De NOB ziet zowel praktische als principiële bezwaren bij het conceptvoorstel Consultatie aanpassing fiscale behandeling ingeprijsd valutaresultaat deelnemingsvrijstelling (V-N 2026/13.9). Dit blijkt uit de reactie van de NOB op de internetconsultatie. De NOB vraagt aandacht voor de complexiteit van het bepalen van het ingeprijsde valutaresultaat, een mogelijk onevenwichtige uitkomst voor belastingplichtigen, en geeft in overweging om een alternatief te onderzoeken.

Op grond van art. 13 lid 7 Wet VPB 1969 kunnen voordelen uit rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van een valutarisico dat met een deelneming wordt gelopen, onder het bereik van de deelnemingsvrijstelling worden gebracht. Het conceptwetsvoorstel bevat een wijziging waarmee het toepassingsbereik van art. 13 lid 7 Wet VPB 1969 wordt beperkt tot ‘niet-ingeprijsde’ voordelen. De hoogte van de rente op een lening is – onder meer – afhankelijk van de valuta. Hoe zwakker de valuta, hoe hoger de rente. De ‘extra’ rente bij een ‘zwakkere’ valuta representeert in feite een vergoeding voor de verwachte koersdaling. Onder de huidige regeling is die ‘extra’ rente aftrekbaar, maar is het gehele koersresultaat vrijgesteld. Het wetsvoorstel bewerkstelligt per saldo dat deze extra rente (het ingeprijsde valutaresultaat) voortaan niet langer aftrekbaar is.

De NOB plaatst onder meer kanttekeningen bij de wijze waarop het ingeprijsde valutaresultaat in het consultatievoorstel wordt vastgesteld. Volgens de NOB bieden de voorbeelden in de toelichting onvoldoende houvast voor complexere instrumenten en gaat de concepttoelichting niet nader in op de vraag hoe de rente op een vergelijkbare lening in euro (of een eventuele andere functionele valuta) moet worden vastgesteld. De NOB verwacht dat dit in de praktijk zal leiden tot discussies.

Ook geeft de NOB in overweging te onderzoeken om valuta-afdekinstrumenten die verband houden met een deelneming van rechtswege onder de deelnemingsvrijstelling te brengen en daarmee in feite te defiscaliseren, vergelijkbaar met het regime voor aan- en verkoopkosten deelneming (art. 13 lid 1 Wet VPB 1969) en het regime voor earn-out regelingen en balansgaranties (art. 13 lid 6 Wet VPB 1969).

Lees de hele reactie.

Bron: NOB

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Vennootschapsbelasting

9

Gerelateerde artikelen