WebMindLicenses. VAT abuse. Compatibility of a secret tax investigation with fundamental rights. Advocate General
18 september 2015
Opinion of Advocate General Wathelet in the case WebMindLicenses on a licence agreement and the compatibility of a secret tax investigation with the fundamental rights.
De Staatssecretaris van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet implementatie Richtlijn BTW in het digitale tijdperk – enkele BTW-registratie naar de Tweede Kamer gestuurd.
Tot en met 7 mei 2026 houdt het Ministerie van Financiën een internetconsultatie over het in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ opgenomen maatregel om met ingang van 1 januari 2028 het verlaagde BTW-tarief van 9% voor sierteeltproducten af te schaffen.
De miljardensteun die de Nederlandse staat tijdens de coronapandemie aan KLM verleende, staat opnieuw juridisch ter discussie. Een belangrijke adviseur van het Europees Hof van Justitie adviseert een eerdere vernietiging van de Europese goedkeuring voor de steun door de op een na hoogste EU-rechter in stand te laten.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat de gunstigere Italiaanse regeling voor de aftrekbaarheid van rentekosten in het kader van een groepsbelasting niet geldt voor de Italiaanse vennootschappen die SG direct houdt.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de kosten van het ontwerpen van sjablonen voor etiketten die worden aangebracht op conservenblikken met levensmiddelen die in het EU-grondgebied EU worden ingevoerd, moeten worden opgeteld bij de voor deze ingevoerde goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs.
Hof Amsterdam oordeelt dat X BV over de door C BV ontvangen inschrijfgelden diensten onder bezwarende titel verricht in Nederland en daarom omzetbelasting verschuldigd is. Ook het beroep op verplaatsing van de zetel en bedrijfsuitoefening buiten Nederland faalt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X voor de in situatie 2 en 3 bedoelde auto’s ten onrechte de margeregeling heeft toegepast. Voor de in situatie 3 bedoelde auto's wordt X echter gevrijwaard van BTW-heffing, omdat zij in deze situatie geen nadere onderzoeksplicht had.
Het Gerecht oordeelt dat de door de Canadese douaneautoriteiten aangegeven prijs voor de invoer van de beschadigde auto, voor de vaststelling van de douanewaarde van de auto, kan worden aangemerkt als een in het douanegebied van de EU beschikbaar gegeven.
Het Gerecht oordeelt dat voor de toepassing van de stand-stillbepaling niet is vereist dat België expliciet moet voorzien in de in art. 26 lid 3 Zesde BTW-richtlijn bedoelde afwijking van de BTW-vrijstelling voor diensten van reisbureaus met betrekking tot reizen buiten de EU.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat een opgeworpen vraag over de uitlegging of de geldigheid van een EU-rechtelijke bepaling met een verkorte motivering kan worden afgedaan. Dit geldt voor zaken waarin de beslissing niet meer vatbaar is voor hoger beroep.