Het belasten van het werkelijke rendement op vermogen in box 3 is een stap dichterbij gekomen. De Tweede Kamer ging namelijk op 12 februari 2026 met een ruime Kamermeerderheid (93 van de 150 zetels) akkoord met het complexe en politiek gevoelige wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’. Naast de nieuwe coalitiepartijen D66, VVD en CDA stemden GroenLinks-PvdA, PvdD, SP en Volt hiermee in. Samen hebben zij ook een meerderheid in de Eerste Kamer (43 van de 75 zetels). Daardoor is er een goede kans dat de Eerste Kamer binnenkort ook akkoord gaat met dit wetsvoorstel, uiteraard na een eigen zorgvuldige afweging. De nieuwe wet moet op 1 januari 2028 ingaan. Er zijn nog wel enkele rafelranden aan de nieuwe box 3-wet. Sommige zijn van groot belang voor bepaalde belastingbetalers; voor hen zijn het dan eerder specifieke fundamenten dan rafelranden.

Het ideale box 3-stelsel bestaat niet

Staatssecretarissen van Financiën van verschillende politieke kleur hebben aan de nieuwe box 3-wet gewerkt. Desondanks is het niet het ideale box 3-stelsel geworden, want dat blijkt niet te bestaan. Het belasten van het werkelijke rendement, zoals de Tweede Kamer wilde, is juist uitermate complex gebleken. De nieuwe wet zorgt er in ieder geval wel voor dat vanaf 2028 hoge rendementen op box 3-vermogen volledig worden belast. Onder de huidige wet met de tegenbewijsregeling is dat niet het geval als het werkelijke rendement op het totale box 3-vermogen hoger is dan het forfaitaire rendement (box 3-vastgoed: 6% in 2026).

Vermogenswinstbelasting voor onder andere box 3-vastgoed

De nieuwe box 3-wet is een unieke combinatie van een vermogensaanwasbelasting (hoofdregel) en een vermogenswinstbelasting (uitzondering voor onder andere box 3-vastgoed). Een belangrijk verschil tussen beide is dat bij de vermogensaanwasbelasting de belastingplichtige jaarlijks inkomstenbelasting moet betalen over de waardeontwikkeling van zijn vermogen in box 3, ook als die niet is gerealiseerd. Bij de vermogenswinstbelasting gebeurt dat niet jaarlijks, maar pas wanneer de bezitting de vermogenswinstbelasting bij de belastingplichtige verlaat, meestal bij verkoop; dat laatste kan ook het geval zijn bij bijvoorbeeld een schenking of bij overlijden.

In de Tweede Kamer werd nog wel ‘geduwd’ tegen deze fundamenten van de nieuwe box 3-wet. Onder andere met het amendement-Stultiens (GroenLinks-PvdA) c.s. om onroerende zaken – evenals bijvoorbeeld effecten –te belasten onder de vermogensaanwasbelasting in plaats van de vermogenswinstbelasting. Dit amendement kreeg uiteindelijk geen meerderheid in de Kamer (27 van de 150 zetels). Voor twee moties die weer de andere richting op duwden, was er wel een meerderheid. Zoals de motie-Vermeer (BBB) die het kabinet vraagt om zo snel mogelijk maar uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel dat is gebaseerd op de vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief dekkingsopties. Deze motie haalde met 76 van de 150 zetels net een meerderheid (inclusief de VVD). De motie-Inge van Dijk (CDA) c.s. over het verzoek aan het kabinet om in overleg met ketenpartners in kaart te brengen hoe het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting en hiervoor een stappenplan te ontwikkelen, haalde een heel ruime meerderheid van 124 van de 150 zetels (inclusief D66, VVD en CDA).

Rafelranden bij box 3-vastgoed 

Terug naar de rafelranden en in het bijzonder de rafelranden – of zoals u wilt de specifieke fundamenten – bij onroerende zaken in box 3. Het gaat dan bijvoorbeeld over het tweede huis, beleggingsobjecten waaronder vakantiewoningen, verpachte landgoederen en NSW-landgoederen (niet: de eigen woning, het hoofdverblijf in box 1). Het gaat daarbij om de uitwerking van aangenomen moties en een toezegging van inmiddels oud-staatssecretaris Heijnen (BBB). De Tweede Kamer nam maar liefst de volgende zes moties – verzoeken van de Kamer aan het kabinet – aan over box 3-vastgoed:

