LVVN en 600 miljoen opbrengst vanwege het niet doorgaan herintroductie rode diesel);
- Een deel groot € 2,2 miljard is direct en extra bestemd voor natuurbeheer- en behoud;
- Een klein deel groot € 0,25 miljard is bestemd voor stikstofuitstootbeperking van de mobiliteit en industrie;
- Een deel groot € 1,35 miljard is extra bestemd voor jonge boeren.
Na aftrek van de posten 2 tot en met 5 hierboven blijft er toch nog zo’n kleine € 10 miljard over. Nog steeds een groot bedrag maar verspreid over tien jaar is dat gemiddeld ongeveer € één miljard per jaar. Begrotingstechnisch goed te hanteren. Maar het laat onverlet dat onder aftrek van de posten 3, 4 en 5, die niet direct bestemd zijn voor de transitie, nog een bedrag overblijft voor de doelen en activiteiten van zo’n € 16 miljard. Waarmee die doelen ongetwijfeld gehaald zullen kunnen worden.
Bloemen en planten naar het hoge btw-tarief; glastuinbouw de dupe?
Een van de weinige fiscale maatregelen die in het coalitieprogramma staan betreft de aangekondigde verhoging van de btw op bloemen en planten van 9% naar 21%. Dat valt niet te rijmen met de doelstellingen van het kabinet.
De glastuinbouw wil in 2040 een klimaatneutrale en economisch rendabele sector zijn en is daarvoor met onder meer het programma ‘Kas als Energiebron’, al aardig op weg. De energietransitie is door middel van een convenant genaamd ‘Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030’ vastgelegd.
Als uitvloeisel van voornoemd convenant kwam er een ‘Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw’ tot stand, mede ter borging voor het behalen van de doelstelling. Doel van die wet is het afbouwen van belastingvoordelen voor het gebruik van aardgas en elektriciteit in de glastuinbouwsector en om glastuinbouwers te stimuleren duurzamere warmte- en elektriciteitsbronnen te gebruiken.
De voorgenomen verhoging van het btw-tarief kan negatieve gevolgen hebben voor het tempo van vergroening van de Nederlandse sierteeltsector en de maatschappij in het algemeen. Bovendien kunnen de verwachte extra inkomsten voor de schatkist best nog wel eens gaan tegenvallen omdat er minder mensen groene producten willen of kunnen gaan kopen.
Vergroening van steden, biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving zijn zaken die de nieuwe coalitie graag wil bevorderen. De sierteelt is daarvan de leverancier. Bloemen, planten, bomen en bollen zorgen voor groenere en koelere steden, zijn onmisbaar voor bijen en andere bestuivers en helpen tegen klimaatverandering. Het verhogen van de btw op deze producten is dus contraproductief.
Overige zaken in het coalitieakkoord: sectoren, juridische en fiscale aspecten
Dat het coalitieakkoord qua agrarische sector een wel heel sterke focus heeft op melk- en intensieve veehouderij mag niet verbazen. De melk- en intensieve veehouderij is immers al jarenlang een problematische sector voor de natuur en grote delen van het economisch leven. Maar om vervolgens in het coalitieakkoord helemaal niets te vinden over de andere agrarische sectoren geeft geen blijk van visie op het totaalplaatje.
Gelukkig wordt in het coalitieakkoord niet gesleuteld aan fiscale of andere juridische regelingen voor de agrarische sector, anders dan natuurlijk in relatie tot de stikstofproblematiek. Zo blijven bijvoorbeeld de landbouwvrijstelling en BOR verder ongemoeid, net als het lage btw-tarief voor voedsel.
Conclusie
Het coalitieakkoord beschrijft een toekomstbestendige landbouw en biedt daarvoor een juridisch en financieel kader dat haalbaar lijkt. Natuurlijk, er wordt in het coalitieakkoord politiek bedreven waar je als adviseur van de agrarische sector met een uurtje analyseren doorheen prikt, maar wat resteert biedt hoop voor in dit geval de deelsector melk- en intensieve veehouderij om uit de negatieve spiraal te ontsnappen. Daarmee kan de vraag in de aanhef van dit artikel worden beantwoord met ja, het coalitieakkoord is goed voor de agrarische sector.
Toepasbare kennis in de praktijk
Het coalitieakkoord is, zoals het hoort, op hoofdlijnen beschreven. Bestudering ervan is een goede zaak om er met je clientèle over te sparren en om rekening te houden met de daarin beschreven te verwachten ontwikkelingen.
---------------
1 Mr. drs. A.J.A. Overwater is belastingadviseur, publicist en docent te Hoofddorp. Ook is hij redactielid van het Land- en Tuinbouwbulletin.
Bron: Land- en Tuinbouwbulletin