Het Hof van Justitie oordeelt dat de Belgische opcentiemen-regeling voor personen die geen fiscaal inwoner van België zijn, in strijd is met het EU-recht. Dit geldt wanneer de daaruit voortvloeiende belastingdruk zwaarder is dan de belastingdruk die op de fiscale inwoners rust in verband met een vergelijkbare aanvullende belasting op de personenbelasting.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat aan Harry het recht op BTW-teruggaaf wordt ontzegd, en de toegang tot de rechter wordt geweigerd, omdat het verzoek om BTW-teruggaaf als niet ingediend wordt beschouwd door een technische storing bij de elektronische indiening ervan.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Hongarije de door Aptiv in 2021 geclaimde BTW-aftrek over ICV’s uit de jaren 2016-2018 weigert. Dat Aptiv pas in 2021 beschikte over de betreffende facturen staat aftrek in 2021 niet in de weg.
Het Hof van Justitie oordeelt dat België in strijd met het EU-recht handelt door aftrek van de onderhoudsuitkeringen aan de dochter en ex-partner van BX deels te weigeren. Ingezetenen die, anders dan BX, geen Franse inkomsten genieten hebben namelijk volledig recht op deze aftrek.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Spaanse uitsluiting van aftrek van BTW-voorbelasting met betrekking tot representatiekosten niet in strijd is met het EU-recht. Het Hof van Justitie wijst er daarbij op dat de regeling van kracht werd op de datum waarop Spanje toetrad tot de EU.
EY adviseert in het kader van de implementatie van het ViDA-pakket een brede e-facturatie en rapportage in Nederland voor zowel binnenlandse als intracommunautaire transacties onder een aantal randvoorwaarden die verder moeten worden uitgewerkt. Dat schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in de begeleidende Kamerbrief bij het EY-rapport “ViDA e-facturatie en digitale rapportage”.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Interest- en royaltyrichtlijn de reikwijdte van een vrijstelling niet beperkt tot uitsluitend het tijdvak na het tijdstip waarop een besluit is vastgesteld. Het Hof van Justitie wijst daarbij op de doelstellingen van deze richtlijn.
Advocaat-generaal Medina concludeert dat het in strijd is met het EU-recht dat QJ, als aansprakelijk gestelde bestuurder voor de door de vennootschap VN onbetaald gelaten BTW-schuld, niet in eigen naam tegen de aan VN ambtshalve opgelegde BTW-aanslagen kan ageren.
Het Hof van Justitie oordeelt dat bij de uitgifte van punten bij het loyaliteitsprogramma van Lyko geen sprake is van een voucher in de zin van art. 30 bis BTW-richtlijn. De verplichting om die punten als tegenprestatie voor een goederenlevering te aanvaarden ontbreekt namelijk.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de BTW-vrijstelling voor wettige betaalmiddelen niet van toepassing is op het omwisselen van reële valuta’s voor het in-game goud van Žaidimų valiuta. Het in-game goud betreft namelijk virtuele valuta die uitsluitend kunnen worden gebruikt in een onlinevideospel.