Aflevering 23 van Belasting Advies in de Praktijk is verschenen. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:
- Partieel buitenlands belastingplichtige geniet ROW bij lucratief belang
Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de voordelen die belanghebbende geniet uit lucratief belang terecht als resultaat overige werkzaamheden in de belastingheffing heeft betrokken. Belanghebbende voldoet namelijk niet aan de voorwaarden die gelden om gebruik te kunnen maken van de keuzeregeling van art. 3.95b lid 5 Wet IB 2001. - Geen informatie over verkrijgingsprijs, dus geen voordeel
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de belastingplichtige niet de waarde in het economische verkeer per 1 januari 1997 van zijn aandelen in de vennootschap aannemelijk maakt. De belastingplichtige geeft ter zitting namelijk meermalen aan dat hij dat bewijs, mede gelet op het lange tijdsverloop, niet zal kunnen leveren. - Door BV verstrekte lening aan insolvabele DGA terecht als box 2-voordeel aangemerkt
Een DGA leent naar de mening van de inspecteur te veel van zijn BV. Hij wordt geconfronteerd met een navorderingsaanslag voor een lening die als winstuitdeling wordt aangemerkt. Niet alleen wordt die winstuitdeling bij hem belast, hij mag ook de rente op de lening niet in aftrek brengen. De rechtbank heeft de inspecteur gelijk gegeven. - Kosten chiropractor aftrekbaar als specifieke zorgkosten
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X recht heeft op aftrek van de kosten voor de chiropractor. Het is aannemelijk dat de behandelingen door de chiropractor op voorschrift en onder begeleiding van een arts hebben plaatsgevonden. - Geen kostenaftrek voor aandelenparticipatieplannen van Frans concern
De rechtbank oordeelt dat de vennootschapsbelasting niet alleen kostenaftrek verbiedt in verband met het uitreiken of toekennen van eigen aandelen aan de werknemers van belanghebbende, maar ook als het aandelen in een met haar verbonden lichaam betreft. - Advieskosten bij bedrijfsopvolging: vennootschapskosten of aandeelhouderslast?
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de BOR-advieskosten het privébelang van de (aandeelh)ouders dienen. Omdat de overdracht beperkt is en de zeggenschap behouden blijft, ontbreekt volgens de rechtbank een zakelijk motief. Kosten die voornamelijk zien op vermogensplanning en familieopvolging kwalificeren niet als ondernemingskosten en zijn daarom niet aftrekbaar van de winst. De bewijslast voor zakelijkheid ligt bij de belastingplichtige, maar is volgens...
Producten: Belasting Advies in de Praktijk
97