Op 31 januari 2026 presenteerden coalitiepartijen D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord 2026-2030 met de titel “Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland’’. Frank Elsweier, werkzaam bij Bureau Vaktechniek van EY Belastingadviseurs en bij het Fiscaal Instituut van Tilburg University, beschrijft in een artikel voor het Weekblad Fiscaal Recht (WFR) de fiscale punten uit het door de coalitiepartijen gepresenteerde coalitieakkoord.
In het artikel gaat Elsweier in op de vier belangrijkste onderdelen van het coalitieakkoord met fiscale aspecten, te weten de gevolgen voor burgers, bedrijven, de woningmarkt en de arbeidsmarkt. Hierbij wordt ingegaan op onder meer het belasting- en toeslagenstelsel, de vrijheidsbijdrage, de belastingheffing over vermogen, de bedrijfsopvolgingsregeling, rekeningrijden, de vliegbelasting, de aangekondigde suikerbelasting, de wijzigingen in de vennootschapsbelasting, het vestigingsklimaat en innovatiebeleid, de woningmarkt en fiscale maatregelen die relevant zijn voor de arbeidsmarkt.
Omdat de coalitie niet over een meerderheid in zowel de Eerste als Tweede Kamer beschikt, zal realisatie van alle plannen door bereidheid van oppositiefracties mogelijk moeten worden gemaakt. Het is nog maar de vraag of het coalitieakkoord, wat volgens de auteur fiscale voorzichtigheid uitstraalt, voldoende ambitieus is om structurele tekortkomingen van het belastingstelsel aan te pakken.
De volgende punten, plannen en wijzigingen worden door Elsweier in het coalitieakkoord gesignaleerd:
Burgers:
- het kabinet beoogt jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen. Onduidelijk is of expliciet aansluiting wordt gezicht bij het rapport ''Kansen voor lagere tarieven en beter beleid: Aanpak Fiscale Regelingen voor een eenvoudiger en beter belastingstelsel'';
- het kabinet wilt een stapsgewijze vereenvoudiging van het fiscale, sociale zekerheids- en toeslagenstelsel. Dat zal met name gaan over de inkomensafhankelijke regelingen binnen de fiscaliteit, zoals de heffingskortingen. Volgens Elsweier is het nog maar de vraag in hoeverre de beoogde hervormingen haalbaar zijn, mede door de hierdoor toenemende complexiteit.
- er wordt een zogenoemde vrijheidsbijdrage geïntroduceerd, wat feitelijk resulteert in een lastenverzwaring voor burgers. Zo is het kabinet voornemens om de tabelcorrectiefactor voor inflatie in de inkomstenbelasting beperkt toe te passen. Dit was al gedaan in het Belastingplan 2026;
- het kabinet wil het recentelijk aangenomen box 3-stelsel doorontwikkelen richting een andere systematiek. Dit staat volgens Elsweier op gespannen voet met het kabinetsvoornemen om te komen tot eenvoudig, duidelijk en voorspelbaar fiscaal beleid voor burgers;
- ook wil het kabinet burgers stimuleren om hun spaargeld productiever in te zetten binnen de Nederlandse en Europese economie, onder meer door de introductie van een EU-beleggingsrekening en door middel van een zogenoemde win-winlening. Het valt Elsweier op dat in het coalitieakkoord niet gesproken wordt over de alsmaar toenemende vermogensongelijkheid of over een mogelijke vermogensbelasting;
- de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en DSR-ab zullen niet verder worden aangepast;
- Elsweier noemt het ook opvallend dat het coalitieakkoord geen passages bevat over de zogenoemde pseudo-eindheffing voor de BPM en rekeningrijden, ondanks eerdere politieke discussies hierover;
- in het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet voornemens is om schonere vliegtuigtypes te stimuleren. Hierbij blijft onduidelijk hoe men dit voornemen wil realiseren binnen de huidige vliegbelasting;
- er komt volgens het akkoord een suikerbelasting die van toepassing zal zijn vanaf 2030 op voorverpakte producten met een suikergehalte van ten minste zes procent.
