Hoe zit het met rollatorcontructies, de definitie van preferente aandelen en de wijzigingen in de bezits- en de voortzettingseis voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet 1956? En waren er nog interessante wijzigingen ten aanzien van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR-ab)? Deze en andere vragen beantwoordt Jos Brauwers (zelfstandig belastingadviseur bij VTBoa Spijkenisse) in een artikel in het Vakblad Financiële planning (VFP).
De auteur bespreekt in het artikel de wijzigingen in de BOR en DSR-ab van 1 januari 2026. Voordat daarop wordt ingegaan, vertelt het stuk eerst wat over andere recente wijzigingen in de fiscale faciliteiten. Zo komen de wijzigingen uit de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 kort aan de orde.
Vervolgens wordt ingezoomd op de vier belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2026, die als volgt kunnen worden samengevat:
- de versoepeling van de bezits- en de voorzettingseis in de BOR ten behoeve van herstructureringen;
- het opnemen van een definitie van het begrip ‘preferent aandeel’ in de wet;
- het tegengaan van onbedoeld gebruik van de BOR in de vorm van zogeheten ‘rollatorinvesteringen’; en
- het voorkomen van onbedoeld gebruik van de BOR door ‘dubbel-BOR’-constructies.
In het artikel staat de auteur lang stil bij de praktische implicaties van de wijzigingen. Dat wordt onder meer gedaan door het geven van praktische tips en aanbevelingen voor de belastingadviseur. Om dit nog verder te verhelderen zijn er cijfermatige voorbeelden opgenomen.
Lees hier het gratis artikel op InView.
Bron: Vakblad Financiële Planning
Informatiesoort: Nieuws