Zelfstandige chauffeurs die voor de taxidienst Uber rijden, zijn ondernemers en geen werknemers van het bedrijf. Hof Amsterdam heeft dit dinsdag bepaald in het hoger beroep van Uber en zes chauffeurs in de jarenlange rechtszaak tegen FNV over vermeende schijnzelfstandigheid van taxichauffeurs die als zzp'er voor de taxidienst rijden.

De centrale vraag in deze zaak was of Uber-chauffeurs werknemers zijn. Rechtbank Amsterdam gaf FNV in 2021 gelijk en besliste dat Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep. In het hoger beroep stelde het Hof in 2023 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (V-N 2023/52.4). Die hadden betrekking op de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen.

De Hoge Raad antwoordde (V-N 2025/11.3) (BNB 2025/61) (FED 2025/47) dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten.

Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor teveel uiteenlopen. Voor zover er wel een oordeel kan worden gegeven voor bepaalde (groepen)  werkenden, kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.  

Chauffeurs aan zijde Uber

Het hof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer en geen werknemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

Het hof overwoog verder dat het wel mogelijk is dat individuele chauffeurs van Uber werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In deze procedure heeft het hof dat niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen. Daarom zijn de vorderingen van FNV afgewezen.

De uitspraak met nummer ECLI:NL:GHAMS:2026:163U moet nog gepubliceerd worden door Hof Amsterdam.

Bron: Hof Amsterdam

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Arbeidsrecht, Loonbelasting, Inkomstenbelasting

55

Gerelateerde artikelen