De Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva (‘DAC8’) is in het Staatsblad gepubliceerd. De wet treedt in werking op 11 april 2026 en wel met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X BV recht heeft op een tax sparing credit van 25% in verband met de van Y Ltda ontvangen IoNE. Volgens het hof vallen de IoNE-uitkeringen namelijk in ieder geval onder de ‘inkomsten uit aandelen’.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X als buitenlands belastingplichtige slechts eenmaal het heffingvrije vermogen in box 3 kan benutten. Het Unierecht verplicht niet tot toekenning van een tweede heffingvrij vermogen aan zijn partner Y.
Rechtbank Noord-Holland heeft in een uitspraak een internationaal concern gelijk gegeven in een zaak tegen de Belastingdienst. Het bedrijf mocht oude verliezen verrekenen met latere winsten van vennootschappen die bij het Nederlandse deel van het concern horen.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het niet bevoegd is om te oordelen over de Belgische gemeentelijke heffing over het aan Nederlandse inkomstenbelasting onderworpen loon. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht een IB-aanslag voor het jaar 2015 aan X heeft opgelegd. Daarbij wordt de stelling van X verworpen dat de aanslag voor het jaar 2012 had moeten worden opgelegd.
Of Nederland heffingsrecht heeft over een door een inwoner van Nederland ontvangen Belgische pensioenbonus opgebouwd tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025 is afhankelijk van de hoedanigheid waarin de pensioenbonus is opgebouwd. Dat is het standpunt van de Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.