De hoge prijzen aan de pomp nopen het kabinet tot actie om de autorijder tegemoet te komen. In het verlagen van de accijnzen is in Den Haag weinig trek, dus kijken betrokken bewindspersonen naar andere maatregelen. Op tafel ligt, naast een hogere belastingvrije kilometervergoeding, een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Dat melden ingewijden aan De Telegraaf. Maatregelen om mensen te helpen met hun energienota worden nog niet nodig geacht.
Het kabinet wil niet meteen al zwaar (en vooral duur) geschut inzetten zoals het verlagen van de hoge brandstofaccijnzen. De motorrijtuigenbelasting ligt daarom als een serieuze optie op tafel.
Het kabinet heeft eerder op een rij gezet welke mogelijkheden er zijn om mensen tegemoet te komen nu de prijzen voor olie en gas wereldwijd zijn gestegen. Daar stond toen wel het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding en de verlaging van de accijns op benzine en diesel tussen, maar de lagere motorrijtuigenbelasting niet.
Het verlagen van de accijns op benzine en diesel heeft niet de voorkeur van het minderheidskabinet, liet premier Rob Jetten al eens doorschemeren tijdens zijn wekelijkse persconferentie: "Omdat die veel geld kost, maar huishoudens en ondernemers onvoldoende helpt." Het kabinet wil dat compensatiemaatregelen vooral terechtkomen bij mensen die het hardst geraakt worden door de hoge prijzen.
De Tweede Kamer omarmde onlangs met ruime meerderheid een voorstel van oppositiepartij GroenLinks-PvdA om ook te kijken naar de invoering van maximumprijzen aan de pomp, naar Belgisch voorbeeld. Maar dat lijkt het volgens ingewijden niet te gaan halen. Het plan kon ook in het kabinet op sympathie rekenen, maar zou stuiten op te veel uitvoeringsbezwaren.
Autobezit wordt in Nederland belast op basis van gewicht en brandstof van de auto. Voor elektrische en hybride auto's is er een gereduceerd tarief. Als die belasting 1 procentpunt lager wordt, haalt de fiscus zo'n 46 miljoen euro minder op. Volgens het Nibud kost een middenklasser op benzine per maand ongeveer 88 euro aan wegenbelasting.
Voor de lange termijn en een eventueel grotere crisis worden maatregelen klaargezet voor een eventuele exploderende energienota, maar dat wordt nu nog niet nodig geacht ondanks dat de oppositiepartijen aandringen op verlaging van de energiebelasting.
Energienota
De Nederlandse bestuurder van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Marnix van Rij zegt in gesprek met het ANP dat het verstandig is dat het Nederlandse kabinet nog niet meteen een pakket maatregelen heeft aangekondigd om de energie- en brandstofrekening van huishoudens te verlagen. Volgens hem is de keuze van het kabinet tot nu toe in lijn met het advies van het IMF: ga niet te snel.
Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen flink opgelopen. Waar een aantal Europese landen al met maatregelen is gekomen om de pijn voor hun bevolking te verzachten, is dit in Nederland nog niet gebeurd.
Maar volgens Van Rij is het "eigenlijk te vroeg om nu al heel snel naar gereedschap te grijpen, om op hele korte termijn misschien veel te veel geld uit te geven". De voormalige CDA-politicus, die tegenwoordig in het IMF-bestuur zit, legt uit dat het IMF op dit punt "vrij uitgesproken" is.
Van Rij was als staatssecretaris van Financiën betrokken bij de noodmaatregelen van het kabinet-Rutte 4 in 2022 toen de inflatie tot grote hoogte steeg na de Russische inval in Oekraïne. Toen werden wel snel acties aangekondigd. Nu is de situatie anders, vindt hij. Volgens Van Rij was de inflatie voor de oorlog in Oekraïne ook al aan het oplopen. Ook werd toen snel duidelijk dat huishoudens kampten met energiearmoede.
Wanneer het kabinet alsnog besluit tot actie over te gaan, is het advies van het IMF om de ingrepen gericht en tijdelijk te houden. "Richt het op met name die inkomensgroepen die echt in de problemen komen."
"Nederland hoeft ook niet het wiel opnieuw uit te vinden", stipt Van Rij aan. Volgens hem is in 2022 al uitgebreid onderzocht welke maatregelen geschikt zijn. Hij noemt als voorbeeld de energietoeslag voor huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum.
"Toen speelde ook de vraag: kun je niks anders doen?", herinnert Van Rij zich. "Kunnen we niet de zorg- of huurtoeslag even verhogen? Dat hebben we toen allemaal uitgezocht. En dat bleek toch behoorlijk ingewikkeld te zijn." Volgens Van Rij is het ook belangrijk om met de uitvoerbaarheid voor bijvoorbeeld de Belastingdienst rekening te houden.
In 2022 besloot het kabinet ook tot een accijnsverlaging aan de pomp. Dat was geen gerichte maatregel, erkent Van Rij. Het was wel de bedoeling dat de lagere accijns tijdelijk zou zijn. Maar de verlaging is tot nu toe slechts gedeeltelijk teruggedraaid. "Dan zie je maar hoe je moet opletten met dat soort maatregelen."
Bron: Telegraaf/ANP
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Accijns en verbruiksbelastingen