In twee standpunten gaat de Belastingdienst in op de fiscale gevolgen van een pensioenverbetering voor daarvoor reeds genoten lijfrenteaftrek.
Het gaat om de standpunten van 18 september 2025 (KG:070:2025:5) en 16 oktober 2025 (KG:070:2025:6). De situatie is als volgt. Als de pensioenopbouw in een pensioenregeling niet fiscaal optimaal is, is er fiscaalrechtelijk ruimte in de lijfrentesfeer om dit pensioengat te dichten. Als een deelnemer aan een pensioenregeling ervoor kiest een lijfrentestorting te doen en er nadien een verbetering van de pensioenregeling plaatsvindt die ziet op dit pensioengat, dan kan art. 3.133 lid 2 onderdeel k Wet IB 2001 in werking treden. Hierin is bepaald dat voorzover de pensioenverbetering ziet op de daaraan voorafgegane lijfrenteaftrek er negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen.
Voorbeeld
Timo heeft in 2021 een lijfrentestorting gedaan van € 10.000. Hij heeft deze volledig in mindering gebracht in zijn aangifte inkomstenbelasting. Timo benutte daarbij zijn jaarruimte. Voor de goede orde: het pensioengat dat hij hiermee dicht heeft betrekking op het kalenderjaar 2020. In 2025 wordt de pensioenregeling verbeterd. De werkgever doet een zodanige storting dat het in 2020 opgelopen pensioengat alsnog tot een bedrag van € 8.000 wordt gedicht. Dit betekent dat er in 2025 ook € 8.000 aan negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen bij het belastbaar inkomen wordt opgeteld. Bovendien is Timo revisierente verschuldigd.
In standpunt KG:070:2025:6 geeft de kennisgroep aan dat deze regeling niet geldt als sprake is van een collectieve verbetering van de pensioenregeling, waar de individuele deelnemer immers geen enkele invloed op heeft. Dat standpunt is terug te voeren op de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 1999/2000, 26727 en 26728, nr. 202c, p. 47).
Verder geeft de kennisgroep in dit standpunt aan dat de pensioenaangroei – de ‘factor A’ – niet met terugwerkende kracht wordt verhoogd. Dat is inherent aan het systeem. Niet de jaarruimte wordt met terugwerkende kracht verlaagd, maar er worden ter zake van (terecht) genoten jaarruimte negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking gebracht.
In standpunt KG:070:2025:5 gaat het om de berekening van de in aanmerking te nemen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen als sprake is van een aan de Wet toekomst pensioenen aangepaste pensioenregeling die valt onder het overgangsrecht van art. 220e Pensioenwet. Het gaat hierbij met name om premieovereenkomsten met een met de leeftijd oplopend premiepercentage. Voor deze regelingen wordt de pensioenaangroei over enig jaar berekend aan de hand van de formule van art. 10a.25 lid 2 Wet IB 2001. Dat leidt tot een nogal technische berekening van de hoogte van de in rekening te brengen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen bij een latere
pensioenverbetering. In dit standpunt wordt de berekening aan de hand van een voorbeeld toegelicht.
Belang voor de praktijk
De praktische relevantie van de regeling van art. 3.133 lid 2 onderdeel k Wet IB 2001 is (vrijwel) nihil. Deze regeling is in 2001 in werking getreden. Zoals van meet af aan al duidelijk was, is de regeling alleen van toepassing op individuele pensioenverbeteringen. Dat beperkt het aantal gevallen waarin deze regeling kan spelen enorm. Zo vaak staat een werkgever namelijk een individuele pensioenverbetering over achterliggende diensttijd helemaal niet toe. Verboden is het niet, maar het komt gewoon niet zo vaak voor.
Over de regeling van dit onderdeel k is nooit geprocedeerd. Ook zijn geen gevallen bekend waarin een inspecteur een beroep deed op dit onderdeel k bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting. Dat roept twee vragen op. Allereerst, vindt de regeling in de praktijk überhaupt wel eens toepassing of is sprake van een dreigende maar dode letter in de wet? Ten tweede, hoe zit het eigenlijk met de handhaafbaarheid van dit onderdeel k? De inschatting is dat het daar slecht mee gesteld is. Dat verklaart dan ook meteen waarom hier geen rechtspraak over is terug te vinden.
Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Pensioenen, Inkomstenbelasting