Uit een CPB-doorrekening van het coalitieakkoord blijkt dat het Kabinet-Jetten de hypotheekrenteaftrek feitelijk verruimt. Dit is mogelijk door aan het tarief van de tweede schijf in de inkomstenbelasting te sleutelen. Dat blijkt uit een blog van hoogleraar economie Raymond Gradus van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Volgens de hoogleraar is de woonparagraaf van het kabinet-Jetten een teleurstelling. Naast de lastenverzwaring voor middeninkomens vanwege het niet toepassen van de inflatiecorrectie (de zogeheten vrijheidsbijdrage) blijkt dat de hypotheekrenteaftrek voor hoge inkomens juist wordt verruimd door het ophogen van het tarief in de tweede schijf. Gevolg van de kabinetsplannen is volgens de CPB-doorrekening een stijging van het armoedecijfer van 7,4% (2,5% naar 2,7%).
De tariefcorrectie, waardoor de kostenaftrek van de hypotheekrente wordt beperkt voor de hoogste inkomens, is gecorreleerd aan dit tweedeschijfstarief. Voor de hoogste inkomens (€ 78.426 en meer per jaar) zorgt dit indirect voor een hogere aftrekpost. Volgens Gradus is dit een verdere breuk met het in 2014 ingezette afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek voor hogere inkomens. Vanwege deze versnelde afbouw is toentertijd besloten om eigenwoningbezitters te compenseren door een verlaging van het eigenwoningforfait (van 0,45 procent naar 0,35 procent in 2023). Door de verhoging van het tarief in de tweede schijf dreigt dubbele compensatie.
Concreet zou de extra belastingverhoging van circa één procentpunt in vergelijking met de situatie in 2023 en 2024 een verhoging van het aftrektarief voor hogere inkomens van 1,5 procentpunt betekenen. Volgens de schrijver zijn er twee oplossingen mogelijk. Allereerst suggereert hij om de aftrek plaats te laten vinden tegen één tarief voor iedereen. De tweede oplossing is volgens de hoogleraar het vaststellen van een vast percentage.
Het blog is gepubliceerd op de website van het economievakblad ESB.
Bron: Economievakblad ESB
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Inkomstenbelasting