Twintig (werkgevers)organisaties roepen de Tweede Kamer vrijdag in een brandbrief op om de pseudo-eindheffing alleen te laten gelden voor het permanente vervoer via de auto van de zaak en niet voor vervangend of tijdelijk vervoer. Er dreigt nu een potentiële collectieve kostenpost voor het Nederlands bedrijfsleven tot wel een miljard euro per jaar.

Op 1 januari 2027 wil de overheid een brandstofautoheffing invoeren voor werkgevers die een niet-emissieloze personenauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan een medewerker. In Haags jargon: de ‘pseudo-eindheffing’. De hoogte van die heffing is twaalf procent van de catalogusprijs van de brandstofauto per jaar; te berekenen per maand.

Deze pseudo-eindheffing is feitelijk de Nederlandse invulling van het voorstel tot Europese vlootnormeringsregels. Werkgeversorganisaties voorzien grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. En een sterk toenemende druk op de rechtspraak.

Werkgevers die (lease-)auto’s ter beschikking stellen aan hun medewerkers, zullen namelijk een geheel nieuwe en precieze administratie moeten gaan voeren als één van hun werknemers bij onderhoud, reparatie of schadeherstel aan diens vaste auto van de zaak een vervangende of tijdelijke brandstofauto meekrijgt (als een elektrische vervangingsauto niet beschikbaar is). Naast de hoge kosten voor deze administratie, zal het inzetten van een niet-elektrisch voertuig zo’n vijfhonderd tot duizend euro per incident aan pseudo-eindheffing kosten.

Werkgevers roepen in de brief (pdf) het kabinet daarom op om de pseudo-eindheffing alleen in te zetten voor de permanente auto van de zaak en niet voor vervangend of tijdelijk vervoer.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Loonbelasting

22

Gerelateerde artikelen