De voorwaarden van de voorgestelde afmeldregeling voor fondsen voor gemene rekening in de Wet VPB 1969 zijn te streng om de fondsenpraktijk op een flexibele wijze tegemoet te komen en daarnaast het hoofddoel van de wetswijziging, namelijk het tegengaan van internationale hybride mismatches en dubbele belasting, te bereiken. Dat schrijft de NOB in haar reactie op de internetconsultatie Aanpassing fonds voor gemene rekening.
De internetconsultatie (V-N 2026/2.16) betreft een conceptwettekst en toelichting waarmee de definitie van het fgr wordt aangepast en de invoering van een optionele afmeldregeling voor het fgr. Het voorstel beoogt twee knelpunten te adresseren die bij de uitvoering van de motie Van Eijk zijn opgekomen
In de reactie adviseert de NOB:
- de toerekeningsvoorwaarde te schrappen;
- de informatieverplichting anders vorm te geven door opname in het formele belastingrecht; en
- de regeling voor aan- en afmelding van de afmeldregeling flexibeler te maken.
Daarnaast adviseert de NOB in plaats van de afmeldregeling in overleg met stakeholders een alternatieve oplossing uit te werken die is gebaseerd op een opt-in regeling in combinatie met een vaste kwalificatie als fgr voor bepaalde (publieke) fondsen. Een dergelijke regeling sluit ten opzichte van de afmeldregeling beter aan bij het hoofddoel van de wetswijziging, en leidt tot minder praktische bezwaren en risico's voor de fondsenpraktijk. Voor deze alternatieve oplossing doet de NOB een aantal voorstellen om de regeling zowel voor de Belastingdienst als de fondsenpraktijk uitvoerbaar te laten zijn.
Bron: NOB
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Vennootschapsbelasting