Bedrijven:
- ondanks het feit dat er volgens een evaluatie geen duidelijke doelstelling is voor het lagere vennootschapsbelastingtarief en er kritiek op de effectiviteit van dit lagere tarief wordt uitgeoefend, blijft deze regeling ongewijzigd. De kabinet noemt hierbij als redenen het vestigingsklimaat en de lastendruk voor bedrijven;
- ook voor bedrijven zal een vrijheidsbijdrage worden ingevoerd, waarbij de arbeidsongeschiktheidsfonds-premie (aof-premie) wordt verhoogd. Een exacte uitwerking, zoals wel voor burgers is voorgesteld, ontbreekt. De precieze invulling zal plaatsvinden na overleg met ondernemersorganisaties. Volgens Elsweier lijkt de aof-premie daarmee in toenemende mate te fungeren als een budgettair instrument om financiële tegenvallers elders op te vangen;
- de coalitie kiest er uitdrukkelijk voor om de expatregeling, de innovatiebox, de WBSO, de verliesverrekening, de deelnemingsvrijstelling en de bedrijfsopvolgingsregeling onaangetast te laten. Wel wordt ingezet op vereenvoudiging van WBSO en de werkkostenregeling. Hierbij valt volgens Elsweier op dat het fiscale-eenheidsregime niet expliciet wordt genoemd;
- het coalitieakkoord bevat opvallend genoeg geen expliciete passages over het tegengaan van belastingontwijking of belastingontduiking;
- het kabinet heeft het plan om een aantrekkelijk klimaat te creëren voor startups en scale-ups, onder meer door het eenvoudiger te maken om medewerkers te belonen in aandelen of aandelenopties.
Woningmarkt:
- de fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd. Dit impliceert dat hypotheekrente aftrekbaar blijft tegen maximaal het 'tweede' tarief in de inkomstenbelasting;
- uit de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord blijkt dat het kabinet de investeringscapaciteit van woningcorporaties vanaf 2028 wil uitbreiden met een faciliteit in de vennootschapsbelasting. Wat voor faciliteit dat betreft, wordt niet genoemd;
- het kabinet wil het investeringsklimaat voor huurwoningen verbeteren en het aanbod van huurwoningen laten toenemen. Een concrete invulling en de reikwijdte van deze plannen ontbreken in het coalitieakkoord;
- in het coalitieakkoord wordt in algemene bewoordingen gesteld dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om actief grondbeleid te voeren. Zo wordt genoemd dat een instrument ingevoerd kan worden waarmee private winst kan worden aangewend voor publieke zaken, zoals woningbouw en infrastructuur. Volgens Elsweier duidt dit mogelijk op de invoering van een planbatenheffing.
- de overdrachtsbelasting wordt voor beleggers die woningen verkrijgen per 2027 verlaagd van 8 procent naar 7 procent.
Arbeidsmarkt:
- het kabinet is van plan om de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 te koppelen aan de levensverwachting, waardoor de AOW-leeftijd voor velen effectief wordt verhoogd;
- er wordt gestreefd naar het zo snel mogelijk invoeren van de Zelfstandigenwet, waarbij wordt gestart met het invoeren van het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (Vbar). Het verduidelijkingsdeel wordt geschrapt, samen met de sectorale rechtsvermoedens en de toetsingscommissie uit de Zelfstandigenwet;
- de duur van de WW-uitkering wordt verkort van maximaal 2 jaar naar maximaal 1 jaar. De eerste twee maanden wordt de uitkering verhoogd van 75 naar 80 procent. De resterende maanden blijft deze 70 procent.
In het artikel van Elsweier zijn uitgebreide toelichtingen en commentaren opgenomen over alle zaken die hier zijn genoemd. Lees het vrij toegankelijke artikel op het platform InView Essential.
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Belastingrecht algemeen