Fouten in de financieringsopzet laten zich niet met terugwerkende kracht repareren, zo blijkt in een zaak van een huiseigenaar die zijn eigenwoningschuld oversluit waarbij hij de looptijd verlengt. Hierdoor voldoet de lening niet langer aan de fiscale aflossingseis. De lening valt in box 3. Herstel met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

In deze zaak van Rechtbank Noord-Nederland (8 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:30) heeft een man een eigen woning met een eigenwoningschuld. Voor deze lening geldt de fiscale aflossingseis van art. 3.119c Wet IB 2001. In 2021 sluit hij de lening over. Met de geldverstrekker spreekt hij een looptijd af van 360 maanden (30 jaar). In zijn aangifte inkomstenbelasting trekt de man de rente voor de lening af.

De inspecteur weigert de renteaftrek. Door de verlenging van de looptijd naar opnieuw dertig jaar voldoet de lening niet meer aan de fiscale aflossingseis. Je hoort immers de lening in maximaal 360 maanden volledig af te lossen volgens een ten minste annuïtair aflossingsschema, gerekend vanaf de datum 
waarop de lening voor het eerst is ontstaan. De lening valt na oversluiting door de te langzame aflossing in box 3. Er is geen ruimte voor renteaftrek.

In 2024 wordt de lening aangepast waardoor de lening wel weer voldoet aan de fiscale aflossingseis. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat deze aanpassing geen terugwerkende kracht heeft. Met andere woorden, er is pas weer ruimte voor renteaftrek na aanpassing, dus vanaf 2024. In de periode dat de lening niet voldoet aan de fiscale aflossingseis valt deze in box 3. De inspecteur weigert daarom terecht de volledige aftrek.

Belang voor de praktijk

In de sociale media stond een bericht over deze uitspraak. De schrijver in kwestie vindt dat de Belastingdienst de menselijke maat in acht had moeten nemen door de renteaftrek toe te staan, ondanks dat de lening niet voldoet aan de eisen die de wet aan een eigenwoningschuld stelt. Iedereen kan tenslotte wel eens een foutje maken. De wet is echter volkomen duidelijk op dit punt en geldt voor iedereen. Wij zien dan ook niet in waarom de inspecteur hier een oogje had moeten dichtknijpen.

Dat zou ook alleen maar precedenten scheppen. De volgende stap is dat je de hele wet maar bij het oud vuil zet. Dat leidt tot rechtsonzekerheid en mogelijk rechtsongelijkheid.

De uitspraak maakt wel pijnlijk duidelijk dat het eigenwoningverleden ertoe doet. In alle gevallen moet je hier iets mee bij het opstellen van de financieringsopzet. Dat dit bepaald geen sinecure is, moge duidelijk zijn. Wie weet nog hoe het eigenwoningverleden eruit ziet na drie verhuizingen, een verbouwing en een echtscheiding? Dat de eigenwoningregeling buitensporig complex is, kan dan ook niet ontkend worden. Dat zouden wij liever anders zien. Helaas geeft de wetgever structureel niet thuis op vereenvoudiging.

Wat deze uitspraak expliciet duidelijk maakt, is dat fouten in de financieringsopzet zich niet met terugwerkende kracht laten repareren. Daar wordt, merken wij, nog wel eens te gemakkelijk over gedacht. Als door een verkeerde financieringsopzet leningdelen – of misschien zelfs wel de gehele lening – diskwalificeren als eigenwoningschuld ligt schade op de loer. Er is immers aan de klant een fiscaal voordeel voorgespiegeld – renteaftrek – dat er (deels) niet blijkt te zijn. Dat kan leiden tot een aansprakelijkheidsstelling. Het is dus zaak de financieringsopzet zeer zorgvuldig op te stellen.

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

17

Gerelateerde artikelen