Een advocaat eist volledige betaling van een eindfactuur. In de zaak heeft de advocaat de cliënt echter te weinig geïnformeerd over de kosten van de juridische ondersteuning. De rechter schrapt daarom een deel van de advocatenkosten. 

Bij het aanvaarden van de opdracht heeft de advocaat haar uurtarief verteld en dat ze regelmatig een overzicht van gewerkte uren zal verstrekken. Dat is te weinig informatie voor de cliënt, zo vindt de rechter, om in te kunnen schatten hoeveel de juridische bijstand ongeveer zal gaan kosten.

De advocaat heeft niet voldaan aan haar informatieplicht en er is sprake van een oneerlijk beding. Daarom wordt het kostenbeding vernietigd. Het gevolg is dat deze overeenkomst komt te vervallen.

De eindfactuur gaat ook over kosten voor een aanvullende opdracht aan de advocaat voor een kort geding tegen de werkgever van de cliënt. Bij die opdracht heeft de advocaat de cliënt wel een inschatting gegeven van de minimale kosten. Daarom moet de consument het redelijk loon van de advocaat voor haar werk bij het kort geding wel vergoeden.

De zaak heeft nummer ECLI:NL:RBAMS:2026:2670.

Bron: Rechtbank Amsterdam

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Kantoren

14

Gerelateerde artikelen