Eind 2024 nam de Tweede Kamer bij de behandeling van het Belastingplan 2025 het amendement-Van Eijk/Vermeer aan, met een zeer ruime meerderheid (142 van de 150 zetels). Daarmee zorgde de Kamer voor een verdere versobering en uiteindelijk afschaffing van de fiscale faciliteiten voor groene beleggingen. De gevolgen daarvan zijn groot. Dat blijkt onder andere uit twee onderzoeken die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op verzoek van het kabinet heeft gedaan. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat er mogelijk toch een doorstart van deze fiscale faciliteiten komt. Of dat ook echt gebeurt, is aan het nieuwe kabinet. 

Afschaffing faciliteiten groene beleggingen de facto per 2027

De huidige fiscale faciliteiten voor groene beleggingen bestaan uit een vrijstelling in box 3 en een heffingskorting voor groene spaarders/beleggers. Een heffingskorting vermindert het bedrag aan te betalen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. De groene faciliteiten zijn ruim 30 jaar geleden in het leven geroepen. Ze zijn een tegemoetkoming voor het lagere rendement dat de groene spaarders/beleggers doorgaans behalen op hun ingelegde vermogen ten opzichte van het rendement op ander vermogen. In 2026 bedraagt de maximale vrijstelling voor groene beleggingen € 26.715 (fiscaal partners in totaal € 53.430) en bedraagt de heffingskorting 0,1% van het vrijgestelde bedrag. De afschaffing van deze fiscale faciliteiten is pas per 1 januari 2028 voorzien, omdat een eerdere uitvoering bij de Belastingdienst niet mogelijk is. Omdat de vrijstelling voor groene beleggingen in 2027 nog maar € 200 per belastingplichtige zal bedragen, vindt de afschaffing van deze faciliteiten de facto al per 1 januari 2027 plaats, overeenkomstig het genoemde amendement-Van Eijk/Vermeer. 

Groenregeling is doelmatig en doeltreffend beoordeeld

Doelmatig
In het eindrapport van de Beleidsevaluatie Regeling groenprojecten uit oktober 2019 staat onder meer dat de in geld uitgedrukte milieuwinst groter is dan de maatschappelijke kosten. Voor elke euro die de overheid uitgeeft aan de Regeling groenprojecten wordt voor € 29 tot € 34 gefinancierd aan innovatieve duurzame projecten. Daarnaast heeft de Regeling groenprojecten volgens het eindrapport ook andere positieve baten die niet in geld zijn uitgedrukt, zoals positieve milieueffecten (onder andere op grondstofbesparing, biodiversiteit en leefbaarheid), technologische vooruitgang (innovatie) en maatschappelijke winst in de vorm van betrokkenheid van burgers, bedrijven en financiële instellingen.

Doeltreffend
Het fiscale voordeel op groen sparen is volgens genoemd eindrapport noodzakelijk om spaarders aan te trekken. Volgens het eindrapport is ook bij groen beleggen het fiscaal voordeel noodzakelijk om tot een acceptabel rendement te komen gezien het risico en beleggers over te halen om hun middelen bij groenfondsen onder te brengen.

Gevolgen versoberen en afschaffen fiscale faciliteiten groene beleggingen

Zoals vermeld, heeft de RVO twee onderzoeken over groene beleggingen uitgevoerd. Het eerste onderzoek uit 2024 gaat over de gevolgen van de halvering van de fiscale vrijstelling in de inkomstenbelasting voor groen sparen en groen beleggen. Het tweede onderzoek uit 2025 ziet op effecten van de verdere versobering en afschaffing van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen. De RVO constateert onder meer dat de afschaffing tot gevolg heeft dat de Regeling groenprojecten straks niet meer kan bijdragen aan relevante beleidsdoelen zoals stikstofreductie, energietransitie en klimaatadaptatie in met name de landbouw, industrie en bouw. Bij de beantwoording van Kamervragen in juni 2025 heeft de staatssecretaris daarover opgemerkt dat er sprake is van beleidsinconsistentie omdat dit signaal haaks staat op duurzame ambities van het kabinet. De afschaffing is echter het gevolg van een door de Tweede Kamer aangenomen amendement.

Politici in de bres voor groen beleggen 

De vraag of er een doorstart van de groene fiscale faciliteiten komt, is onder meer gebaseerd op het tussenverslag van 2 december 2025 van de formatie van een nieuw kabinet. Daaruit blijkt dat D66 en CDA de fiscale voordelen voor groen sparen en beleggen willen herstellen. De vraag is ook gebaseerd op recente opmerkingen van Kamerleden. Zo heeft D66 eind 2025 in het debat in de Eerste Kamer bij de behandeling van het Belastingplan 2026 expliciet aandacht gevraagd voor het in de lucht houden van de fiscale faciliteiten voor groene beleggingen. Overigens verwierp de Tweede Kamer eerder het amendement-Dassen over het terugdraaien van de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen.

Wie zijn de groene spaarders/beleggers?

Tijdens het debat in de Eerste Kamer bij de behandeling van het Belastingplan 2026 vroeg BBB aan D66 welke belastingplichtigen gebruikmaken van groen sparen/beleggen. Cijfers hierover zijn beschikbaar in bovengenoemd eindrapport van de Beleidsevaluatie Regeling groenprojecten uit oktober 2019. Daaruit blijkt dat zeker niet alleen belastingplichtigen met de grootste vermogens in box 3 groen sparen/beleggen. Het profiel van de groene spaarder en belegger is zeer divers en varieert van uitermate duurzaam betrokken tot puur fiscaal gedreven. Uit deze evaluatie blijkt dat vooral ouderen groen sparen/beleggen. In 2016 had circa 40% van de deelnemers een box 3-vermogen van minder dan € 100.000, deels mede dankzij de vrijstelling van het vermogen in groene spaar/beleggingsproducten. Vrijwel iedereen die groen spaart/belegt, betaalt inkomstenbelasting in box 3. Uit het eindrapport blijkt ook dat veel mensen niet het maximum vrijgestelde bedrag inleggen. In 2016 – de maximale vrijstelling voor groene beleggingen was toen € 57.213 (fiscaal partners in totaal € 114.426) – legde circa 23% van de deelnemers tot € 5.000 in en circa 11% legde tussen de € 50.000 en € 55.000 in. Volgens cijfers van de RVO waren er in 2024 circa 192.000 groene spaarders/beleggers met een gemiddelde inleg van ruim € 33.000 per groene spaarder/belegger.

Wel of geen doorstart?

Hoe nu verder met groen beleggen? Of helemaal niet verder? Zonder een andere politieke keuze valt immers het doek voor de fiscale faciliteiten voor groene beleggingen per 2028, eigenlijk al per 2027. Het herstellen van deze fiscale faciliteiten is geen eenvoudige opgave. Daarvoor zijn immers ook de groenbanken/groenfondsen nodig die op zoek zijn naar zekerheid voor de komende jaren. Inmiddels zijn al enkele van de erkende groenfondsen gestopt als groenfonds. Het zal daardoor enerzijds moeite kosten om weer fondsen te werven. Anderzijds kan een doorstart misschien ook mogelijkheden geven om andere (en wellicht een ander soort) fondsen aan te trekken. Wat in ieder geval duidelijk zou moeten zijn – zeker voor iedereen met een groen hart – is dat de fiscale faciliteiten voor groene beleggingen bijdragen aan de ambitieuze groene doelen van het (nieuwe) kabinet.

Lees ook de column van Peter Pleijsant over een vraag over box 2 voor het nieuwe kabinet.

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: Column

14

Gerelateerde artikelen