Op 6 januari 2026 is nummer 7605 verschenen. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:

  • De WFR-redactie - Top 5 en Nieuwjaarswensen van (hoofd)redacteuren van fiscale periodieken
  • Prof. dr. H. Vording - Het patentrecht: fiscale overregulering in de 19e eeuw
    Het patentrecht is voornamelijk nog bekend als heffing over winstuitdelingen en voorloper van de vennootschapsbelasting. Wat ook aandacht trekt is de wonderlijke opsomming van bedrijven en beroepen, de meeste al lang uitgestorven. Toch verdient het patent ook aandacht als de eerste “moderne” belasting: een brede strekking, een hoog ambitieniveau dat tot uiting komt in een overvloed aan regels en onduidelijke maatschappelijke effecten. De kritiek in de literatuur bleef destijds beperkt tot de letter van de wet. Dat het patent overwegend een heffing van zeer kleine neringdoenden was en de aansluiting bij de industriële groei miste, bleef daardoor sterk onderbelicht.
  • Prof. dr. H. Vording- Het gelijk van Sprenger van Eyk: de illusie van Piersons Bedrijfsbelasting 
    Toen Pierson in 1893 voor het tweede deel van zijn gesplitste inkomstenbelasting de naam Bedrijfsbelasting gebruikte, sloot hij aan bij een traditie. Die wilde het patentrecht vervangen door een algemener opgezette heffing naar de uiterlijke kenmerken of de vaste activa van ondernemingen: een heffing naar de normale winst derhalve. Maar Pierson schiep welbewust een illusie, namelijk dat zijn belasting de werkelijke winst zou treffen aan de hand van (voor die tijd) gedetailleerde wettelijke regels. In feite bleef zijn Bedrijfsbelasting voornamelijk op uiterlijke kenmerken steunen. Zijn politieke rivaal en opvolger Jacob Sprenger van Eyk, die zelf in Indië een bedrijfsbelasting had ingevoerd, viel hem op dat punt scherp aan. Piersons Bedrijfsbelasting staat dus model voor een algemener fiscaal dilemma: hebben we liever regels die er op papier goed uitzien, of regels die werken?
  • Rubriek Parlementair

Producten: WFR-signaleringen

59