  • De motie-Grinwis (ChristenUnie) c.s. over het actualiseren van het vastgoedbijtellingspercentage op basis van de meest recente en representatieve data is aangenomen met 127 van de 150 zetels (inclusief D66, VVD en CDA). Het percentage van de vastgoedbijtelling is volgens het wetsvoorstel vooralsnog 3,35% en moet vanaf 2028 gaan gelden voor bijvoorbeeld het tweede huis dat de eigenaar het hele kalenderjaar niet verhuurt aan derden.  
  • De gewijzigde motie-Van Eijk (VVD) c.s. over het verkennen van een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken en de beginwaarde van vastgoed in box 3 is aangenomen met 80 van de 150 zetels (inclusief de VVD). Deze motie ziet deels op een tegenbewijsregeling voor de vastgoedbijtelling en deels op een tegenbewijsregeling voor de beginwaarde bij inwerkingtreding van het nieuwe box 3-stelsel. Deze beginwaarde is volgens het wetsvoorstel voor woningen gelijk aan de WOZ-waarde op 1 januari 2028 (eventueel gecorrigeerd met de leegwaarderatio, zie hierna) en voor niet-woningen is dat de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2028.
  • De motie-Inge van Dijk (CDA) c.s. over een aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen is aangenomen met 124 van de 150 zetels (inclusief D66, VVD en CDA). Deze motie gaat ook over de vastgoedbijtelling en is gebaseerd op de gedachte bij de indieners van deze motie dat vakantiewoningen verschillen van andere woningen omdat bij vakantiewoningen specifieke kenmerken zoals seizoengebondenheid een rol kunnen spelen waarvoor mogelijk een ander (lees: lager) rendement zou moeten gelden. 
  • De motie-Stoffer (SGP) c.s. over oplossingen ten aanzien van de vererving of schenking van verpachte landbouwgronden is aangenomen met 94 van de 150 zetels (inclusief VVD en CDA). Deze motie gaat over het lager belasten van de waardestijging van verpachte landbouwgronden bij schenking of vererving vanwege het volgens de indieners van deze motie grote belang voor de toekomstbestendigheid van de landbouw. Deze indieners stellen dat onder andere bij vererving en schenking geen liquide middelen beschikbaar zijn en langdurige pachtcontracten daardoor onaantrekkelijker worden.
  • De motie-Grinwis (ChristenUnie) c.s. over het uitwerken van een regeling waarin bij vererving of schenking de papieren waardestijging van NSW-landgoederen niet wordt belast, is aangenomen met 94 van de 150 zetels (inclusief VVD en CDA). Volgens de indieners van deze motie druist de nieuwe heffing in tegen de geest van de Natuurschoonwet die met het oog op het behoud van natuurschoon, cultureel erfgoed en publieke recreatie al bijna 100 jaar de instandhouding van NSW-landgoederen bevordert. Het gaat daarbij specifiek over de heffing over de gebouwde eigendommen op het NSW-landgoed; de grond van het NSW-landgoed zelf is namelijk niet belast. Deze motie sluit aan bij de toezegging van staatssecretaris Heijnen in zijn Kamerbrief van 22 januari 2026.
  • De motie-Grinwis (ChristenUnie) c.s. over het onderzoeken van de nadelen van de leegwaarderatiocorrectie bij de beginwaarde van een verhuurde woning op 1 januari 2028 is aangenomen met 124 van de 150 zetels (inclusief D66, VVD en CDA). Voor de waardering van woningen in box 3 geldt de WOZ-waarde. Voor verhuurde woningen waarvoor de huurder recht heeft op huurbescherming wordt deze WOZ-waarde in bepaalde situaties verlaagd met een afslag voor de leegwaarderatio. De met de leegwaarderatio gecorrigeerde WOZ-waarde op 1 januari 2028 geldt in principe ook als beginwaarde bij het nieuwe box 3-stelsel. Deze lagere waarde is nadelig aangezien op termijn de waardeontwikkeling vanaf deze lagere waarde is belast.

Aan de slag

Het nieuwe kabinet-Jetten is al met deze en andere moties en toezeggingen aan de slag gegaan en zal de Kamer hierover zo spoedig mogelijk nader informeren. Het is mogelijk dat de box 3-wet hierdoor uiteindelijk nog wijzigt. Hopelijk gebruiken uiteindelijk zo veel mogelijk belastingbetalers de volgende Groningse uitdrukking voor de nieuwe box 3-wet: “Kon minder”.

Lees ook de column van Peter Pleijsant over de nieuwe heffing voor box 3-vastgoed en zijn column over het forfait in box 3 van 6% in 2026.

Informatiesoort: Column

Rubriek: Inkomstenbelasting

103

Gerelateerde artikelen