Report on evaluation of Directive and structure and rates applied to tobacco
24 december 2015
Report from the Commission to the Council on the evaluation under the Regulatory Fitness and Performance Programme of Directive 2011/64/EU and on the structure and rates of excise duty applied to manufactured tobacco.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Belgische overwinstregeling geen deel uitmaakt van het referentiekader, maar daarvan afwijkt. Ook heeft het Gerecht terecht geoordeeld dat een eventuele dubbele belasting, door de terugvordering van de verleende steun, de rechtmatigheid van het besluit niet aantast.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Belgische elektriciteitswet niet in strijd is met de in verband met de energiecrisis ingevoerde EU-Verordening 2022/1854 voor zover deze uitgaat van vermoedens voor het berekenen van de inkomsten van de elektriciteitsproducenten die aan een plafond zijn onderworpen.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het verzoek om een prejudiciële beslissing van de Franse rechter niet-ontvankelijk is. De veronderstelling dat Tenergie voldoet aan de voorwaarden van art. 119 en 120 Douanewetboek wordt namelijk noch gestaafd door de verwijzingsbeslissing noch door het dossier.
TNO vindt een verlaging van de accijnzen op brandstof een slecht plan. Dit geldt ondanks dat Nederlanders recordbedragen betalen aan de pomp en ons land het duurste van de EU is. Het onderzoeksbureau stelt dat de hoge brandstofprijzen een relatief kleine groep mensen met lage inkomens treffen die veel kilometers rijden. Een veel grotere, meer welvarende groep zou minder hard worden getroffen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de verhoging per 1 januari 2020 van het bijtellingspercentage wegens privégebruik van een elektrische auto – op stelselniveau – geen onaanvaardbare inbreuk op artikel 1 EP vormt.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X als buitenlands belastingplichtige slechts eenmaal het heffingvrije vermogen in box 3 kan benutten. Het Unierecht verplicht niet tot toekenning van een tweede heffingvrij vermogen aan zijn partner Y.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat belastingplichtigen die deel uitmaken van een multinationale groep de keuze hebben om over een bepaald deel van hun daadwerkelijk behaalde winst geen VPB te betalen. Aangezien deze keuze niet wordt toegekend aan een standalone-vennootschap, is sprake van staatssteun.