Botswana has become the 102nd jurisdiction to join the Inclusive Framework on BEPS and will participate on an equal footing in the BEPS Project as an Associate.
De vestigingsplaatsbepaling van art 1.3 Wet MB 2024 is van toepassing op een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen en geldt daardoor ook bij de berekening van de bijheffing van een joint venturegroep. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep Pijler 2.
Een entiteit waarin een uiteindelijke moederentiteit onmiddellijk of middellijk een belang houdt van 100% kan onder voorwaarden kwalificeren als joint venture, ondanks dat bij een 100%-belang in een entiteit geen sprake is van een samenwerkingsverband in gebruikelijke zin. Er wordt namelijk voldaan aan de eis dat sprake moet zijn van een onmiddellijk of middellijk belang van ten minste 50% in die entiteit. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep Pijler 2 over de toepassing van de definitie van joint venture in art. 1.2 lid 1 Wet MB 2024.
De Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva (‘DAC8’) is in het Staatsblad gepubliceerd. De wet treedt in werking op 11 april 2026 en wel met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X BV recht heeft op een tax sparing credit van 25% in verband met de van Y Ltda ontvangen IoNE. Volgens het hof vallen de IoNE-uitkeringen namelijk in ieder geval onder de ‘inkomsten uit aandelen’.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X als buitenlands belastingplichtige slechts eenmaal het heffingvrije vermogen in box 3 kan benutten. Het Unierecht verplicht niet tot toekenning van een tweede heffingvrij vermogen aan zijn partner Y.
Rechtbank Noord-Holland heeft in een uitspraak een internationaal concern gelijk gegeven in een zaak tegen de Belastingdienst. Het bedrijf mocht oude verliezen verrekenen met latere winsten van vennootschappen die bij het Nederlandse deel van het concern horen.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het niet bevoegd is om te oordelen over de Belgische gemeentelijke heffing over het aan Nederlandse inkomstenbelasting onderworpen loon. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht een IB-aanslag voor het jaar 2015 aan X heeft opgelegd. Daarbij wordt de stelling van X verworpen dat de aanslag voor het jaar 2012 had moeten worden opgelegd.
Of Nederland heffingsrecht heeft over een door een inwoner van Nederland ontvangen Belgische pensioenbonus opgebouwd tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025 is afhankelijk van de hoedanigheid waarin de pensioenbonus is opgebouwd. Dat is het standpunt van de Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.